Het was een winteravond in 2004. Ik was vrijwilliger bij Jeugd met een Opdracht, in Amsterdam, en één van de gebouwen waar we gebruik van maakten was de Kletf. Een van onze taken was om ’s avonds de straat op te gaan, richting de Wallen, om mensen uit te nodigen voor een korte overdenking. Zwervers en anderen konden dan even binnen zitten om op te warmen. Ze kregen koffie, wat koekjes, en soms een tasje met eten mee.
Tijdens zo’n avond sprak ik een man aan. Hij luisterde, maar zei eerlijk: “Ik heb gewoon honger.” Ik zei: “Weet je wat, laten we eerst wat te eten halen.” We liepen samen naar een shoarmatent, en ik zei dat hij mocht bestellen wat hij wilde. Hij koos het grootste broodje shoarma dat er was en een cola.
Teruglopend door de schemerige steegjes, met het broodje in zijn hand, hoorden we opeens iemand roepen: “Jan!” Onder een van die typische Amsterdamse trappen – met een paar treden omhoog naar de voordeur – zat een jongen verscholen in de V-vorm van de trap.
“Wat heb je in je hand?” vroeg hij.
“Een broodje,” antwoordde Jan.
Zonder aarzelen brak hij het broodje doormidden en gaf de helft aan hem.
Dat moment raakte me diep. Jan gaf van wat hij zélf nauwelijks had. Het herinnerde me aan dat ene moment in de tempel, toen Jezus toekeek hoe mensen gaven. Veel rijke mensen gaven uit hun overvloed. Maar toen kwam er een arme weduwe, die twee kleine muntjes gaf. Jezus zei:
“Ik verzeker jullie: deze arme weduwe heeft meer gegeven dan alle anderen. Want die anderen gaven iets van hun overvloed, maar zij gaf uit haar armoede alles wat ze bezat, alles wat ze nodig had om van te leven.”
— Markus 12:43-44 (NBV)
Zo leerde ik die avond: bij God gaat het niet om hoeveel je geeft, maar om het hart waarmee je geeft.
Met liefde ❤️ Ico
Goedemorgen

Geef een reactie