Er zijn dagen dat je in de spiegel kijkt en jezelf niet meer herkent. Niet alleen je gezicht, je ogen, je lichaam — maar ook de ziel erachter lijkt soms wat verdwenen. Wat je ooit vanzelfsprekend vond, is nu bedekt met waas: vermoeidheid, ziekte, vragen zonder antwoord.
Vannacht werd ik wakker. Twee uur, zes uur, acht uur. En terwijl ik daar lag, kwam er een lied in mijn gedachten. Niet meer dan één zinnetje, dat zich als een gebed herhaalde: “Hier ben ik Heer, zend mij.” Waarom juist dat lied, waarom juist die woorden? Ik weet het niet. Soms spreekt God tot ons in het herhalen van één enkel zinnetje. Als een fluistering die je ziel aanraakt op het diepst van de nacht.
En ik zong het. In mijn hoofd, in mijn hart. Alsof mijn lichaam sliep maar mijn geest wakker was. En ik dacht: “Heer, ik heb zo weinig te geven. Mijn lichaam verzwakt, mijn energie verdwijnt… en tóch, als U mij nog zenden wilt — hier ben ik.”
De dag begon opnieuw. Andrea en ik baden samen, zoals we elke ochtend doen. Voor onze kinderen. Voor onze kleinkinderen. Voor de dag die voor ons ligt. Dat gebed is ons fundament geworden — als ademhalen.
Ik ging naar buiten, naar de zon, die mijn hoofd voorzichtig raakte. Alsof God zelf even over mijn kruin streek. Een klein teken van leven, van warmte. En hoewel de bijwerkingen van de behandeling zich aandienden — tintelingen, misselijkheid — voelde ik dat ik niet alleen was. De zwakte was er, ja. Maar ook de nabijheid van God. Zoals Paulus zegt: “Wanneer ik zwak ben, dan ben ik sterk.”
Vandaag bad ik ook voor iemand anders. Iemand die mij appte in nood. Hij vroeg mij te bidden voor genezing, voor vrijheid. En ik dacht: hoe bijzonder is dat. Juist als je zelf lijdt, laat God mensen jouw pad kruisen om voor hen te bidden. Want Hij is nog niet klaar met je. Hij blijft je gebruiken. Zelfs vanuit het ziekbed. Zelfs in gebrokenheid.
Andrea hing lampjes op in de tuin. Ze gaan vanzelf aan als het donker wordt. En ik dacht: zo is het ook met Gods licht. Je hoeft het niet steeds zelf aan te doen. Het gaat aan in de duisternis. Op Zijn tijd. Op Zijn manier.
We praatten. Over de toekomst. Over het wonder waar we nog altijd voor bidden. Artsen zeggen: medisch gezien is genezing onmogelijk. Maar wij blijven pleiten. Want als God ingrijpt, blijven de artsen sprakeloos achter. En of het wonder nu hier op aarde komt of in de eeuwigheid — wij blijven geloven. God is niet gebonden aan prognoses.
Ik ben niet bang om deze aarde te verlaten. Maar ik ben wel bang om afscheid te nemen. Want de liefde is groot. En zolang die liefde in mij leeft, blijf ik bidden, blijven we hopen, blijven we leven.
Morgen is het zondag. De dag van samenzijn, van lofprijzing, van thuiskomen in Gods huis. Ik kijk ernaar uit — om God te aanbidden, Hem te ontmoeten, en samen met jullie Zijn vrede te proeven. Elke zondag is een voorproef van de eeuwigheid. En morgen is weer zo’n feest.
Vader in de hemel,
Dank U voor Uw nabijheid, zelfs in de nacht.
Dank U dat U spreekt, soms door één enkel zinnetje,
en dat U nooit zwijgt wanneer wij luisteren.
Heer, ik bid voor herkenning — dat wie zichzelf kwijt is,
U zal terugvinden in de spiegel van Uw liefde.
Ik bid voor kracht in zwakte, voor hoop in ziekte,
voor vrede in het loslaten en moed in het vasthouden.
Zend mij, Heer, zoals ik ben.
Gebruik mij — ook vandaag.
In Jezus’ Naam,
Amen.
Jesaja 6:8
“Daarop hoorde ik de stem van de Heer zeggen: Wie zal Ik zenden? Wie zal er voor ons gaan?
Ik antwoordde: Hier ben ik, zend mij!”
Laat dit zinnetje blijven zingen in je hart. Zelfs als je het niet begrijpt. Want misschien zingt God het ook naar jou toe: “Hier ben Ik… bij jou.”
In Christus verbonden,
Met liefde ❤️ Ico
Goedemorgen

Geef een reactie