De afgelopen dagen ervoer ik weer hoe mijn lichaam soms niet reageert zoals ik wil. Er is onrust, er zijn gevoelens die ik niet goed kan plaatsen. Soms denk ik: komt dit door mijn ziekte, door vermoeidheid, of door zorgen die blijven malen in mijn gedachten? Eergisteren stond ik bij het graf van een vriend. Het raakte mij diep dat er zo weinig mensen waren om hem de laatste eer te bewijzen. Het deed pijn om te zien dat er zo weinig blijvende relaties waren opgebouwd. Toch weet ik: God was erbij, God heeft hem liefgehad, en Hij heeft hem opgenomen.
Maar het zette me stil bij iets groters: wij hebben als mensen een opdracht gekregen.
Jezus zei:‘Want Ik had honger en u hebt Mij te eten gegeven. Ik had dorst en u hebt Mij te drinken gegeven. Ik was een vreemdeling en u hebt Mij in uw huis uitgenodigd. Ik had niets om aan te trekken en u hebt Mij kleren gegeven. Ik was ziek en u hebt Mij opgezocht. Ik zat in de gevangenis en u bent bij Mij geweest.”’
Mattheüs 25:35-36 HTB
‘Ik zal tegen hen zeggen: “Toen u dit voor één van mijn minste broeders hebt gedaan, deed u het voor Mij.”’
Mattheüs 25:40 HTB
Dat raakt mij. Want nog steeds herkennen wij Jezus in de ander. Daar waar leed is, daar waar pijn is, daar is Hij. Daarom bid ik dat wij de ogen van Jezus krijgen om te zien waar nood is, de oren van Jezus om te horen waar geroep klinkt, en de mond van Jezus om woorden van liefde en hoop te spreken.
We leven in een tijd waarin individualisme groot is. Vroeger stond je in de trein op voor een oudere, nu kijkt men vaak alleen naar zichzelf. Het doet mij pijn dat deze houding steeds meer in de samenleving zichtbaar wordt. En toch geloof ik: wij, als christenen, hebben een roeping om het verschil te maken. Niet door met een beschuldigende vinger te wijzen, maar door de blinddoek van mensen af te halen zodat ze kunnen zien waar de nood is.
Misschien voelt het soms als een druppel op een gloeiende plaat. “Wat helpt het nou, dat kleine beetje wat ik kan doen?” Maar bedenk: één druppel lijkt weinig, maar als we met elkaar druppels worden, dan vormt zich een rivier. En een rivier heeft kracht om het landschap te veranderen.
De Bijbel laat ons zien dat ongeloof genezing kan tegenhouden. In Jezus’ eigen woonplaats konden maar weinig wonderen gebeuren, omdat de mensen Hem slechts zagen als “de zoon van de timmerman” (Marcus 6:5-6). Hun ongeloof beperkte wat God wilde doen. Hoeveel te meer mogen wij nu, 2000 jaar later, geloven dat Zijn kracht nog net zo sterk is!
Daarom wil ik ons allen uitdagen en bemoedigen: stel jezelf telkens die vraag – Wat zou Jezus doen?
Hij zou niet wegkijken van de gewonde man langs de weg, maar – zoals de barmhartige Samaritaan – hem op zijn ezel zetten, hem verzorgen en zeggen: “Wat nog ontbreekt, betaal ik op de terugweg” (Lucas 10:35).
Wij mogen laten zien dat wij “geheel anders” zijn (Efeziërs 4:20-24). Niet gelijkvormig aan de wereld, maar vernieuwd door Gods Geest. Want de wereld heeft ons nodig. Niet omdat wij zoveel kracht hebben, maar omdat Christus door ons heen Zijn liefde wil laten zien.
En als wij samenkomen in geloof, als wij samen handelen in liefde, dan zijn wij geen druppels meer – maar een rivier die leven brengt.
Heer Jezus,
Dank U dat U ons ogen geeft om te zien, oren om te horen en een hart om lief te hebben. Vergeef ons als wij wegkijken van de nood om ons heen. Raak ons opnieuw aan met Uw Geest, zodat wij U mogen herkennen in de minste van onze broeders en zusters. Maak ons tot een rivier van liefde, een stroom van hoop in een dorre wereld. En laat ons niet vergeten dat U altijd bij ons bent, ook wanneer ons lichaam of ons hart onrustig is.
In Uw naam bidden wij,
Amen.
Met liefde ❤️ Ico
Goedemorgen

Geef een reactie