“Kom tot Mij, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven.”

(Mattheüs 11:28)

Blijdschap te midden van strijd

Vanochtend gebeurde er iets onverwachts.

We werden pas om tien uur wakker. Dat is bijna ongekend. Meestal ben ik er vroeg bij — de eerste zonnestralen vangen, een kop koffie, een gebed in de stilte van de ochtend. Maar vandaag… vandaag liet mijn lichaam me slapen. En ik dacht: Heer, is dit genade? Samen wakker worden, nog even sluimeren in rust, veilig, gedragen.

De dag begon met verwondering.

Niet om wat ik moest doen. Niet om wat ik nog wil bereiken. Maar om het simpele feit dat ik leef. Dat ik ademde. Dat ik wakker werd in genade.

En alsof God het zo had gepland, kwam er daarna bezoek. Een vriend. Een broeder. Iemand met wie ik al vaker sprak, maar vandaag was er een andere toon in de lucht. Hij keek me aan en vroeg:

“Wie is Ico?”

Niet als beleefdheid. Niet als een opener. Maar als een vraag die landde in mijn ziel.

Even viel ik stil. Want wat zeg je dan?

Ben ik alleen een man met een naam? Een lichaam dat zwakker wordt? Een vader, een echtgenoot, een vriend?

Of ben ik dat kind van God, geroepen, gedragen, geliefd?

Ik had het makkelijk kunnen beantwoorden met een standaardzinnetje.

Maar ik besloot iets anders. Ik besloot eerlijk te zijn.

Ik vertelde hem niet uitgebreid over mijn verleden.

Mijn verleden is er — gebroken, verwond, soms verward.

Maar voor mij begon het leven pas écht toen ik Jezus ontmoette.

Niet op een rustige zondag in een kerkbank.

Maar op een donker moment.

Een moment waarin alles in mij schreeuwde:

“Heer, als U echt bent… als U wilt dat ik leef… laat het mij dan voelen. Want ik kan het niet meer alleen.”

Ik had geprobeerd sterk te zijn.

Ik had geprobeerd zélf een leven op te bouwen, zélf zin te geven aan de dagen.

Maar het lukte niet. Mijn kracht was op. Mijn ziel leeg.

En daar… dáár kwam Hij. Niet met donder en bliksem.

Maar met vrede.

Met rust.

Met die zachte stem die zei: “Ik ben bij je, Ico. Je hoeft het niet meer alleen te doen.”

Dat moment veranderde alles.

Toen begon mijn leven.

Toen werd ik geboren uit Geest en waarheid.

En vanaf dat moment ben ik op weg gegaan.

Naar gevangenissen. Naar inloophuizen. Naar mensen die net zo verloren waren als ik ooit was.

Zes jaar lang wekelijks gevangenissen bezoeken — niet als een plicht, maar als een vuur.

Want ik wist:

Als Hij mij heeft opgezocht, dan mag ik anderen ook opzoeken.

Niet met veroordeling. Maar met hoop.

Met het evangelie.

Met het hart van Jezus.

Vanmiddag kwam mijn dochter op bezoek.

Een moment van thuiskomen, van openheid.

We spraken over de ziekte.

Over hoe de toekomst onzeker is, en hoe we toch rust mogen vinden in het moment.

Ik mocht haar een kinderbijbel geven die ik zomaar vond in een kast.

Zomaar? Nee, niet zomaar.

Een geschenk, denk ik. Voor haar kinderen. Mijn kleinkinderen.

Dat zij zullen luisteren naar de verhalen die ooit ook mijn hart raakten:

David en Goliath.

Mozes bij de Rode Zee.

Daniel in de leeuwenkuil.

En de man van Galilea die water in wijn veranderde en over het water liep.

Ik hoop dat ze mogen weten dat geloof geen sprookje is.

Maar een anker.

Dat Jezus geen fabel is.

Maar de Redder.

Dat God niet ver weg is.

Maar zo dichtbij als een ademhaling.

Vanavond komen er vrienden uit de gemeente.

Ze komen mij bemoedigen. En ik hun.

We delen verhalen.

Want we zijn verbonden. Niet door bloed, maar door het kruis.

En dat is heilig.

Ik ben niet blij met mijn ziekte.

Laat dat helder zijn.

Ik verlang naar genezing, elke dag.

Maar ik ben wél blij met God.

Want ik weet: Hij draagt wat ik niet dragen kan.

Hij is de kracht in mijn zwakheid.

Hij is het licht op mijn donkerste momenten.

En als ik ’s avonds mijn hoofd op het kussen leg,

weet ik: ik ben veilig.

Wat er ook gebeurt.

Ik ben veilig.

‘Wees niet blij over mij, mijn tegenstandster, want hoewel ik ben gevallen, zal ik toch weer opstaan! Al zit ik in het donker, de Here zal voor mij een licht zijn.’

‭‭Micha‬ ‭7‬:‭8‬ ‭HTB‬‬

Vader in de hemel,

U kent mijn dagen. U kent mijn nachten.

U kent mijn strijd, mijn vreugde, mijn vermoeidheid, mijn hoop.

Dank U dat U mij draagt — ook wanneer ik struikel.

Dank U voor elke ontmoeting waarin Uw liefde zichtbaar wordt.

Zegen mijn dierbaren.

Laat mijn verhaal Uw verhaal zijn.

En leer mij elke dag te leven als Uw kind,

in vertrouwen, in overgave,

in vrede.

Amen.

Met liefde ❤️ Ico 

Goedemorgen

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *