Vanmorgen werd ik vroeg wakker. Vijf uur. Rust in mijn hart. Geen angst, geen paniek. Ik lag stil, keek naar het plafond… en zong zachtjes in mijn hoofd. Niet hardop natuurlijk, want Andrea sliep nog. Ik bad. Ik bleef stil in Gods aanwezigheid.
Om zeven uur ging de wekker. Andrea draaide zich om en vroeg: “Heb je geslapen?”
Ik zei: “Jawel, maar ik was al om vijf uur wakker.”
Ze vroeg: “Wat is er dan?”
En ik kon alleen maar zeggen: “Ik weet het niet precies. Het was eigenlijk vredig. Ik heb gebeden.”
Maar diep vanbinnen weet ik het wel. De uitslag van de oncoloog ligt op mijn hart. De gezwellen zijn gegroeid. De kuur heeft niet gewerkt. Nieuwe plekken. Nieuwe zorgen. En toch… ook nieuwe hoop. Nieuwe hoop in Christus.
Ik voel me afhankelijk van Hem. Meer dan ooit. Niet als vlucht, maar als fundament. De hele dag ben ik met Hem in gesprek. Over mijn ziekte. Over het stoppen met de medicatie. Over de toekomst. De artsen zeggen: “Enkele maanden, misschien een jaar.”
Dat is heftig. Maar ik klamp me niet vast aan hun woorden. Zij hebben kennis — maar God heeft het laatste woord.
Ik heb vrede in mijn hart.
Vrede met God.
Vrede met bijna alle mensen.
En vrede met het leven dat ik geleid heb — een leven in Zijn hand.
Er zijn dingen gebeurd die pijn deden. Dat hoort bij het leven. Maar Gods hand heeft mij nooit losgelaten. Tegenslagen vormen ons. Niet door wat er gebeurt, maar door hoe we ermee omgaan. En ik weet: God is erbij. Altijd.
De keuze die ik elke dag opnieuw maak is: blijf ik God danken? Blijf ik Hem vertrouwen?
En het antwoord is: ja.
Want Hij laat mij zingen.
Hij laat mij danken.
Hij is mijn doel: God prijzen, boven alle omstandigheden.
Zoals het lied zegt:
“Ik geef U mijn hart, ik geef U mijn ziel.”
Dat is wat ik doe.
Ik geef mijzelf aan Hem.
En daarin vind ik rust.
Ja, ik hoop nog lang te mogen blijven op deze aarde.
Maar het afscheid nemen… dat blijft moeilijk.
En toch: God geeft me elke dag de genade om het leven van vandaag te leven.
En vandaag… was een goede dag.
Ik was bij de bidstond. Er werd voor me gebeden.
Voor mij, voor de leiders, voor de stichting.
We vierden dat Cees jarig was.
Er was gebed, er was gebak, en zelfs mijn fiets is gerepareerd.
Ik belde wat vrienden. Deelde hoe het met me gaat. En ik voelde het opnieuw:
Ik ben niet alleen.
God is bij me.
Hij draagt mij.
Hij is mijn kracht.
En dat gun ik jou ook.
Laat bitterheid verdwijnen. Geef ruimte aan blijdschap.
Laat Gods liefde door je heen stromen.
Blijf geloven, ook in je pijn. Blijf bidden. Blijf hopen.
Want wonderen bestaan.
Soms in genezing van het lichaam.
Vaak in genezing van de ziel.
Ik ben dankbaar dat ik mag schrijven.
Dat ik mag spreken.
Dat ik mag bemoedigen, namens Hem.
Blijf in God geloven.
Blijf Zijn naam aanroepen.
Hij is dichtbij.
Hij heeft Zijn Geest uitgestort — om ons te troosten, te leiden, te versterken.
We zijn geen wezen. We zijn geliefde kinderen van de Vader.
“Ik laat jullie niet als wezen achter,” zegt Jezus,
“Ik kom naar jullie toe.” (Johannes 14:18)
“Ik zal juichen over de HEER,
ik zal mij verheugen in de God die mij redt.
GOD, de HEER, is mijn kracht,
Hij maakt mijn voeten snel als hinden,
Hij laat mij over bergen gaan.”
– Habakuk 3:18-19
Vader in de hemel,
Dank U dat U zo dichtbij bent.
Dank U dat U mijn hart vult met rust, zelfs als het stormt.
U kent mijn lichaam, mijn ziel, mijn zorgen.
U bent mijn hoop, mijn toekomst, mijn lied.
Heer, zegen wie dit leest.
Breng genezing — in lichaam, ziel en geest.
Laat Uw vrede stromen.
Laat Uw Geest werken.
En leer ons:
Te vertrouwen,
Te danken,
Te zingen — ook als het donker is.
Want U bent goed.
En Uw trouw is voor eeuwig.
In Jezus’ naam.
Amen.
Met liefde ❤️ Ico
Goedemorgen

Geef een reactie