“Kom tot Mij, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven.”

(Mattheüs 11:28)

“Kijk naar het kruis”

Soms zijn er van die dagen dat je stilvalt. Niet omdat je niks voelt, maar juist omdat je zoveel voelt. Vandaag is zo’n dag. Een dag van blijdschap. Want ik mocht vannacht weer thuis slapen. Na een periode in het ziekenhuis, mocht ik wakker worden naast mijn lief. Samen aan de keukentafel, onze voorbereiding voor de dienst, de koffie die ruikt naar gewoon thuis. En het verlangen om weer naar mijn tweede thuis te gaan: de kerk.

Een kerk waar mensen God zoeken. Waar liefde gedeeld wordt. Waar tranen vloeien — van verdriet, maar ook van vreugde. Waar jongeren zich laten dopen. Acht jongeren, acht getuigenissen. Acht levens die zeggen: “Ik volg Jezus.” En dan weet ik: de volgende generatie staat op. En ik word stil.

Ik kwam niet binnen met een overwinningspose. Geen feestelijke intocht. Ik zat in een rolstoel. En zelfs dat was een drempel. Ik wilde het niet. Maar Andrea — mijn steun, mijn kracht, mijn bemoediger — regelde het anders. En ik zag: de gemeente leeft mee. Een schouderklop. Een arm. Een gebed. Tranen. Niet van angst, maar van liefde. Van diepe verbondenheid.

Wat doet dat met me? Alles. Want ik voel dat ik gedragen word. Door mensen. Maar vooral door God. Hij is erbij. In de chemo, in de slapeloze nachten, in de verwarring. Zelfs toen ik vanmiddag even wakker schrok, verward en alleen, en Andrea nergens kon vinden, merkte ik iets. De pijn van alleen zijn is echt. Maar Jezus is er dan ook echt. Hij is er in die paniek. Hij is er als ik de draad even kwijt ben.

“Kom tot Mij, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven.”
(Matteüs 11:28)

Dat is geen vrome spreuk. Dat is mijn realiteit. Hij geeft rust als ik opzie tegen bestralingen. Als ik moe ben van al het geregel. Als ik me afvraag: hoe lang nog, Heer? Dan zegt Hij: “Kijk niet naar je omstandigheden. Kijk naar het kruis.”

Want daar — aan het kruis — strekt Jezus zijn armen uit. Voor jou. Voor mij. Hij zegt: “Kom.” En dat kruis is niet het einde. Het is het begin van een nieuw leven. Zelfs als mijn lichaam het opgeeft, weet ik: ik word niet losgelaten. Mijn genezing komt. Misschien niet op aarde, maar dan in de hemel. En ik ben niet bang voor de dood. Mijn strijd is alleen het loslaten van jullie. Mijn geliefden. Maar zelfs daar, wil ik Jezus volgen. Vertrouwen. Hopen.

En dan kijk ik om me heen. Mijn dochter die de hond uitlaat. Mijn broer die uren rijdt om mij te omhelzen. Vrienden die huilen omdat ze zien wat ik doormaak. Een jong meisje dat zegt: “Mag ik voor je bidden?” En ik denk: dit is liefde. Niet alleen van mensen. Maar van God die door mensen heen werkt.

In een wereld vol oorlog, verwarring, en verdeeldheid — van Iran tot Israël — kies ik ervoor om te blijven liefhebben. Om het goede te zoeken. En om te wijzen naar het kruis. Want daar is vrede. Daar is waarheid. Daar is Jezus.

Laat dit dan mijn boodschap zijn. Voor jou. Voor wie dit leest:

“Laat je niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede.”
(Romeinen 12:21)

Kijk naar het kruis.
Kijk naar Hem die overwon.
Hij is onze rust. Onze kracht. Onze Vriend.
Hij is erbij. Vandaag, morgen, tot in eeuwigheid.

Heer Jezus,
Dank U voor deze dag van vreugde.
Dank U voor de liefde van mensen om mij heen, die Uw liefde weerspiegelt.
In alles wat onzeker is, blijft U vast.
Ik leg mijn leven in Uw handen.
Geef mij kracht om U te blijven volgen,
en geef mij vrede in de storm.
Zegen mijn gezin, mijn gemeente, en de mensen die dit lezen.
En leer ons steeds opnieuw te kijken naar het kruis.
Amen.

Met liefde ❤️ Ico

Goedemorgen

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *