“Kom tot Mij, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven.”

(Mattheüs 11:28)

Een dag vol glorie

“Want waar twee of drie in Mijn Naam bijeen zijn, daar ben Ik in hun midden.” – Mattheüs 18:20

Vandaag was een onstuimige maandag. Een dag met een lach en een traan, maar bovenal een dag waarin ik de glorie van God mocht ervaren. Al vanaf het begin voelde ik het: dit is geen gewone dag.

De ochtend begon met bijzonder bezoek. Een broeder, met wie ik samen mocht bidden. Bidden voor de dingen die spelen in het leven van een mens, ook in het mijne. Het raakte mij. Het drong diep door, en ik voelde: dit is goed. Ik vond het fijn, juist omdat ik me verbonden voelde, omdat ik de ander mocht dienen met mijn luisteren, met mijn gebed, en zelf ook bemoedigd werd.

Ik had te weinig tijd, want ik moest naar de tandarts. En eerlijk gezegd: normaal zie ik daar best tegenop. Maar vandaag werd ook dat moment anders. De tandarts kent mijn situatie en vroeg direct hoe het met me ging. En toen kon ik vertellen — over mijn ziekte, maar vooral over mijn geloof. Ik kon zeggen dat ik geloof in een God die geneest. Ik geloof nog steeds in wonderen. En ook dát kon ik getuigen, daar in die tandartsstoel. Het was alsof het licht ook daar even scheen.

En het hield niet op. ’s Middags was ik op de begraafplaats. Niet omdat ik een graf moest bezoeken, maar om dingen te regelen. En toch – juist dáár ontstond een gesprek. De beheerder vertelde over hoe het eraan toegaat als iemand overlijdt. En ik mocht vertellen over mijn vertrouwen in God. Ik zei: “Ik weet geen datum, die kan ik je niet geven. Want ik houd me niet vast aan wat een arts zegt, maar aan wat er in Gods Woord staat.” Ook dát voelde als een heilig moment. Het gesprek duurde veel langer dan gepland, maar het voelde veilig, echt, oprecht.

Toen ik samen met Andrea weer in de auto zat, stelde zij voor om naar het Israël Centrum te gaan. Voor een cadeautje. Maar daar werd ik verrast. Er was beveiliging bij de deur. Het voelde onrustig. Moet dat echt, zelfs hier in Nederland? Moet er beveiliging zijn voor wie openlijk voor Israël uitkomt? Dat raakte mij. Ik ben een Israël-freak – zo voel ik dat echt. Ik zie het Joodse volk als het volk van God. En als ik dan een Joodse man zie lopen, met zo’n muts en die krullen, dan raakt dat iets in mij. Het heeft iets bijzonders, iets heiligs.

We liepen naar binnen en toen hoorde ik dat er zometeen een rabbi zou spreken. Mijn nieuwsgierigheid werd gewekt. En ik bleef. Ik luisterde. En zijn verhaal raakte me. Over Joden die na de oorlog terugkwamen en hun huis bezet vonden. Over een opa die opticien was, zijn spullen uitleende – en alles kwijtraakte. En toen zei hij iets dat ik niet meer vergeet:
“Niet zes miljoen Joden zijn vermoord in de oorlog, maar één Jood – zes miljoen keer.”
En toen drong het pas echt tot me door. Zoveel lijden. Zo veel pijn. Zó dichtbij.

Na afloop was ik brutaal genoeg om hem een hand te geven. En hij glimlachte naar me. Het voelde alsof God zelf me even aanraakte in die handdruk.

En toch… ondanks alles, bleef er ook iets knagen in mijn hart.

Ik baal. Ik baal diep.
Want ik kan niet naar de bidstond.

Het ziekenhuis heeft precies op dat moment een afspraak ingepland. En dat raakt mij. Want het samen bidden, het samen aanbidden van God — dat is leven voor mij.
In die momenten leef ik op. Dan voel ik gemeenschap, eenheid, vreugde. Dan proef ik iets van de hemel. En als ik dat moet missen, doet dat pijn.
Want ik geniet van de mensen om me heen. Ik geniet van Gods aanwezigheid in de eenvoud van samen Zijn. En nu moet ik daar nee tegen zeggen. Dat maakt mijn hart verdrietig.

Toch wil ik blijven zegenen. Blijven hopen.
Ik wil jullie zegenen, op dinsdag.
Ik wens jullie een dag toe waarin jullie hart open mag blijven voor God.
Niet omdat ik dat wil, maar omdat ik weet dat Hij dan dingen zal laten zien die nu nog verborgen zijn.
Ik geloof dat Hij genezing brengt op Zijn tijd. Dat Hij rust geeft op momenten van onrust. Dat Hij onze gebeden hoort – ook als het stil lijkt.

En ik bid. Ik blijf bidden.
Voor mijn buren. Voor Israël. Voor ieder die lijdt, wacht, zoekt of vecht.
Ik bid voor het volk dat nog steeds strijdt voor het land dat God hun gaf.

“Om Sions wil zal ik niet zwijgen en om Jeruzalems wil zal ik niet stil zijn.” – Jesaja 62:1

En ik weet: met Hem ben ik meer dan een overwinnaar.
Dus ik hoef niets te vrezen.

Ik houd van jullie. Met heel mijn hart, heel mijn ziel, en heel mijn verstand.

Heer,
Dank U voor deze dag.
Dank U voor elke ontmoeting, elke traan, elke glimlach.
Voor de momenten waarin ik Uw liefde mocht delen, Uw vrede mocht voelen.
Heer, geef mij rust in het missen van wat ik liefheb.
Blijf dichtbij, in de bidstonden waar ik niet bij kan zijn.
Zegen allen die dit lezen.
Open onze harten voor U.
En laat Uw glorie zichtbaar worden – zelfs op dagen die stormachtig zijn.

In Jezus’ Naam. Amen.

Met liefde ❤️ Ico

Goedemorgen

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *