“Kom tot Mij, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven.”

(Mattheüs 11:28)

Categorie: Dagboek

  • Rijk door vriendschap – rijk door God

    Ik voel me rijk. Niet vanwege geld of bezit, maar omdat ik omringd ben door liefdevolle mensen. Vrienden die dichtbij ons staan, in vreugde en verdriet. Mensen bij wie ik mezelf mag zijn — in mijn ziekte, in mijn geloof, in het gewone leven. Ze luisteren, helpen, lachen, bidden. En ik hoef ze maar te bellen, en ze staan voor me klaar.

    Dat is genade. Dat is rijkdom. En daarvoor dank ik God.

    Want elf jaar geleden was dat anders. We voelden ons toen alleen, gekwetst, teleurgesteld. Vrienden waren weggevallen — door roddel, door misverstanden, door het leven zelf. We baden: “Heer, geef ons vrienden.” En Hij heeft gegeven. Sinds ongeveer vijf jaar genieten we van niet zomaar mensen, maar van echte, trouwe mensen. Vriendschappen waarin we geïnvesteerd hebben. En het is goed geworden.

    Juist nu, in een periode van ziekte, merk ik hoe waardevol deze relaties zijn. Hoe helend het is om te weten dat je er niet alleen voor staat. Hoe bijzonder het is als iemand je écht ziet. En ik weet ook: het is niet vanzelfsprekend. Niet iedereen heeft mensen om zich heen. Niet iedereen heeft een schouder om op te leunen, of iemand die gewoon zegt: “Zullen we koffie drinken?”

    Daarom raakt het me. Want binnen onze gemeente, in onze kerken, zijn er mensen die stil lijden. Mensen die naar een woord verlangen, naar een uitnodiging, naar gemeenschap. En wat zou het mooi zijn als wij de eerste stap zetten. Als we zeggen: “Hé, ik zie je. Zullen we elkaar leren kennen?” Geen ingewikkelde gesprekken, maar gewoon mens tot mens. De één praat graag over voetbal, de ander over de Bijbel. Dat is goed. Dat mag naast elkaar bestaan. Want Jezus woont in ons. We hoeven Hem niet te ‘spelen’ — Hij is er al. Zichtbaar, tastbaar, in hoe we leven en liefhebben.

    De Bijbel zegt in Handelingen 2:46-47:

    “Dagelijks kwamen ze eensgezind samen in de tempel, braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde. Ze loofden God en stonden in de gunst bij het hele volk. En elke dag bracht de Heer mensen bij hen die gered wilden worden.”

    Dát is kerk-zijn. Dát is de kracht van gemeenschap. Niet alleen op zondag, maar elke dag: samen eten, samen leven, samen Jezus volgen. Niet alleen met de mensen die we al kennen, maar juist ook met hen die in de schaduw staan.

    Misschien ben jij iemand die zich eenzaam voelt. Weet dan: je hoeft niet blijven waar je bent. Stap naar iemand toe. Vraag om hulp. Durf opnieuw te geloven dat er mensen zijn die om je geven — of willen geven. Of misschien ben jij degene die geroepen is om te zien. Om iemand te benaderen. Laat je dan leiden door God. Soms wijst Hij mensen aan die jij zelf zou overslaan. Zoals Jezus de tollenaar uitkoos, juist hem, om mee te eten. Jezus maakt geen onderscheid. Zijn liefde is voor iedereen.

    Laten we zo gemeente zijn. Laten we Jezus zichtbaar maken — gewoon door onszelf te zijn. Laten we deuren openen, harten openen, tafels openen.

    Want dan gebeurt er iets wonderlijks.

    Dan wordt de eenzaamheid doorbroken. Dan komt er vreugde. Dan komt er vrede.

    Vader in de hemel,

    Dank U wel dat U ons nooit alleen laat.

    Dank U voor de mensen die U om ons heen plaatst — als vriend, als broeder, als zuster.

    Dank U dat U deuren opent, ook waar wij dachten dat ze gesloten waren.

    Heer, geef ons ogen om te zien wie eenzaam is.

    Geef ons moed om naar hen toe te stappen.

    Laat Uw liefde door ons heen zichtbaar zijn — echt, warm, uitnodigend.

    En als wij onszelf alleen voelen, Heer, help ons dan om te geloven dat U ons ziet,

    en dat U mensen op ons pad zult brengen.

    Zegen Uw gemeente. Zegen ons allemaal met liefde, verbondenheid en diepe vrede.

    In Jezus’ naam.

    Amen.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen 

  • Een deken van liefde

    De zondag was een mooie dag. We stonden vroeg op, Andrea en ik. We luisterden samen naar Wilma, baden samen en dankten God. Niet alleen voor wat we al hadden ontvangen, maar ook voor wat nog zou komen. Want we hebben een God die voorziet, die met ons meegaat – ook als wij het nog niet zien.

    Toen we de kerk binnenkwamen, voelde ik het meteen: de Geest van God was daar. Hij zweefde over de mensen, vulde de aanbidding met Zijn aanwezigheid. Dat raakte me. Ik was blij, maar ook een beetje verdrietig. Want ik zat in mijn rolstoel. Ik kon niet meer springen, dansen, op mijn knieën vallen zoals vroeger. Toch was ik er. In mijn hart, in mijn geest, in mijn stem. En ik wist: God ziet dat. Hij kent mijn verlangen, Hij kent mijn lofprijs.

    Na de dienst sprak ik mensen uit de seniorengroep. We praatten, lachten, baden samen. Wat een zegen is het om te voelen dat je geliefd bent. Dat mensen je dragen in gebed, dat ze om je geven. Soms voel ik dat verdriet als mensen me aankijken – dat ze zien wat ik niet meer kan. Maar ik zie ook hun liefde. En dat doet me goed.

    ’s Middags dacht ik terug aan een boek dat ik gelezen had. Of eigenlijk, geprobeerd had te lezen. “Stel je de hemel eens voor” heette het. Eén verhaal bleef me bij: een man had een bijna-doodervaring en zag zichzelf in de hemel – gekleed in de kleren waarin hij zich op aarde het fijnst voelde. Dat raakte me. Want wat neem je mee, straks? Wat blijft er over als je alles achterlaat?

    Toen herinnerde ik me de liefdesdeken die we ooit maakten voor mijn schoonmoeder. Elk lapje een boodschap van liefde. En ik dacht: dat wil ik ook. Een deken vol woorden van mijn kinderen, mijn kleinkinderen, mijn vrienden. Een stukje aarde, dat meegaat naar de hemel. Andrea heeft hem gemaakt. Vandaag lag hij uitgestrekt over het bed, helemaal af. En ik keek. En ik huilde.

    Want wat een zegen, om nú al te lezen wat mensen voor me voelen. “Ik hou van je.” Zomaar drie woorden, maar ze betekenen alles. Die liefdesdeken is meer dan stof en draad. Het is liefde, tastbaar geworden. En als ik ooit ga – en alleen God weet wanneer – dan gaat die liefdesdeken met me mee. Want wat op aarde gezaaid is in liefde, zal in de hemel bloeien in eeuwigheid.

    Ik geloof in genezing. En ik bid ervoor. Maar ik geloof ook dat God groter is dan onze tijd. Groter dan een diagnose. Artsen spreken in jaren of maanden, maar God spreekt in eeuwigheid. En als Hij zegt: “Het is tijd,” dan weet ik dat ik thuiskom. In Zijn huis. In Zijn armen. Omringd door liefde – Zijn liefde, én die van jullie.

    Tot die tijd blijf ik leven. Blijf ik hopen. Blijf ik bidden. En blijf ik liefhebben. Want God is goed.

    ‘Een psalm van David. De Here is mijn herder, dus heb ik alles wat ik nodig heb! Hij laat mij uitrusten in een groene weide en wijst mij de weg langs kabbelende beekjes. Hij verfrist mijn innerlijk en leidt mij op de weg waar zijn recht geldt, tot eer van zijn naam.’

    ‭‭Psalmen‬ ‭23‬:‭1‬-‭3‬ ‭HTB‬‬

    Heer,

    Dank U voor het leven dat U geeft,

    voor de liefde die U laat zien,

    voor de vrede die U schenkt in storm en stilte.

    U bent onze Herder,

    onze Bron,

    onze Hoop.

    Zegen ieder die dit leest,

    met Uw aanwezigheid,

    Uw kracht,

    Uw liefde die nooit ophoudt.

    Of we nu dansen of zitten, zingen of zwijgen,

    U bent dichtbij.

    U draagt ons – hier op aarde en straks in de hemel.

    Amen.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen 

  • Tienduizend redenen om dankbaar te zijn

    Soms blijft een zinnetje hangen in je hoofd. Zo zag ik onlangs op de Facebook-pagina van Mozaiek de woorden:

    “Tienduizenden redenen om dankbaar te zijn.”

    En het bleef maar in me rondzingen. Tienduizenden? Zoveel? Zou ik er aan toekomen? Misschien twee-, drieduizend?

    Maar hoe langer ik erbij stilsta, hoe meer ik besef: ja, die tienduizenden redenen zijn er écht.

    Ik ben dankbaar voor het leven. Voor het feit dat ik niet alleen ben, maar één met God. Hij is bij mij, elke dag, onder alle omstandigheden. Wat een rijkdom is dat. Het herinnert me aan de woorden van Jezus:

    “Zoek eerst het Koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen je erbij gegeven worden.”

    — Mattheüs 6:33

    Dat is wat we doen, Andrea en ik. Iedere ochtend, als we wakker worden, zoeken we eerst Gods koninkrijk. Niet de haast van de dag, maar de rust van Gods aanwezigheid. Geen planning, geen drukte, maar eerst gebed, Zijn Woord, Zijn nabijheid. En dan stroomt de dag anders. Met blijdschap. Met vrede. Met hoop.

    Want ja, het leven is soms onzeker. De toekomst is soms mistig. Maar de hoop is zeker, omdat God zeker is. En in die zekerheid ontdek ik opnieuw:

    er is zoveel om dankbaar voor te zijn.

    Een ijsje op een terras. Een broodje onderweg. Een vriendelijk gezicht. Een gesprek dat raakt. De armen van Andrea.

    God die ons samenbindt, als een drievoudig snoer dat niet zomaar breekt (Prediker 4:12).

    En zelfs in mijn ziekte, zie ik reden tot dankbaarheid. Want wat een zegen dat ik in Nederland woon. Dat de zorg goed is. Dat ik niet hoef te betalen voor een chemokuur, of een steunkous die gewoon netjes opgestuurd wordt. Dat klinkt klein, maar het is groot.

    Want bij God werkt het ook zo: de rekening is al betaald. Niet door een ziektekostenverzekering, maar door Jezus Christus aan het kruis. Geen factuur, geen afrekening. Alleen genade.

    Dat is reden voor dankbaarheid.

    Dankbaar voor mijn kinderen, voor mijn kleinkinderen, voor mijn moeder. Voor de vrouw in de winkel die me herkende, me aankeek en zei:

    “Je straalt.”

    En dat ik weet dat het niet ik ben die straalt, maar Christus in mij. Want Hij verandert mij. Hij vormt mij. Hij maakt me steeds meer zoals Hij is.

    Iemand gaf me een kaart met de tekst: “Kijk in de spiegel en zie Jezus.” Wat een gave. Wat een genade.

    En ja, zelfs een dutje op de bank, als ik uitgeput ben van de chemo, is een geschenk.

    Een comfortabel bed beneden, dat klaarstaat.

    Een veilige plek.

    Een thuis.

    We kunnen denken aan wat we missen. Maar we kunnen óók denken aan wat we ontvangen. En dan zie ik het:

    Tienduizenden redenen om dankbaar te zijn.

    En één reden die alles overstijgt:

    God is bij ons. Hij is onze Vader. En wij zijn zijn kinderen.

    “Loof de HEER, mijn ziel, en vergeet niet één van zijn weldaden.”

    — Psalm 103:2

    Goede Vader,

    Dank U wel voor deze dag.

    Voor het leven dat U geeft, voor de adem in mijn longen, voor de liefde van Andrea, voor Uw vrede in ons huis.

    Dank U dat U onze zorgen kent en ons toch elke dag weer omringt met genade.

    Dank U dat U de rekening heeft betaald,

    dat we mogen rusten in Uw volbrachte werk.

    Help ons elke dag opnieuw Uw Koninkrijk te zoeken —

    niet uit plicht, maar uit verlangen.

    Laat ons stralen met Uw liefde,

    zodat anderen U mogen zien in ons.

    En leer ons, Heer, te blijven danken,

    voor die tienduizenden redenen die we soms bijna vergeten.

    U bent onze Reden.

    U bent ons alles.

    Amen.

    Met liefde ❤️ Ico 

    Goedemorgen 

  • Geef wat je hebt en zie wat God doet

    Stel je leeft 3.000 jaar geleden. Je bent alleen, met je kind. De droogte heeft alles kapotgemaakt. Geen regen, geen oogst. Alleen nog een handje meel en een beetje olijfolie. Je weet: dit is ons laatste brood. Daarna… niets meer.

    En dan komt er een vreemdeling. Hij zegt:

    “Maak voor mij eerst een brood.”

    Het is een vreemd verzoek. Schokkend zelfs. Waarom zou je jouw laatste beetje eten weggeven aan een onbekende?

    Maar deze vreemdeling spreekt met gezag. Hij spreekt namens de HEER. Hij belooft:

    “Het meel in de pot zal niet opraken en de olie in de kruik niet opraken totdat de HEER weer regen op de aarde laat vallen.”

    — 1 Koningen 17:14

    Die weduwe kiest ervoor om te geloven. Ze doet wat haar gevraagd wordt. En haar gehoorzaamheid wordt gezegend: elke dag is er weer meel en olie. Niet in overvloed, maar altijd genoeg.

    Hoe vaak horen wij Gods stem… en doen we niets?

    Misschien klinkt het gek in onze tijd. Maar eigenlijk leven wij ook vaak “op rantsoen”. Niet per se in eten, maar in energie, vertrouwen, geld, hoop. En juist dan horen we soms die stem: “Geef.”

    Geef van je tijd. Geef van je geld. Geef van jezelf.

    En hoe vaak zeggen wij:

    “Nu even niet, Heer. Ik heb het zelf nodig.”

    Maar dan missen we iets. Dan missen we niet alleen een moment van gehoorzaamheid — we missen ook de zegen die daarop volgt. Niet altijd materieel. Maar vaak geestelijk. In vrede. In vreugde. In het wonder van Gods voorziening.

    🙏 Een voorbeeld van nu

    Mijn vrouw stond gisteren in de Albert Heijn. Een oud mannetje wilde twee pakken koek afrekenen, maar zijn pinpas werkte niet meer. Mijn vrouw betaalde het. De caissière stond verbaasd. En die man, die wilde het teruggeven. Maar mijn vrouw zei:

    “Nee, gewoon genieten van de koekjes.”

    Zo simpel. Geen grote actie. Maar wel gehoorzaamheid aan die zachte stem van de Geest:

    Geef wat je hebt.”

    En soms vraagt God iets dat meer kost. Ik gaf ooit 25 euro op een conferentie — op geloof. Ik verwachtte een financiële terugkomst. Maar die kwam niet. Toch was er iets veel groters. Een vriend die ik naar Jezus had geleid, belde me:

    “Ik ben gedoopt!”

    Dat is de oogst. Daar is het feest — in de hemel. En op aarde in mijn hart.

    ‘Geef en u zult iets terugkrijgen, meer dan overvloedig zult u ervoor terugkrijgen. Met de maat waarmee u meet, zult ook u gemeten worden.’’

    Heer, leer ons te geven zoals U gaf.

    Niet pas als we overvloed hebben,

    maar juist als we leven van weinig.

    Laat ons niet terughouden uit angst,

    maar durven vertrouwen zoals de weduwe van Sarefat.

    Lucas‬ ‭6‬:‭38‬ ‭HTB‬‬

    Schenk ons een hart dat hoort

    en handen die gehoorzamen.

    Zodat uw zegen mag stromen,

    voor ons en voor anderen.

    In Jezus’ naam,

    Amen.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen 

  • Een dag vol zegen

    Soms gebeurt het zomaar – een dag die je hart verwarmt, je ziel oplicht, en waarin je als vanzelf voelt: dit is een geschenk van God. Zo’n dag was vandaag.

    We werden samen wakker, Andrea en ik. We baden. We haalden het gebed van gisteren in en legden de dag in Gods hand. En Hij deed iets met die dag. Michaël kwam langs. Vrienden die bleven lunchen. En wat begon als een gewone ontmoeting, werd een bijzondere tijd van eenheid. Een open hart, eerlijke woorden, wonderen die we mochten delen – over het leven, over lijden, over Gods trouw door de jaren heen.

    We mochten vertellen, luisteren, lachen, soms even stil worden. Maar we waren één. Eén in Hem. Zo’n eenheid voel je niet vaak. Maar vandaag was het daar – tastbaar, heilig bijna. En dat maakte ons blij.

    En dan, die kleine dingen die groots worden: samen met Andrea naar Amersfoort, een ijsje eten. Elkaar aankijken en weten: ik ben nog net zo verliefd als de eerste dag. Dat is liefde, die geworteld is in Christus. Een liefde die ziekte meedraagt, maar de hoop niet opgeeft. Die blijft danken, blijven liefhebben, blijven verwachten.

    De omstandigheden veranderen, maar onze God verandert niet. We hebben geleerd om het in Zijn handen te leggen – ook de ziekte, ook de uitslagen, ook de onzekerheid. We geven het aan Hem… en laten het daar.

    En wat overblijft is vrede. Vrede om de dag te eindigen met een glimlach. Om de ogen te sluiten, in vertrouwen dat God over ons waakt. En morgen? Morgen brengt Hij weer nieuwe genade.

             

              ‘De Here is wonderbaarlijk goed voor hen die op Hem wachten, voor wie naar Hem zoeken. Het is goed rustig te vertrouwen en te wachten op de hulp van de Here.’

    ‭‭Klaagliederen‬ ‭3‬:‭25‬-‭26‬ ‭

    Vader in de hemel,

    Dank U voor deze dag. Voor Uw trouw die elke ochtend nieuw is.

    Dank U voor vrienden, voor kinderen, voor broeders en zusters, voor Andrea.

    Dank U dat U onze harten samenbindt in liefde,

    en dat U ons elke dag opnieuw laat zien hoe groot U bent.

    Leer ons om U te blijven aanbidden – in vreugde én pijn.

    Om onze ogen op U gericht te houden,

    omdat U onze kracht bent, ons anker, onze hoop.

    Dank U voor Jezus, onze Redder.

    In Hem vinden we leven, genezing en eeuwige liefde.

    Amen.

  • Blijdschap te midden van strijd

    Vanochtend gebeurde er iets onverwachts.

    We werden pas om tien uur wakker. Dat is bijna ongekend. Meestal ben ik er vroeg bij — de eerste zonnestralen vangen, een kop koffie, een gebed in de stilte van de ochtend. Maar vandaag… vandaag liet mijn lichaam me slapen. En ik dacht: Heer, is dit genade? Samen wakker worden, nog even sluimeren in rust, veilig, gedragen.

    De dag begon met verwondering.

    Niet om wat ik moest doen. Niet om wat ik nog wil bereiken. Maar om het simpele feit dat ik leef. Dat ik ademde. Dat ik wakker werd in genade.

    En alsof God het zo had gepland, kwam er daarna bezoek. Een vriend. Een broeder. Iemand met wie ik al vaker sprak, maar vandaag was er een andere toon in de lucht. Hij keek me aan en vroeg:

    “Wie is Ico?”

    Niet als beleefdheid. Niet als een opener. Maar als een vraag die landde in mijn ziel.

    Even viel ik stil. Want wat zeg je dan?

    Ben ik alleen een man met een naam? Een lichaam dat zwakker wordt? Een vader, een echtgenoot, een vriend?

    Of ben ik dat kind van God, geroepen, gedragen, geliefd?

    Ik had het makkelijk kunnen beantwoorden met een standaardzinnetje.

    Maar ik besloot iets anders. Ik besloot eerlijk te zijn.

    Ik vertelde hem niet uitgebreid over mijn verleden.

    Mijn verleden is er — gebroken, verwond, soms verward.

    Maar voor mij begon het leven pas écht toen ik Jezus ontmoette.

    Niet op een rustige zondag in een kerkbank.

    Maar op een donker moment.

    Een moment waarin alles in mij schreeuwde:

    “Heer, als U echt bent… als U wilt dat ik leef… laat het mij dan voelen. Want ik kan het niet meer alleen.”

    Ik had geprobeerd sterk te zijn.

    Ik had geprobeerd zélf een leven op te bouwen, zélf zin te geven aan de dagen.

    Maar het lukte niet. Mijn kracht was op. Mijn ziel leeg.

    En daar… dáár kwam Hij. Niet met donder en bliksem.

    Maar met vrede.

    Met rust.

    Met die zachte stem die zei: “Ik ben bij je, Ico. Je hoeft het niet meer alleen te doen.”

    Dat moment veranderde alles.

    Toen begon mijn leven.

    Toen werd ik geboren uit Geest en waarheid.

    En vanaf dat moment ben ik op weg gegaan.

    Naar gevangenissen. Naar inloophuizen. Naar mensen die net zo verloren waren als ik ooit was.

    Zes jaar lang wekelijks gevangenissen bezoeken — niet als een plicht, maar als een vuur.

    Want ik wist:

    Als Hij mij heeft opgezocht, dan mag ik anderen ook opzoeken.

    Niet met veroordeling. Maar met hoop.

    Met het evangelie.

    Met het hart van Jezus.

    Vanmiddag kwam mijn dochter op bezoek.

    Een moment van thuiskomen, van openheid.

    We spraken over de ziekte.

    Over hoe de toekomst onzeker is, en hoe we toch rust mogen vinden in het moment.

    Ik mocht haar een kinderbijbel geven die ik zomaar vond in een kast.

    Zomaar? Nee, niet zomaar.

    Een geschenk, denk ik. Voor haar kinderen. Mijn kleinkinderen.

    Dat zij zullen luisteren naar de verhalen die ooit ook mijn hart raakten:

    David en Goliath.

    Mozes bij de Rode Zee.

    Daniel in de leeuwenkuil.

    En de man van Galilea die water in wijn veranderde en over het water liep.

    Ik hoop dat ze mogen weten dat geloof geen sprookje is.

    Maar een anker.

    Dat Jezus geen fabel is.

    Maar de Redder.

    Dat God niet ver weg is.

    Maar zo dichtbij als een ademhaling.

    Vanavond komen er vrienden uit de gemeente.

    Ze komen mij bemoedigen. En ik hun.

    We delen verhalen.

    Want we zijn verbonden. Niet door bloed, maar door het kruis.

    En dat is heilig.

    Ik ben niet blij met mijn ziekte.

    Laat dat helder zijn.

    Ik verlang naar genezing, elke dag.

    Maar ik ben wél blij met God.

    Want ik weet: Hij draagt wat ik niet dragen kan.

    Hij is de kracht in mijn zwakheid.

    Hij is het licht op mijn donkerste momenten.

    En als ik ’s avonds mijn hoofd op het kussen leg,

    weet ik: ik ben veilig.

    Wat er ook gebeurt.

    Ik ben veilig.

    ‘Wees niet blij over mij, mijn tegenstandster, want hoewel ik ben gevallen, zal ik toch weer opstaan! Al zit ik in het donker, de Here zal voor mij een licht zijn.’

    ‭‭Micha‬ ‭7‬:‭8‬ ‭HTB‬‬

    Vader in de hemel,

    U kent mijn dagen. U kent mijn nachten.

    U kent mijn strijd, mijn vreugde, mijn vermoeidheid, mijn hoop.

    Dank U dat U mij draagt — ook wanneer ik struikel.

    Dank U voor elke ontmoeting waarin Uw liefde zichtbaar wordt.

    Zegen mijn dierbaren.

    Laat mijn verhaal Uw verhaal zijn.

    En leer mij elke dag te leven als Uw kind,

    in vertrouwen, in overgave,

    in vrede.

    Amen.

    Met liefde ❤️ Ico 

    Goedemorgen

  • Mijn Dinsdag van Vreugde

    Soms denk ik: de dag kan niet meer stuk. En dat is dan ook echt zo. Iedere keer als ik naar de bidstond ga op dinsdagmorgen, word ik wakker met blijdschap in mijn hart. Want dinsdag is bidstont. En de bidstont – dat vind ik iets geweldigs.

    God groot maken, samen met anderen. Zijn aanwezigheid ervaren, in het zingen, het spreken, het bidden. We streven samen naar Hem. En dan voel ik het echt: God is hier. Het is prachtig om erbij te zijn. Zo mooi dat ik er alles voor aan de kant zet. Want wie is de nummer één in jouw leven? Voor mij is dat zonder twijfel: God.

    Hij heeft mij gemaakt zoals ik ben. Hij geeft me vreugde. Hij laat me voelen dat ik Zijn kind ben. En dat ik leven mag in gemeenschap met Hem – ook als ik ziek ben. Op de bidstond ervaar ik die gemeenschap ook met anderen. We willen allemaal dezelfde kant op: zoeken naar Gods wil, naar Zijn doel voor ons leven. We ontdekken welke gaven Hij heeft gegeven. 

    Regelmatig hoor je in/na een gebed: dit is verhoord! 

    Dat is bemoedigend. Het zijn kleine wonderen die wijzen op een grote God.

    God is mijn inspirator. Hij is degene die mij draagt. In mijn ziekte, in mijn zwakte, is Hij mijn kracht. En ik ben gewoon blij. Vrolijk ga ik naar huis. Dit keer na een gesprek met een broeder, mijn allergoedse vriend. Omdat we de liefde van Christus mogen delen. Niet veroordelend, maar bemoedigend. Grootmakend in liefde.

    Dat is voor mij het leven in Christus. Geen religie voor één dag in de week, maar leven met God – elke dag. Gemeente zijn is geen zondagsmoment, het is een levensstijl. De hele week God prijzen, samenkomen, bidden, en elkaar liefhebben. Zoals bij ‘Love to Meet’ – een groep senioren die om elkaar geeft, die samen op weg zijn. Ook dat is gemeente-zijn.(ook al kan ik er niet fysiek bij aanwezig zijn, middels de appgroep houden we elkaar op de hoogte en bemoedigen we elkaar)

    Dinsdag eindigde thuis met een vriend en zijn kids aan tafel, pannenkoeken met spek en kaas. Niet zelf gebakken hoor – Andrea deed dat. De kinderen smulden. En ik genoot. Want ik keek niet naar mijn ziekte, maar opende mijn hart en mijn huis. Ik had op bed kunnen blijven, niemand zou me kwalijk nemen. Maar God geeft me elke dag kracht. En daar ben ik Hem dankbaar voor.

    Iedere dag is waardevol. Iedere ontmoeting is een kans om te bemoedigen – of bemoedigd te worden. Dat is het leven in Christus. Niet oppervlakkig, maar vol. Niet alleen op zondag, maar altijd. Want God geniet van onze gebeden. En ik wil Hem blij maken. Met mijn leven, mijn ziel, en mijn verstand.

              ‘Here, ik prijs U met mijn hele hart. Ik vertel iedereen over de geweldige dingen die U doet. Ik loop over van blijdschap en vreugde dankzij U. Over U wil ik zingen, U bent God, de Allerhoogste!’

    ‭‭Psalmen‬ ‭9‬:‭2‬-‭3‬ ‭HTB‬‬

    Heer,

    Dank U voor de vreugde die U geeft, zelfs op de dagen dat mijn lichaam moe is. U bent mijn kracht. U bent mijn vreugde. Ik wil U aanbidden met heel mijn leven.

    Dank U voor de mensen om mij heen – voor de bidstond, voor Andrea, voor mijn broeders en zusters.

    Help mij om te leven in gemeenschap met U en met hen.

    Maak mij tot een licht, elke dag opnieuw.

    Tot eer van Uw Naam.

    Amen.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • De glimlach van Jezus in de spiegel

    Wat is de beste keuze in je leven geweest?

    En hou je eigenlijk van jezelf?

    Het zijn vragen die we zelden stellen, maar ze zijn diep en belangrijk. Want als je leert van jezelf te houden, leer je ook anderen lief te hebben – zoals God het bedoelt. Hij heeft jou gemaakt, precies zoals je bent. Zonder tekortkomingen in Zijn ogen. Jij mag jezelf accepteren. Dat is niet hoogmoedig. Dat is genade toelaten.

    “Jij bent een kind van God.”

    Jezus zegt niet: word eerst volmaakt – Hij zegt: “Kom zoals je bent.”

    En als je in de spiegel kijkt, hoop ik dat je een glimlach ziet. Niet alleen van jezelf, maar de glimlach van Jezus. Die zacht zegt: “Ik ben trots op je.”

    ‘Ik prijs U, omdat U mij zo prachtig hebt gemaakt. Alles wat U doet, is wonderbaarlijk. Alles in mij getuigt daarvan.’

    ‭‭Psalmen‬ ‭139‬:‭14‬ ‭HTB‬‬

    Vandaag was ik in het ziekenhuis. De cardioloog zei: “We stabiliseren je hart, maar we doen er verder niets meer aan.”

    En ik dacht: Gaat hij er nog van uit dat ik er over een half jaar ben?

    Maar ik weet één ding zeker: ik leef.

    In de herinnering van mijn vrouw. In het hart van mijn kinderen.

    En zolang ik hier ben, wil ik wandelen in de liefde van God. Zijn hart klopte eerst – en Hij laat het kloppen in mij. Tot Hij zegt: “Het is genoeg.”

    Ook al is mijn lichaam ziek, mijn ziel is vrij.

    Vrij om lief te hebben.

    Vrij om te geven.

    Vrij om mijn vervelende buurman uit te nodigen voor koffie.

    Waarom? Omdat ik Gods hart in mij draag.

    ‘Hij antwoordde: ‘Heb de Here, uw God, lief met heel uw hart, met heel uw ziel, heel uw kracht en heel uw verstand. En heb uw naaste net zo lief als uzelf.’’

    ‭‭Lucas‬ ‭10‬:‭27‬ ‭HTB‬‬

    Wat geef je vandaag aan God?

    Hoeveel tijd breng je met Hem door?

    Ben je echt een vertegenwoordiger van Jezus hier op aarde?

    Of leef je met jezelf in het middelpunt?

    God roept ons op om te offeren.

    Niet om iets te verliezen, maar om te ontvangen wat écht leven is.

    En als je worstelt, weet dan: God is je Genezer.

    Breng het naar het kruis.

    Laat het daar.

    En herhaal het niet, want telkens als je het terugpakt, maak je het offer van Jezus kleiner dan het werkelijk is.

    ‘Hij werd doorstoken en verbrijzeld ter wille van onze zonden. Hij werd zwaar gestraft zodat wij vrede konden hebben, Hij werd geslagen en daardoor werden wij genezen!’

    ‭‭Jesaja‬ ‭53‬:‭5‬ ‭HTB‬‬

    Kijk vandaag in de spiegel.

    En zeg: “God, wat hebt U mij mooi gemaakt. Ik ben van U.”

    Heer Jezus,

    Dank U dat ik Uw geliefde kind ben.

    Dank U voor het leven, voor elke dag die U geeft.

    Laat mij Uw glimlach zien als ik mezelf aankijk.

    Laat mij liefhebben zoals U liefhebt.

    Leer mij te offeren, niet uit plicht, maar uit overgave.

    Genees wat gebroken is, in mijn lichaam, mijn ziel, en in mijn relaties.

    Ik geef alles aan U, en ik laat het bij U.

    Want U bent genoeg.

    Dank U voor Uw liefde.

    In Uw naam bid ik,

    Amen.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen 

  • Samen zijn zoals God het bedoelt

    Het is zondagavond. De stilte valt over het huis, en in mijn hart weerklinkt de dag. Een dag die begon met gebed, met verwachting. We maakten ons klaar voor de plek die voelt als ons tweede thuis: de kerk. Een plek van ontmoeting. Een plek van aanbidding. Een plek waar God tastbaar is in het samenzijn.

    De dienst van vanochtend was bijzonder. Een koor van jong tot oud – van vier tot vierentachtig – zong tot eer van God. Het raakte me. Even vergat ik mijn ziekte. Even was ik geen patiënt. Ik was gewoon… kind van God, samen met mijn broers en zussen. En ik dacht aan die woorden uit 1 Korintiërs 12:

    “Het oog kan niet tegen de hand zeggen: ‘Ik heb je niet nodig.’ En het hoofd niet tegen de voeten: ‘Ik heb jullie niet nodig.’”

    We hebben elkaar nodig. Juist in de gemeente. Juist als lichaam van Christus. Niemand is overbodig. Niemand is te zwak. Niemand is te oud of te ziek om mee te doen.

    In die gemeenschap vind ik troost. In een knipoog, een hand op mijn schouder, een ‘goedemorgen’. In die kleine dingen openbaart zich iets groots: liefde. Eenheid. Vriendelijkheid. Dat wat de wereld vaak niet kent. In de wereld geldt vaak: ieder voor zich. Maar in Gods gemeente zijn we geroepen tot iets groters: tot samen.

    ‘U moet elkaars moeilijkheden en problemen dragen, dan voldoet u aan de wet van Christus.’

    ‭‭Galaten‬ ‭6‬:‭2‬ ‭HTB‬‬

    Vanmiddag dronken we koffie bij mijn moeder. Mijn zoon kwam langs. We praatten, we lachten, we waren samen. En vanavond wandelden we een stukje. Kleine dingen, die nu groots voelen. Omdat ze niet meer vanzelfsprekend zijn. Maar juist daarom zo kostbaar. Elke stap is genade. Elke blik is een geschenk.

    En toch… ik weet dat velen lijden. In stilte. Ziekte, rouw, depressie. Niet altijd zichtbaar. Maar God ziet het wel. En Hij roept ons op om te zien zoals Hij ziet. Om een kaartje te sturen. Een kop koffie aan te bieden. Een luisterend oor te zijn.

    ‘Wees blij met wie blij zijn en wees verdrietig met wie verdrietig zijn.’

    ‭‭Romeinen‬ ‭12‬:‭15‬ ‭HTB‬‬

    Gemeente-zijn is geen zondagse activiteit. Het is een manier van leven. Het is elke dag de keuze maken om elkaar lief te hebben, zoals Jezus ons heeft liefgehad. En als we dat doen, dan proeven we alvast iets van de hemel.

    Daar zullen we samen zijn.

    Daar zal geen pijn meer zijn.

    Daar zullen we God groot maken – voor altijd.

    Laat ons daarom nu al oefenen. In liefde. In eenheid. In samen zijn. Want we zijn gemaakt voor relatie. Met God. En met elkaar.

    ‘Al zijn we met velen, door onze verhouding tot Christus vormen wij samen één lichaam. En wij zijn stuk voor stuk leden van dat lichaam. Wij horen bij elkaar. De gaven die God ons heeft gegeven, zijn verschillend.’

    ‭‭Romeinen‬ ‭12‬:‭5‬-‭6‬ ‭HTB‬‬

     Heer onze God,

    Dank U voor deze dag,

    voor Uw aanwezigheid in het samen-zijn,

    voor de warmte van gemeenschap,

    voor Uw Woord dat spreekt in lied en stilte.

    Heer, geef dat wij gemeente mogen zijn zoals U het bedoeld heeft.

    Laat ons ogen hebben voor elkaar,

    oren die luisteren,

    en harten die kloppen van liefde.

    We bidden voor wie lijdt – zichtbaar of in stilte.

    We bidden voor kracht, voor troost, voor hoop.

    En boven alles: dat U centraal mag staan in alles wat we doen.

    U bent onze Vrede, onze Kracht, onze Redder.

    In Jezus’ naam,

    Amen.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen 

  • Hier ben ik, zend mij

    Er zijn dagen dat je in de spiegel kijkt en jezelf niet meer herkent. Niet alleen je gezicht, je ogen, je lichaam — maar ook de ziel erachter lijkt soms wat verdwenen. Wat je ooit vanzelfsprekend vond, is nu bedekt met waas: vermoeidheid, ziekte, vragen zonder antwoord.

    Vannacht werd ik wakker. Twee uur, zes uur, acht uur. En terwijl ik daar lag, kwam er een lied in mijn gedachten. Niet meer dan één zinnetje, dat zich als een gebed herhaalde: “Hier ben ik Heer, zend mij.” Waarom juist dat lied, waarom juist die woorden? Ik weet het niet. Soms spreekt God tot ons in het herhalen van één enkel zinnetje. Als een fluistering die je ziel aanraakt op het diepst van de nacht.

    En ik zong het. In mijn hoofd, in mijn hart. Alsof mijn lichaam sliep maar mijn geest wakker was. En ik dacht: “Heer, ik heb zo weinig te geven. Mijn lichaam verzwakt, mijn energie verdwijnt… en tóch, als U mij nog zenden wilt — hier ben ik.”

    De dag begon opnieuw. Andrea en ik baden samen, zoals we elke ochtend doen. Voor onze kinderen. Voor onze kleinkinderen. Voor de dag die voor ons ligt. Dat gebed is ons fundament geworden — als ademhalen.

    Ik ging naar buiten, naar de zon, die mijn hoofd voorzichtig raakte. Alsof God zelf even over mijn kruin streek. Een klein teken van leven, van warmte. En hoewel de bijwerkingen van de behandeling zich aandienden — tintelingen, misselijkheid — voelde ik dat ik niet alleen was. De zwakte was er, ja. Maar ook de nabijheid van God. Zoals Paulus zegt: “Wanneer ik zwak ben, dan ben ik sterk.”

    Vandaag bad ik ook voor iemand anders. Iemand die mij appte in nood. Hij vroeg mij te bidden voor genezing, voor vrijheid. En ik dacht: hoe bijzonder is dat. Juist als je zelf lijdt, laat God mensen jouw pad kruisen om voor hen te bidden. Want Hij is nog niet klaar met je. Hij blijft je gebruiken. Zelfs vanuit het ziekbed. Zelfs in gebrokenheid.

    Andrea hing lampjes op in de tuin. Ze gaan vanzelf aan als het donker wordt. En ik dacht: zo is het ook met Gods licht. Je hoeft het niet steeds zelf aan te doen. Het gaat aan in de duisternis. Op Zijn tijd. Op Zijn manier.

    We praatten. Over de toekomst. Over het wonder waar we nog altijd voor bidden. Artsen zeggen: medisch gezien is genezing onmogelijk. Maar wij blijven pleiten. Want als God ingrijpt, blijven de artsen sprakeloos achter. En of het wonder nu hier op aarde komt of in de eeuwigheid — wij blijven geloven. God is niet gebonden aan prognoses.

    Ik ben niet bang om deze aarde te verlaten. Maar ik ben wel bang om afscheid te nemen. Want de liefde is groot. En zolang die liefde in mij leeft, blijf ik bidden, blijven we hopen, blijven we leven.

    Morgen is het zondag. De dag van samenzijn, van lofprijzing, van thuiskomen in Gods huis. Ik kijk ernaar uit — om God te aanbidden, Hem te ontmoeten, en samen met jullie Zijn vrede te proeven. Elke zondag is een voorproef van de eeuwigheid. En morgen is weer zo’n feest.

    Vader in de hemel,

    Dank U voor Uw nabijheid, zelfs in de nacht.

    Dank U dat U spreekt, soms door één enkel zinnetje,

    en dat U nooit zwijgt wanneer wij luisteren.

    Heer, ik bid voor herkenning — dat wie zichzelf kwijt is,

    U zal terugvinden in de spiegel van Uw liefde.

    Ik bid voor kracht in zwakte, voor hoop in ziekte,

    voor vrede in het loslaten en moed in het vasthouden.

    Zend mij, Heer, zoals ik ben.

    Gebruik mij — ook vandaag.

    In Jezus’ Naam,

    Amen.

    Jesaja 6:8

    “Daarop hoorde ik de stem van de Heer zeggen: Wie zal Ik zenden? Wie zal er voor ons gaan?

    Ik antwoordde: Hier ben ik, zend mij!”

    Laat dit zinnetje blijven zingen in je hart. Zelfs als je het niet begrijpt. Want misschien zingt God het ook naar jou toe: “Hier ben Ik… bij jou.”

    In Christus verbonden,

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen