Het was vijf voor negen toen Andrea mij wakker schudde. Acht uur had ik geslapen — iets wat ik me haast niet meer kon herinneren. Acht stille uren. Een klein wonder. En ik bad: “Heer, vertraag de tijd even, zodat ik op tijd ben om thuis te komen.” Want thuis is voor mij ook de kerk. Niet een gebouw, maar een plek waar we samen God aanbidden. Waar liefde woont. Waar ik me welkom voel.
Toen we aankwamen, nog net op tijd, was het eerste wat iemand vroeg: “Wil je wat drinken?” Gewoon koffie, tijdens de aanbidding. En dat gebaar, die eenvoudige daad van liefde, raakte mij. Het was alsof God zelf mij bediende, midden in de lofprijzing.
De preek ging over de splinter en de balk — hoe we anderen snel oordelen en daarbij onszelf vergeten. De spreker had een spiegel bij zich, en dat beeld bleef hangen. Niet als een vermaning, maar als een uitnodiging tot liefde. Tot zelfreflectie. Tot genade.
De dag ging verder met kleine ontmoetingen: bij Martin en Els, waar de kinderen speelden in het zwembad — een kopje koffie, een bakkie soep….allemaal liefde. Daarna met Rebecca, Roger, Luna en Boaz. Luna straalde in haar nieuwe schoentjes, en Boaz kroop even lekker tegen ons aan. Pure liefde, doorgegeven van generatie op generatie. En zelfs tijdens een snel inkijkje in de Formule 1, voelde ik rust. Geen haast, geen druk.
’s Avonds nog een spontaan moment: hamburgers eten in Spakenburg met Chris. Gewoon praten, luisteren, dromen. Soms onverwacht, maar altijd waardevol. En bij Albert Heijn, kersen in de aanbieding — een laatste zoet moment van een dag die vol zat met zegeningen, niet gepland maar wel gestuurd.
In ons ‘tabernakeltje’ spraken Andrea en ik over de toekomst. Of beter gezegd: over het verlangen daarnaar. En ook over het verdriet dat sommige dromen misschien niet meer haalbaar zijn. Onze caravan aan zee, onze weekenden vol vrijheid. Soms voelt het als een zeepbel die uit elkaar spat. Maar zelfs dan… blijft het geloof. Blijft de hoop. Blijft het gebed.
Want we blijven ons uitstrekken naar een wonder. Want we weten dat God wonderen doet. Niet altijd zoals wij ze voorstellen. Soms stil. Soms onverwacht. Maar altijd vanuit liefde. En vandaag — zonder dat ik het doorhad — dacht ik geen moment aan mijn ziekte. Dat op zich is al een wonder.
Dus ja, ziekte is er. Maar het overwint niet. Het heeft mijn hart niet. Mijn hart is van God. En dat vult mij met vrede. Met verwachting. Met blijdschap.
“De HEER is mijn kracht en mijn schild, op Hem vertrouwt mijn hart. Ik ben geholpen, mijn hart jubelt van vreugde, ik loof Hem met mijn lied.”
— Psalm 28:7
Lieve Vader in de hemel,
Dank U voor de kleine wonderen van vandaag. Voor acht uur slaap. Voor koffie in de kerk. Voor handen die mij aanraken met liefde. Voor mijn gezin, mijn vrouw, mijn kinderen en kleinkinderen. Voor vrienden die langskomen. Voor kersen in de aanbieding.
Dank U dat U bij ons bent, in vreugde én verdriet.
Dank U dat wij ons mogen uitstrekken naar Uw genezing, naar Uw kracht, naar Uw wonder.
Help ons om U te blijven zien in elke stap, zelfs in dagen die moeilijk zijn.
Zegen ieder die dit leest of hoort met Uw liefdevolle nabijheid.
In Jezus’ naam.
Amen.
Met liefde ❤️ Ico
Goedemorgen

Geef een reactie