Maandag. En ik kijk terug. Op een week vol ontmoetingen, vol emoties, vol hoop. Op een zondag die voelde als een glimp van de hemel.
Zaterdag scheen de zon. Ik zat buiten, voelde de warmte op mijn huid en blijdschap in mijn hart. Toen schreef ik al wat woorden op papier, als voorbereiding op vandaag. Maar nu is het zondag geweest. Een dag van samenkomen, van zingen, van bidden, van luisteren. Een dag waarop je soms iets mag proeven van hoe het straks zal zijn: de hemel op aarde.
Vrijdag had ik een bijzonder gesprek. Drieënhalf uur lang zat ik met een broeder te praten – een vriend, een man vol van de Heer. Wat een ontmoeting. Niet alleen met hem, maar vooral met God. We deelden visioenen, gebeden, vragen en verwondering. We herkenden elkaars hartsverlangen naar de glorie van God. We proefden dezelfde Geest. En ik dacht: hier wil ik zijn. Dicht bij Gods hart, dicht bij zijn Geest.
Met hem deelde ik ook een visioen dat ik ooit kreeg. In dat visioen zweefde ik, gedragen door God zelf – alsof Hij mijn hand vasthield als een vader zijn kind. We vlogen boven bergen, en toen zei Hij: “Kijk voor je.” En ik zag het nieuwe Jeruzalem. Prachtig. Onbeschrijflijk. Niet omdat mijn woorden tekortschieten, maar omdat het als een hemelse herinnering voelde – helder, maar niet grijpbaar. En toch wist ik: alles is klaar. Alles is gereed. God heeft het voorbereid. Voor jou, voor mij, voor wie Hem liefheeft.
Dat visioen leeft in mij als hoop. Hoop op de toekomst. Hoop op bevrijding van pijn, ziekte en gebrokenheid. Hoop op eeuwige vreugde.
En dan zaterdag – de begrafenis van een man die ik kende. Een man die vragen had, die tastte naar waarheid, die sprak over geloof maar het nog niet helemaal vond. Drie weken geleden werd hij ziek. En nu is hij er niet meer. En daar stond ik dan. Tussen mensen die hem liefhadden. Die woorden van eer spraken. Die zijn gemis voelden. Zijn kinderen. Zijn familie. Een vader die er altijd was – en nu ineens niet meer. En ik bad: “Heer, ontferm U.” En tegelijk wist ik: U bent er. Zelfs daar. Zelfs nu.
Zondag was goed. De dienst raakte me. Het sloot helemaal aan bij mijn hart. Bij alles wat ik die week had meegemaakt. En na de dienst ontmoette ik een man van wie ik eerder die week – op donderdag – hoorde dat hij zijn vrouw had verloren. Kanker. Wat een verlies. Wat een gemis. Maar ook: wat een geloof. We spraken met elkaar. Geen vluchtige woorden, maar een ontmoeting van hart tot hart. Condoleren, ja. Maar ook bemoedigen. Luisteren. Stilte. Samen in het verdriet. En ik voelde een diepe eenheid. Alsof God zelf daar tussen ons stond.
Dit is gemeente-zijn. Delen in elkaars vreugde, maar ook in elkaars pijn. Samen Jezus volgen, ook door het dal. En dan is er die hoop. Hoop dat de dood niet het laatste woord heeft. Hoop dat we elkaar terugzien. In dat nieuwe Jeruzalem. Alles is klaar.
Maar ik ben er nog niet aan toe om te gaan. Ik vecht – niet met God, maar met het idee van afscheid nemen. Mijn hart is nog hier. Bij mijn vrouw. Mijn kinderen. Mijn kleinkinderen. Bij jullie. Ik wil leven. Leven met God. Leven ín zijn glorie. En zelfs nu – met vermoeidheid, met pijn, met doktersbezoeken – ben ik dankbaar. Want in mijn zwakheid vind ik Hem.
En ik wil je vragen: wil je bidden? Voor vandaag – maandag. Dat de uitslagen van de oncologie hoop mogen brengen. Een teken van leven. Een lichtpunt in deze moeilijke weg. Ik weet dat velen al bidden. En dat voel ik. Dat draagt me. Dank je wel daarvoor.
Tot slot wil ik je dit meegeven: als jij zoekt naar vrede, naar richting – zoek Jezus. Hij zoekt jou. Hij laat de 99 schappen achter om jou te vinden. Hij is jouw Redder, jouw Trooster, jouw Vriend. En Hij roept jou om hetzelfde te doen: zoek de verlorenen. Niet om te oordelen, maar om te omarmen. Want de hemel is geen afscheid. Het is tot ziens.
Laten we leven als koningskinderen. Vol liefde. Vol genade. Vol overgave. Zoals Jezus. Hij zegt nog steeds:
Ik ben.
Ik ben het Licht.
Ik ben de Weg.
Ik ben jouw Herder.
Ik ben jouw Leven.
Ik ben.
Vader in de hemel,
Dank U voor Uw aanwezigheid in ons leven.
Voor de momenten waarin U tastbaar bent –
in dromen, visioenen, gesprekken en ontmoetingen.
Dank U voor de zon op ons gezicht
en de vreugde die U geeft in ons hart.
Heer, wij bidden:
Geef ons kracht om te leven.
Om te blijven geloven, te blijven hopen,
te blijven zoeken naar Uw hart.
We bidden voor wie moe zijn – geef rust.
Voor wie ziek zijn – geef genezing.
Voor wie verdriet dragen – geef troost.
Voor wie zoeken – geef Uzelf.
Heer Jezus,
U bent de Weg, de Waarheid en het Leven.
Blijf dichtbij.
Houd ons vast.
En leer ons liefhebben, zoals U ons hebt liefgehad.
In Uw machtige naam bidden wij,
Amen.
Met liefde ❤️ Ico
Goedemorgen

Geef een reactie