En dan word ik wakker.
Na een onrustige nacht. Ik denk dat ik wel zes of zeven keer wakker ben geweest.
Ik open mijn ogen en ik bid. Samen met mijn lief. Samen voor de dag die voor ons ligt. Ik hoop dat mijn lichaam genoeg energie heeft opgebouwd om het vol te houden.
We gaan samen naar de bidstond.
Het is fijn om daar te zijn. Samen met broeders en zusters, samen in Gods aanwezigheid. Tijd apart gezet, heilig.
Maar mijn lichaam protesteert. De energie is op.
Later heb ik een afspraak in het Toon Hermanshuis. Een gesprek met lotgenoten.
Tijdens het praten betrap ik mezelf… drie keer val ik in slaap.
En dan voel ik: ik red het niet. Mijn lief komt me ophalen en we rijden naar huis.
En onderweg merk ik hoe zwak ik ben.
Ik voel me niet sterk vandaag.
Misschien ben ik sterk in het geloof dat God dichterbij komt. Dat er steeds meer zicht komt op Zijn aanwezigheid en Zijn openbaringen. Maar fysiek…
Ik ben moe. Kapot.
Om twee uur ’s middags kruip ik in bed.
Wanneer ik wakker schrik en op de klok kijk – 18.37 uur – denk ik even dat het al ochtend is. Alsof ik weer de hele nacht heb geslapen. Maar gelukkig, het is nog avond.
Toch ben ik weer snel moe.
Mijn lichaam is uitgeput van het vechten.
Uitgeput van de chemo.
En het enige wat ik wil, is slapen.
Slapen dicht bij Gods hart.
Zijn openbaringen zoeken. Zijn liefde, Zijn trouw, Zijn geborgenheid.
Zodat ik me veilig voel. Zodat ik in Zijn armen kan kruipen.
En ik weet… Hij is dichtbij.
Elke dag prijzen wij Hem. Voor wat we meemaken, voor wat we horen en zien.
En morgen? Morgen is er weer een dag. Een dag waarop ik bezoek krijg, mag praten, en misschien weer iets zie van Gods aanwezigheid.
En dus zeg ik tegen mezelf:
Zelfs als ik wakker word,
zelfs als ik moe ben,
zelfs als ik niets voel – God is erbij.
Bij mijn lijden.
Bij mijn strijd.
Bij alles wat ik doe.
Mijn lief geeft me een ijsje. Een klein gebaar, een zegen.
Ondanks alles is het fijn om nog kleine dingen te kunnen doen.
En ik hoop… ik hoop dat mijn lichaam weer aansterkt. Dat de vermoeidheid weggaat.
Dat ik weer een stukje kan fietsen. Of iets leuks doen met mijn lief.
Maar voor nu leef ik van moment tot moment.
En ik roem in mijn zwakheid. Want dan ben ik sterk.
Dat zegt Gods Woord.
En Gods Woord is waarheid.
Hij is de waarheid, het leven, het water van hoop.
Alle hoop richt ik op Hem.
Nu. Vandaag.
Soms voel ik Hem niet.
Dan moet ik Hem met mijn verstand vertrouwen.
Dan weet ik: Hij is er. Juist als ik Hem niet voel.
En dat ervaar ik. Juist in mijn zwakte is Hij zo dichtbij.
Heer Jezus,
Dank U dat U bij mij bent.
In de nachten van onrust
en in de dagen van moeheid.
Als mijn lichaam niet meer kan,
en mijn geest het nauwelijks volhoudt,
dan bent U daar.
Dank U voor Uw Woord dat zegt:
“Als ik zwak ben, dan ben ik sterk.”
Niet door mijn eigen kracht,
maar door Uw genade.
Leer mij te rusten in Uw armen,
te vertrouwen met mijn verstand,
ook als mijn gevoel stil is.
Laat Uw vrede over mij komen,
Uw liefde mij dragen,
en Uw nabijheid mijn schuilplaats zijn.
Amen.
Met liefde ❤️ Ico
Goedemorgen

Geef een reactie