De dagen in het ziekenhuis zijn zwaar. Mijn lichaam wordt zwakker, de ademhaling moeilijker, en soms lijkt het alsof ik alleen nog vooruit kan door de medicatie die telkens wordt bijgesteld. Morfine, pufjes, medicijnen om te helpen. En toch… te midden van dit alles vertrouw ik erop dat God dit ook gebruiken zal, ten goede. Dat mijn leven, zelfs nu, een getuigenis mag zijn voor de mensen om mij heen.
Ik heb veel bezoek mogen ontvangen: mijn dochter met vriend en kleindochter, een vriendin die lekkere aardbeien meebracht, Marcel waarmee ik kon bidden en spreken over het leven en het leren loslaten. En dat loslaten doet pijn. Het doet mij verdriet om afscheid te nemen, om geliefden los te moeten laten. Toch weet ik dat het nodig is: om het niet vast te houden, maar in Gods handen te leggen.
De Bijbel zegt:
“Werp al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u.”
(1 Petrus 5:7)
En juist daarin mag ik rust vinden. Ik hoef niet alles vast te houden, ik hoef de controle niet te bewaren. God draagt mij, ook nu.
Begin van de avond kwamen vrienden met een bananensoes die niet mocht ontbreken — een klein stukje vreugde. Ook mijn dochter kwam, en samen huilden we om het loslaten. Het afscheid nemen valt zwaar. Maar toch weet ik: dit leven is niet het einde. Er wacht ons een eeuwigheid bij de Vader.
Paulus schrijft:
“Nu zien wij nog in een spiegel, in raadselen, maar straks van aangezicht tot aangezicht. Nu ken ik nog ten dele, maar dan zal ik ten volle kennen, zoals ik zelf gekend ben.”
(1 Korintiërs 13:12)
Straks in de hemel zullen we elkaar herkennen, hoe dat ook zal zijn. Mijn verlangen is groot om daar ook nog een gezin te mogen zijn, samen aan tafel, samen met mijn vrouw al onze kinderen. Hoe dat precies zal zijn weet ik niet, maar ik weet wel dat Gods liefde groter is dan wij kunnen bevatten.
Ik merk dat ik nog dingen wil afronden, dat er nog woorden zijn die gezegd moeten worden, zaken die ik wil nalaten. Maar boven alles geef ik het over aan God. Zijn liefde, Zijn genade en Zijn trouw zullen de weg wijzen.
“Ik ben ervan overtuigd dat lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid die over ons geopenbaard zal worden.”
(Romeinen 8:18)
Daar houd ik mij aan vast. En zo wil ik loslaten, niet in wanhoop, maar in vertrouwen. Want Hij die mij hier heeft gedragen, zal mij straks thuishalen in Zijn eeuwig huis, waar geen pijn, geen tranen en geen afscheid meer zullen zijn.
Heer, U kent mijn hart, mijn pijn en mijn verlangen. U weet hoe moeilijk het is om los te laten. Wilt U mij helpen om alles in Uw handen te leggen? Wilt U mijn geliefden troosten en hen dragen met Uw eeuwige armen? En wilt U maken dat mijn leven, ook nu, een getuigenis blijft van Uw liefde en trouw? Ik geef mijzelf, mijn heden en mijn toekomst in Uw handen. Amen.
Met liefde ❤️ Ico
Goedemorgen

Geef een reactie