Het is dinsdag. De dag na Pinksteren. De Geest van God is uitgestort – toen, maar ook nu. Pinksteren is niet voorbij. We leven nog steeds in die tijd: de tijd van de Geest. Toch voel ik dat we vaak iets verliezen van die kracht. Niet omdat de Geest zwakker is geworden, maar omdat wij iets toevoegen… twee kleine woorden die veel kapotmaken: “ja, maar.”
Ik hoorde ze weer, toen ik in gebed was. In gesprekken, in gedachten, in mezelf.
“Ja, maar toen… gebeurde dit.”
“Ja, maar nu… is het anders.”
“Ja, maar jij snapt niet hoe ik me voelde.”
“Ja, maar dat was niet mijn bedoeling.”
Iedere keer weer ja, maar.
Een uitvlucht.
Een verdediging.
Een pleister op het ongemak van waarheid.
Een poging om onszelf staande te houden, zelfs als we aangesproken worden.
En toch… als ik kijk naar Jezus, zie ik nergens ja, maar.
Niet toen Hij werd verraden.
Niet toen Hij werd vals beschuldigd.
Niet toen mensen Hem volgden om verkeerde redenen.
Niet toen ze Hem aan het kruis sloegen.
Jezus zei niet: “Ja Vader, maar waarom ik?”
Hij zei: “Uw wil geschiede.”
Zijn ja was een ja.
Zonder maar.
Zonder voorbehoud.
Zonder zelfverdediging.
In de Bijbel klinkt dat verlangen ook naar ons:
“Laat uw ja ja zijn, en uw nee nee.”
(Mattheüs 5:37)
God zoekt geen mensen met een verhaal.
Hij zoekt mensen met een overgave.
Geen “ja, maar” als antwoord op Zijn roepstem,
maar een volmondig “ja, Heer”.
Ik moet dat ook leren.
Niet terugkeren naar oude excuses:
“ja, maar toen…”
“ja, maar ik voelde me…”
“ja, maar ik wist niet…”
Nee. Ik wil leven in het “ja” van het geloof.
Niet zoeken naar verklaringen, maar rusten in vertrouwen.
Niet redeneren, maar volgen.
Niet verdedigen, maar luisteren.
Niet wegrennen, maar buigen.
Ik bid dat ik Gods hand blijf vasthouden,
dat ik durf te kijken met Zijn ogen.
Niet meer door mijn lens van twijfel of verleden.
Maar door Zijn ogen van liefde, waarheid en genade.
Want “ja, maar” is de taal van de afstand.
Maar “ja, Heer” — dat is de taal van de liefde.
‘Als de lasten u drukken en u vermoeid bent, kom dan bij Mij. Ik zal u rust geven.’
Mattheüs 11:28 HTB
Niet: “Kom tot Mij, tenzij je een ja, maar hebt.”
Gewoon: kom.
Heer,
leer mij stoppen met “ja, maar”.
Laat mijn hart niet langer verdeeld zijn.
Geef mij een ja dat oprecht is,
een ja dat blijft staan,
een ja dat U eert.
Laat mij niet terugkeren naar excuses van vroeger,
niet schuilen achter redenen in het heden,
maar leven in overgave, nu en morgen.
Maak mijn ja een antwoord op Uw roep.
Een antwoord dat blijft.
In Jezus’ naam,
Amen.
Met liefde ❤️ Ico
Goedemorgen

Geef een reactie