“Kom tot Mij, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven.”

(Mattheüs 11:28)

Een rit naar herstel

Het was begin deze eeuw, ergens in 2001 of 2002, dat ik begon te werken bij Stichting Horeb een leefgemeenschap in Beekbergen waar mensen met verslavingen en gebroken levens samenkwamen. Een plek van strijd, maar vooral een plek van hoop en herstel. Mijn taak was het begeleiden van gasten die waren opgenomen, mensen die vochten tegen diepe pijn, verslaving en gebrokenheid. Horeb was ontstaan uit een eerdere stichting die failliet was gegaan; de structuur was losgelaten en de gasten hadden hun eigen regime gevormd. Het was een uitdaging om daar nieuw leven in te blazen, maar ik ging er met enthousiasme aan de slag, vertrouwend dat God er iets moois wilde doen.

Toen ik, afscheid had genomen bij Stichting De Hoop in Dordrecht — dat was in 2001 — gaf een gast, zoals wij de mensen noemden die daar verbleven, mij een brief. In die brief stond: “Wat jammer dat je weggaat. Ik zag je echt als een vader voor me. Je luisterde naar me en deed goed voor me. Ik was blij met je.” Dat raakte mijn hart. Zo’n brief blijft je bij. Het brak me ook een beetje — niet uit twijfel, maar vanwege het besef dat je een groep mensen, die je jarenlang hebt gekend, moet loslaten. En dan hoop je dat het goed met hen blijft gaan.

Diezelfde avond werd ik gebeld: de jongen die mij de brief had gegeven was weggelopen. Een gevoel van schuld overviel me. Had ik moeten blijven? Zou hij dan niet zijn vertrokken? Ik wist het niet. Een maand later hoorde ik dat hij zwaargewond was geraakt. Hij had een conflict gehad met een dealer en was van een balkon gegooid. Hij vertelde later dat hij in de val een reflex had gehad, waardoor hij net op tijd zijn lichaam draaide. Hij kwam op zijn benen terecht, maar die waren zwaar verbrijzeld.

Ik besloot hem te bezoeken in het revalidatiecentrum in Rotterdam. Wat ik aantrof, greep me aan. Het centrum stond gebruik toe, en hij was opnieuw begonnen met drugs. De littekens van zijn verleden en het gevoel van verlaten zijn drukten zwaar op hem. Toch kreeg ik op mijn hart om hem een keuze voor te leggen: “Wil je hier blijven en langzaam doodgaan, of wil je een nieuw begin maken?”

Ik bood hem een plek aan bij Horeb — een veilige en liefdevolle omgeving waar hij tot rust kon komen. Er was werk voor hem in de administratie, en ruimte om te herstellen zonder druk, maar wel met de duidelijke voorwaarde: stoppen met gebruiken. Hij stemde toe. Diezelfde avond reden we samen naar Horeb. De volgende ochtend stond hij al klaar bij het kantoortje: “We gaan ervoor.” We spraken veel, en ik zag hoe God hem daar begon te herstellen.

Hij ontmoette hij een vrouw, werd verliefd en trouwde. Ik mocht getuige zijn op zijn bruiloft — wat een zegen. Hij koos bewust voor Jezus, liet zich dopen, en samen kregen ze drie kinderen. Het gaat met vallen en opstaan, maar hij leeft. Hij is vrij. En God is erbij gebleven.

Daarom wil ik je dit meegeven: geef niet op. Wanneer iemand op het punt lijkt te vallen, blijf geloven in herstel. Bezoek hen. Bid voor hen. Wees trouw. Want juist door jouw aanwezigheid kan iemand leven kiezen. God werkt vaak door mensen, door kleine daden van trouw.

‘Wilt u mij aannemen als knecht?’ ” Zo ging hij op weg naar het huis van zijn vader. Die zag hem al in de verte aankomen en had erg met hem te doen. De man holde hem tegemoet, viel hem om de hals en kuste hem.’
‭‭Lucas‬ ‭15‬:‭20‬ ‭HTB‬‬

God ziet mensen van ver. En soms mogen wij Zijn voeten zijn, die naar hen toe snellen.

Met liefde ❤️ Ico

Goedemorgen

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *