Daar zitten we dan. Samen. In het theehuisje, of tuinhuisje, of zoals wij het noemen: ons tabernakel. Geen grootse plek. Geen drukte. Geen schijnwerpers. Maar wel heilig. Want hier ontmoeten we God. Hier vinden we rust. Hier luisteren we naar muziek die onze ziel streelt, naar woorden die ons hart raken. Hier, hand in hand, stil, biddend.
En vandaag bidden we opnieuw. Niet als gewoonte. Maar omdat we het nodig hebben. Omdat we verlangen naar kracht, rust en genezing. Vandaag is een bijzondere dag—twaalf mensen getuigen van uw liefde, Heer. Twaalf mensen die uw vrijheid gevonden hebben, die hebben ontdekt dat ze mogen opstaan, zelfs na een val. Zoals Wilma zingt: “Je bent vrij, ook als je valt.”
Die woorden raken, Vader. Want we wéten dat het waar is. Jezus pleit voor ons bij U. Dat is onze hoop. Onze zekerheid. En tegelijkertijd… is er die pijn. De ziekte die langzaam ruimte inneemt, de onzekerheid van medische fouten, de zorgen die binnenkomen als golven op een stille zee.
Soms voelt het alsof de ziekte alle aandacht krijgt. Alsof er geen ruimte meer is voor het verdriet van mijn vrouw. Voor de vragen van onze kinderen. Voor de gebrokenheid om me heen. Maar ik wil dat niet, Vader. Ik wil dat ook hun pijn gezien wordt. Hun moeite gehoord. Hun verdriet erkend. Want straks… als ik er niet meer ben, dan vallen zij achterover in een stilte. En dat is mijn angst, niet voor mezelf, maar voor hen.
Ik val niet in een gat. Ik val in uw armen. In de hemel. Maar zij blijven hier. Daarom vraag ik U: zegen Andrea. Zegen onze kinderen. Zegen onze kleinkinderen. Zegen de mensen die ons lief zijn. Geef hen schouders om op te leunen. Oren die écht luisteren. Harten die meevoelen.
Vandaag willen we de vreugde vieren van twaalf mensen die hun leven getransformeerd hebben. Laat het een feestdag zijn. Een dag waarop we een stukje hemel mogen proeven. Een dag waarop ik, al zit ik op rij één in het theater, U mag ontmoeten. U, die niemand stoort wanneer U binnenkomt. U, die me een knuffel geeft als een Vader.
Want U kijkt naar ons. Zoals een adelaar van grote hoogte het muisje op de grond ziet, zo ziet U ons. Uw blik is scherp. Uw oog rust op ons, zelfs als wij denken dat we te klein, te ver of te onbelangrijk zijn.
U ziet ons, Vader. En dat is onze troost.
Vertrouwen, Hoop en Overgave
“Vertrouw op de HEER met heel je hart, steun niet op je eigen inzicht. Denk aan Hem bij alles wat je doet, dan baant Hij voor jou de weg. Wees niet eigenzinnig, maar heb ontzag voor de HEER en mijd het kwaad. Het zal je lichaam verkwikken, je kracht geven als een verfrissend medicijn.”
— Spreuken 3:5-8
Met liefde ❤️Ico
Goedemorgen

Geef een reactie