“Kom tot Mij, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven.”

(Mattheüs 11:28)

In het kleine ligt het Koninkrijk

Ik werd vanmorgen wakker met pijn. Niet een beetje pijn, maar een beetje veel. En dan ben ik bang dat de hele dag zo zal verlopen. Omdat ik niet de kracht of de moed vind om snel op te staan. Alles lijkt tegen te vallen. Ik bel het ziekenhuis. Nog een keer. En ik hoor dingen waarvan ik weet: dit klopt niet. Maar ik moet geduld hebben. Vriendelijk blijven. Zegenen. Lachen, ondanks alles. Soms is dat moeilijk. Omdat ik pijn heb. Omdat ik ziek ben. Omdat het elke dag strijd is.

En dan… dan komt mijn lieve Andrea. Ze zegt: “Zullen we een cappuccino drinken in de tuinkamer?” Mijn hart maakt een sprongetje. Ze maakt cappuccino. Er liggen beschuitjes met aardbeien op het aanrecht. En even smelt alles weg. Even is er alleen maar liefde. Alleen maar rust. Alleen maar wij samen in aanbidding. Ik weigerde de slagroom — dat vond ik een tikje overdreven — maar dat moment was perfect. Ik weet: God zorgt voor mij, maar hier op aarde zorgt mijn vrouw ook voor mij. En dat geeft me zoveel vreugde.

En ik weet: wat zij zegt is waarheid. Daar hoef ik niet aan te twijfelen. Wij zijn één geest, één ziel, één lichaam. Samengevoegd door God. Maar buiten ons huis, daar is vaak strijd. Strijd om te zeggen: ik heb pijn. Strijd om duidelijk te maken: misschien is er iets mis met mijn nieren. En waarom wordt daar al weken niet goed naar geluisterd?

Maar dan stuur ik een mail. Eerlijk. Duidelijk. En ineens word ik gebeld door twee artsen. Mijn afspraken worden naar voren gehaald. En dan denk ik: is dat dan nodig? Moet het eerst zo ver komen?

Ik hoop vandaag op uitslagen. Ik hoop op duidelijkheid. Ik hoop op een goede scan. Ik weet dat God zegt: “Wees niet bezorgd.” Maar mijn lichaam zegt iets anders. En dan komt die pijnscheut en word ik herinnerd aan mijn ziekte. En toch… toch hoop ik iedere ochtend op een mooie dag. Een dag vol zon. Vol liefde. Vol blijdschap. Vol vrede. Zoals God het bedoeld heeft. En soms is dat gewoon in een beschuitje met aardbei. Of in een lied. Of in het feit dat ik er weer ben.

Ik blijf bidden. Tot de laatste dag. Voor genezing. Voor kracht. Voor Andrea. Dat zij ook iemand mag vinden om mee te praten. Een veilig mens. Een luisterend oor. Want dat heeft zij óók nodig.

En tot die dag… wandelen we hand in hand met God. En Hij maakt onze tranen tot vreugde.

Lukas 13:19

“Het Koninkrijk van God is als een mosterdzaadje dat iemand in zijn tuin zaaide. Het groeide uit en werd een boom, en de vogels van de hemel nestelden in zijn takken.”

Vader,

U kent mijn strijd.
U kent mijn vragen, mijn pijn, mijn hoop.
U weet hoe moeilijk het is om vriendelijk te blijven als alles in mij schreeuwt.
U weet hoe hard ik soms moet zoeken naar kracht om te blijven staan.

Dank U voor het kleine.
Voor een cappuccino.
Voor aardbeien.
Voor Andrea.
Voor het feit dat U mij draagt, dag aan dag.
Voor die stem van waarheid die zegt: “Ik ben erbij.”

Ik vraag U: geef genezing.
Geef rust.
Geef duidelijkheid bij de artsen.
Geef iemand naast Andrea.
Iemand die luistert. Die er is.

En boven alles: geef vrede.
Uw vrede.
Uw Koninkrijk, dat in het kleine begint
en uitgroeit tot een boom van leven.

Tot aan de laatste dag zal ik U loven.
En als het moeilijk is, zal ik het zachtjes doen,
maar ik zal U niet loslaten.

Amen.

Met liefde ❤️Ico

Goedemorgen

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *