“Kom tot Mij, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven.”

(Mattheüs 11:28)

Auteur: Ico Abis

  • De Day After

    Daar zit ik dan. Op de donderdagmorgen. Ik noem hem de Day After. Misschien heb ik die naam al eens eerder gebruikt, dat weet ik niet precies, maar het is precies wat het is: een dag later.

    Een dag na weer een bezoek aan de oncoloog. Een dag na het horen van de uitslagen van mijn scans. En die waren niet goed. Alles in mijn lichaam — de gezwellen, de ziekte — laat zien dat het medisch gezien niet goed is. Niet goed genoeg voor genezing. En dat komt hard binnen.

    Ik had een mooi stuk voorbereid om vandaag te delen, maar dat bewaar ik. Want nu is het tijd voor iets anders. Voor eerlijkheid. Voor kwetsbaarheid. Voor een moment van stilstaan bij de keuzes waar ik voor sta.

    Ik zie mezelf niet op een kruispunt, maar op een T-splitsing. Een plek waar je niet meer rechtdoor kunt. Je móét een kant op. De opties zijn helder. Of ik kies voor chemo – niet als genezing, maar als verlichting – of ik word een proefpersoon voor een nieuwe behandeling waarvan niemand weet of die werkt. Een laatste poging die misschien de pijn verlicht, maar me ook kan afnemen wat ik nu nog heb: helderheid, bewustzijn, waardigheid.

    En terwijl ik daar sta op die T-splitsing, weet ik: God heeft me hier al eerder gebracht. En Hij heeft me voorbereid. Want de keuze had ik, diep vanbinnen, al gemaakt. Geen experimentele medicatie. Geen onzeker pad waarvan niemand weet waar het eindigt. Ik kies voor de chemo, met alle risico’s en bijwerkingen, in de hoop op wat verlichting. Eén keer in de drie weken, tot een maximum van tien keer.

    Ik vroeg de arts nog: kan ik nog op vakantie? Hij zei: We gaan kijken hoe je lichaam reageert op de eerste twee. Misschien kunnen we daarna een pauze inlassen. En ik dacht: misschien kan ik nog even de zee zien.

    De zee. Die geeft me een gevoel van vrijheid. Van oneindigheid. Van ademhalen. Van God.

    Daarom zei ik tegen Andrea: Lieve schat, zullen we na het ziekenhuis naar de zee rijden? En we gaan. Want het weer is mooi, en de zee roept.

    In mijn geest zie ik mezelf al met mijn voeten in het water staan. En ik hoor Jezus zeggen:

    “Kom tot Mij, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven.”
    En ik voel die rust. Midden in de storm. Midden in de onzekerheid. Voel ik zijn stem. Zijn hand. Zijn hart. Hij zegt: Kijk niet naar je situatie. Kijk vooruit. Kijk naar Mij.

    En dat doe ik. In het geestelijke zie ik een lange weg, een hemelse weg. Geen einde, maar een nieuw begin. Ik zie het venster van de hemel. En ik stel me voor dat God daar zit, op de troon. Hij ziet me. Hij zegt: Ben je daar? Heb je het gered? Heb je op Mij vertrouwd? Kom, ga zitten. Rust uit. Laat Mij je tranen wissen. Kijk eens om je heen – hoe mooi het is. Kijk, daar is de poort van Ruben, waar je je vrienden weer zult ontmoeten. Spoedig.

    Spoedig. Want bij God is er geen tijd. Spoedig is een knipoog. Een ademtocht. En dan – thuiskomen. Thuiskomen bij de Vader. Feestvieren met de heiligen. Niet meer gebukt onder ziekte, pijn, afscheid en verlies. Maar leven. Eeuwig leven.

    Tot die tijd blijf ik op deze weg. Op die T-splitsing waar ik al ben geweest. En ik bid dat jij, die dit leest, kracht mag putten uit deze woorden. Dat je weet: God is erbij. In de pijn, in de keuzes, in het afscheid. Hij is erbij. En Hij zegt:

    “Ik zal je dragen, alle dagen van je leven.”

    Wees gezegend, wees bemoedigd. En bid mee. Voor mij, voor elkaar, voor allen die lijden.
    Want God zegt: Ik hou van jullie.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • God zorgde zelfs voor mijn haar

    Er gebeurt veel als je ziek wordt. Je krijgt uitleg over medicatie, behandelingen, bijwerkingen—van alles en nog wat. In het begin van mijn behandeling tegen kanker, begon ik haren te verliezen. Geen kleine beetjes, maar hele plukken.

    En weet je, ik ben niet zozeer ijdel, maar wel zuinig op mijn haar. Mijn haar is lang. Ik knip het eigenlijk nooit. Dus toen het begon uit te vallen, maakte ik me zorgen. Ik bad: “Heer, als het kan… laat me alsjeblieft mijn haar houden.” Misschien lijkt dat een onbenullig gebed naast de ernst van kanker, maar voor mij was het belangrijk.

    Elke dag als ik mijn haar kamde, zag ik opnieuw plukken loskomen. En ik dacht: “Over een halfjaar heb ik niks meer op mijn hoofd.” Toch bleef ik bidden: “Heer, mag ik morgen weer mijn haar kammen?”

    En op een dag zag ik maar twee haartjes loskomen. De dag erna hetzelfde. En de haaruitval stopte. Het klinkt misschien klein, maar voor mij was het groot. God hoorde mijn gebed.

    Natuurlijk bid ik ook om genezing. Natuurlijk wil ik dat mijn lichaam weer gezond wordt. Maar dit liet me zien: God kijkt niet alleen naar wat ‘groot’ of ‘belangrijk’ lijkt. Hij kijkt naar het verlangen in je hart.

    En ja, medisch gezien ben ik er binnenkort niet meer. Maar ik ben niet bang. Want ik geloof: genezing gaat komen. Of hier op aarde, of straks in de hemel—maar ik weet zeker dat het gebeurt.

    Dat maakt me blij. Niet verdrietig, niet angstig. Want ik weet: God is bij me. Iedere dag. Ik voel Zijn aanwezigheid. Hij draagt mij, Hij ziet mij. Hij geeft mij kracht.

    Zoals er staat geschreven:

    “Maar wie de HEER verwachten, putten nieuwe kracht:
    ze slaan hun vleugels uit als arenden.
    Ze lopen, maar worden niet moe;
    ze gaan, maar raken niet uitgeput.”
    — Jesaja 40:31

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • Zonder “ja, maar”

    Het is dinsdag. De dag na Pinksteren. De Geest van God is uitgestort – toen, maar ook nu. Pinksteren is niet voorbij. We leven nog steeds in die tijd: de tijd van de Geest. Toch voel ik dat we vaak iets verliezen van die kracht. Niet omdat de Geest zwakker is geworden, maar omdat wij iets toevoegen… twee kleine woorden die veel kapotmaken: “ja, maar.”

    Ik hoorde ze weer, toen ik in gebed was. In gesprekken, in gedachten, in mezelf.
    “Ja, maar toen… gebeurde dit.”
    “Ja, maar nu… is het anders.”
    “Ja, maar jij snapt niet hoe ik me voelde.”
    “Ja, maar dat was niet mijn bedoeling.”

    Iedere keer weer ja, maar.
    Een uitvlucht.
    Een verdediging.
    Een pleister op het ongemak van waarheid.
    Een poging om onszelf staande te houden, zelfs als we aangesproken worden.

    En toch… als ik kijk naar Jezus, zie ik nergens ja, maar.
    Niet toen Hij werd verraden.
    Niet toen Hij werd vals beschuldigd.
    Niet toen mensen Hem volgden om verkeerde redenen.
    Niet toen ze Hem aan het kruis sloegen.

    Jezus zei niet: “Ja Vader, maar waarom ik?”
    Hij zei: “Uw wil geschiede.”

    Zijn ja was een ja.
    Zonder maar.
    Zonder voorbehoud.
    Zonder zelfverdediging.

    In de Bijbel klinkt dat verlangen ook naar ons:

    “Laat uw ja ja zijn, en uw nee nee.”
    (Mattheüs 5:37)

    God zoekt geen mensen met een verhaal.
    Hij zoekt mensen met een overgave.
    Geen “ja, maar” als antwoord op Zijn roepstem,
    maar een volmondig “ja, Heer”.

    Ik moet dat ook leren.
    Niet terugkeren naar oude excuses:
    “ja, maar toen…”
    “ja, maar ik voelde me…”
    “ja, maar ik wist niet…”

    Nee. Ik wil leven in het “ja” van het geloof.
    Niet zoeken naar verklaringen, maar rusten in vertrouwen.
    Niet redeneren, maar volgen.
    Niet verdedigen, maar luisteren.
    Niet wegrennen, maar buigen.

    Ik bid dat ik Gods hand blijf vasthouden,
    dat ik durf te kijken met Zijn ogen.
    Niet meer door mijn lens van twijfel of verleden.
    Maar door Zijn ogen van liefde, waarheid en genade.

    Want “ja, maar” is de taal van de afstand.
    Maar “ja, Heer” — dat is de taal van de liefde.

    ‘Als de lasten u drukken en u vermoeid bent, kom dan bij Mij. Ik zal u rust geven.’
    ‭‭Mattheüs‬ ‭11‬:‭28‬ ‭HTB‬‬

    Niet: “Kom tot Mij, tenzij je een ja, maar hebt.”
    Gewoon: kom.

    Heer,
    leer mij stoppen met “ja, maar”.
    Laat mijn hart niet langer verdeeld zijn.
    Geef mij een ja dat oprecht is,
    een ja dat blijft staan,
    een ja dat U eert.
    Laat mij niet terugkeren naar excuses van vroeger,
    niet schuilen achter redenen in het heden,
    maar leven in overgave, nu en morgen.
    Maak mijn ja een antwoord op Uw roep.
    Een antwoord dat blijft.
    In Jezus’ naam,
    Amen.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • Liefde vindt jou

    Daar zit je dan. Je kijkt wat televisie, en ineens komt er een tekst in beeld die blijft hangen:
    “Je hoeft niet op zoek te gaan naar de liefde, de liefde vindt jou.”
    Die woorden kwamen mijn hart binnen. En ik dacht: Hoe zit dat dan? Hoe moet ik dat zien, in Gods ogen? In mijn leven? In mijn huwelijk?

    Ben ik ooit op zoek geweest naar liefde? Ja, zeker. Ik denk dat ieder mens op zoek gaat naar liefde. Naar geborgenheid. Naar een arm om zich heen als het tegenzit. Naar een plek waar je thuiskomt. En diep van binnen geloof ik: dat verlangen is door God in ons gelegd.

    Vanmorgen sprak ik nog een mevrouw over iets dat hiermee te maken had. Haar verhaal blijft vertrouwelijk, maar het raakte me. Want ook zij — net als zovelen — is op zoek naar liefde. En dan komt die zin weer terug: Je hoeft niet op zoek te gaan naar liefde, want liefde vindt jou.

    En dan denk ik: Ja, dat is iets goddelijks.
    Want God is liefde. En Hij is op zoek naar jou. Niet om je te veroordelen, maar om Zijn liefde aan je te tonen.

    Ik weet dat in mijn eigen leven. In mijn huwelijk met Andrea. Hoe zij me aankijkt. Hoe een knipoog, een grapje, een warme hand op mijn schouder mij laat voelen: ik word liefgehad. Dat is geen toeval. Dat is genade. Liefde die mij gevonden heeft, juist toen ik ernaar op zoek was.

    En zo mag ik liefde geven aan mijn kinderen. Aan mijn kleinkinderen. Aan de mensen die ik ontmoet. Niet omdat ik zoveel heb, maar omdat ik ontvangen heb.

    Er is een Bijbeltekst die dit zo mooi samenvat:

    “Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Als iemand Mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik bij hem binnenkomen.”
    — Openbaring 3:20

    Liefde klopt. Liefde zoekt. Liefde vindt.

    Misschien lees je dit en denk je: Maar ik ben al zo lang alleen. Zó lang op zoek. Zó lang verlangend naar iemand die zegt: jij hoort bij mij.
    Dan wil ik je dit zeggen: laat je hoop niet varen. Want God zelf zoekt jou. In een blik, een woord, een aanraking. Soms heel klein. Soms overweldigend. Maar altijd echt. Want God is liefde. Geen liefdeloos principe, maar een levende Persoon. Hij is jouw Vader. Hij is jouw Redder. Hij is jouw Toekomst.

    Dus ja, ik geloof het:
    Je hoeft niet op zoek te gaan naar de liefde. Want liefde — God zelf — is al onderweg naar jou.

    Heer,
    Dank U dat U liefde bent.
    Dank U dat U mij gezocht hebt, nog voor ik U kende.
    Dank U dat Uw liefde zichtbaar werd in Jezus Christus.
    Ik bid voor ieder die dit leest en verlangt naar liefde,
    dat Uw liefde hen vandaag mag vinden.
    Dat deuren open mogen gaan.
    Dat harten geraakt worden.
    En dat er hoop opbloeit.
    In Jezus’ Naam.
    Amen.

    Met liefde ❤️ Ico
    Goedemorgen

  • Hoop tussen ruïnes

    Soms zijn er van die gesprekken, momenten waarin je met Andrea, nadenkt over wat je hebt meegemaakt, over hoe God werkt in gebrokenheid. Zoals laatst, na een begrafenis die zo mooi en liefdevol was georganiseerd. Toen kwamen de herinneringen terug. Aan Srebrenica. Aan Sarajevo.

    Ik was op reis in de omgeving van Srebrenica, waar duizenden moslims zijn gedeporteerd en vermoord. We bezochten een ziekenhuis, als je het zo mocht noemen. Beschimmelde muren, een stank van wanhoop, mensen zonder armen, benen, ogen – slachtoffers van een oorlog die geen genade kende. De staf deed wat ze kon, maar ze zeiden eerlijk: “We doen het niet goed.” Niet omdat ze niet wilden. Maar omdat ze niets hadden.

    Mensen vroegen me met tranen in hun ogen: “Kun je me meenemen naar een ziekenhuis in Nederland?” Ik kon niets beloven. En dat brak me.

    We waren daar als christenen, omringd door moslims die leden. De oorlog had diepe sporen achtergelaten. Buren werden vijanden. Flatgenoten moesten kiezen: ben je moslim of christen? De menselijkheid verdween in het stof van haat.

    Op straat renden tientallen kinderen om onze auto – voor een snoepje, een muntje. Kleine weeskinderen zonder toekomst. Niemand die hen opving. En ik dacht: waar zijn de handen van christenen? Wie durft te gaan?

    Er was een man – onze chauffeur – die tijdens de oorlog scherpschutter was geweest. Hij schreeuwde het uit boven de muziek: “Als ik beweging zag, schoot ik.” Met trots. En ik dacht: weet je wel wat je gedaan hebt? Weet je wie je geraakt hebt?

    In een park lagen twintig graven van jonge mensen, zestien tot twintig jaar. Ik kon alleen maar huilen. Hun levens, hun toekomst, weggerukt.

    En dan die oude man met zijn melkflessen. Acht uur lang stond hij in de vrieskou te wachten tot iemand zijn melk kocht. Eén fles verkocht hij. Misschien genoeg om een brood te kopen. Dat beeld blijft. Het doet pijn.

    Later hoorde ik over de rioolkinderen van Roemenië. Kinderen van zes die voor baby’s zorgen. Kinderen onder het bloed, verkracht, verwaarloosd, levend tussen poep en afval. Daar, onder de grond. En dan wil je roepen: “Jezus is er voor jullie!” Maar woorden zijn niet genoeg. Ze hebben daden nodig. Bescherming. Huizen. Liefde. Hoop.

    Ik geloof dat we geroepen zijn – jij, ik, als christenen – om niet weg te kijken. Niet alleen te bidden, maar ook te bouwen. De strijd aan te gaan. Niet met wapens. Maar met de wapens van het Koninkrijk: liefde, vergeving, genade.

    En ja, misschien was die reis “doelloos” in menselijke ogen. We konden geen zieken meenemen. Geen kerk stichten. Geen directe verandering brengen. Maar misschien waren we zaaiers. En misschien is dat genoeg.

    Ik bid dat die mensen, die kinderen, die vaders en moeders, Jezus hebben leren kennen. Misschien door een glimlach, een handdruk, een ontmoeting. Misschien door iets wat wij niet kunnen zien.

    We leven in een wereld vol ruis, vol onrust. Vol oorlog. Kijk naar Amerika. Kijk naar de spanningen hier in Nederland. Maar wij… wij hebben Jezus. En dat verandert alles. Want Hij heeft gezegd:

    “De Geest van God, de HEER, rust op Mij,
    want de HEER heeft Mij gezalfd
    om aan armen het goede nieuws te brengen.
    Heeft Mij gezonden om gebroken harten te verbinden,
    om aan gevangenen vrijlating te melden,
    en aan geketenden hun bevrijding;
    om het genadejaar van de HEER uit te roepen…”
    — Jesaja 61:1–2

    Dat is mijn hoop. Onze hoop. Dat Jezus komt. Dat Hij harten herstelt. Dat Hij recht doet aan wie vergeten zijn. En dat Hij eens – op die grote dag – zal zeggen: “Het is volbracht.” Net als op het kruis.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • Een dag met een traan, een dag met een lach

    Vanmorgen vroeg op. De wekker ging om kwart voor zeven. Maar wat ben ik dankbaar voor de nacht ervoor. Eindelijk sliep ik goed. Als een kind dat veilig in de armen van zijn Vader ligt. “Hij geeft het zijn beminden in de slaap” — dat vers schoot me door het hoofd. En inderdaad, ik voelde me gesterkt. Een nieuwe dag begon.

    Een dag waarin blijdschap en verdriet elkaar ontmoetten. Het begon met een bezoek aan het ziekenhuis. Twee MRI’s om te kijken hoe de kanker zich ontwikkelt. Woensdag volgt de uitslag. Maar dat was niet het hoogtepunt van de dag. Dat was de begrafenis die we daarna bezochten.

    Ja, een begrafenis. Maar zelden heb ik zo sterk Gods aanwezigheid gevoeld. De gezongen liederen, de kinderstemmen die zongen met een puurheid die je hart brak én verhief. Woorden van liefde, herinnering, hoop. Een kist volgeschreven met woorden van kinderen en volwassenen – een tastbaar spoor van liefde.

    Het leek meer op een hemelviering dan een afscheid. De Heilige Geest was voelbaar aanwezig. Alsof God zelf zachtjes zei: “Ik ben hier.” En ik dacht: zo wil ik dat straks ook. Geen ceremonie om de mensen te pleasen, maar een viering van het leven, vol van de liefde van God. Zoals ik met Andrea heb besproken: doe het uit liefde, doe het uit je hart, en doe het voor de Heer.

    En toch. Op de terugweg kwam het binnen. Het besef. Mijn eigen situatie. Mijn ziekte. Het lichaam dat achteruitgaat. De behandelingen die gestopt zijn. Alleen nog pijnbestrijding. Alleen nog rekken. En dan, onvermijdelijk, die ene dag — wanneer het afscheid komt.

    Het verdriet is reëel. De tranen zijn echt. Maar ook de hoop is echt. De blijdschap die blijft, ondanks alles. Want ik geloof in een God van wonderen. Een God van nabijheid. Een God die heelt, ook als het lichaam breekt. Een God die troost, ook als de pijn spreekt.

    En juist in zulke dagen — dagen vol contrast — proef ik de diepte van het leven. Dan voel ik hoe dicht de hemel soms bij de aarde komt. Dan besef ik opnieuw: we hebben de regie niet in eigen hand. We kunnen plannen maken, proberen te sturen. Maar de ware Dirigent is God. En als Hij de leiding heeft, dan weet ik: het komt goed.

    Wat ik hoop, is dat als die dag komt, ik in vrede mag gaan. Dat het goed is met de mensen om me heen. Dat er vergeving is — geen halve, maar volledige vergeving. Niet die ‘vergeving’ die nog steeds boos blijft, maar de vergeving die Jezus ons toonde aan het kruis: radicaal, kostbaar, en zonder voorbehoud.

    Want als we leren vergeven zoals Hij, dan leeft er liefde. Dan leeft er genezing. En dan leeft er hoop.

    Ik sluit af met een Bijbeltekst die me troost gaf, en die ik ook aan jou wil meegeven:

    “Voor alles wat gebeurt is er een uur, een tijd voor alles wat er is onder de hemel.”
    — Prediker 3:1

    Een tijd om te lachen.
    Een tijd om te huilen.
    Een tijd om afscheid te nemen.
    En een tijd om opnieuw te leven — bij Hem.

    Heer,
    U bent de Dirigent van mijn leven.
    U ziet mijn dagen, mijn zorgen, mijn vreugde en mijn verdriet.
    Dank U dat U mij draagt, zelfs als ik het niet voel.
    Geef mij de moed om te leven, de rust om los te laten,
    en het geloof om te blijven hopen op Uw belofte.
    Laat mijn leven, tot de laatste dag, een getuigenis zijn van Uw liefde.
    Amen.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • Het Wonder van Elke Dag

    Soms lijkt het alsof de woorden op zijn. Alsof je stilvalt, leeggeschreven. Alsof er niets nieuws meer in je opkomt. En dan — ineens — is er weer zo’n gedachte, een flits, een openbaring. Alsof God zachtjes fluistert: “Je hebt altijd iets te zeggen, zolang je Mij blijft zien.”

    Want er is altijd iets te vertellen over de liefde van God. Altijd een verhaal te delen uit Zijn Woord. Denk aan David die tegenover Goliath stond. Als kind hoor je dat verhaal en het blijft hangen — niet alleen om de slinger en de steen, maar omdat je iets voelt van de kracht van geloof. Of Mozes, staande aan de oever van een onmogelijke zee, en dan… splijt het water. God baant een weg waar geen weg is. Wat een macht, wat een genade.

    En dan denk je terug aan je eigen leven. Misschien geen zee die splijt, geen reus die valt — maar toch, wonderen genoeg. Dat je al die jaren veilig hebt gereden. Dat je vandaag wakker werd. Dat je elke avond thuis mag komen. Dat je ademhaalt. Dat er mensen van je houden. Dat God in je woont.

    Het zijn geen “kleine” wonderen. Ze zijn eenvoudig, ja — maar heilig in hun eenvoud.

    Gods wonderen zijn er elke dag. Soms in het groot, zoals een genezing of een diepe ommekeer. Maar vaak in het stille, in het alledaagse, in het feit dat we gedragen worden zonder dat we het altijd doorhebben. En dat mag je vertellen. Deel het. Laat anderen weten hoe groot God is — en hoe dichtbij.

    Want het grootste wonder is dit: dat God zélf in jou wil wonen. Dat Hij je niet als wees heeft achtergelaten, maar je Zijn Geest heeft gegeven. De Trooster. Degene die je helpt, draagt, bemoedigt. In verdriet én in blijdschap. In ziekte én in genezing. In elke ademtocht.

    Als je dat beseft, dat Gods Geest in jou leeft — dan is het leven geen verlies meer. Het is winst. Pure winst. En dat is genade.

    ‘De Oppermachtige Here is mijn kracht, Hij maakt mij lichtvoetig als een hert en brengt mij veilig over de bergen.
    ‭‭Habakuk‬ ‭3‬:‭19‬ ‭HTB‬‬

    Wat een belofte. Hij maakt je lichtvoetig, zelfs op ruige paden. Hij tilt je op boven de moeilijkheden. Hij laat je niet struikelen, maar voert je hoger — op Zijn kracht.

    Vader in de hemel,
    Dank U voor de wonderen, groot en klein.
    Voor de veiligheid onderweg, voor een warm bed, voor adem, voor leven.
    Dank U dat U in ons woont, dat U ons troost, leidt, en hoop geeft.
    Laat Uw Geest in ons krachtig zijn,
    Zodat we elke dag weer mogen opstaan in Uw liefde.
    Laat onze mond Uw daden verkondigen,
    En onze harten Uw vrede bewaren.
    Amen.

    Met liefde ❤️ Ico

    goedemorgen

  • In de achtbaan van het leven — met mijn ogen op Jezus

    Soms, als ik terugkijk op de dag, voel ik me rijk gezegend door de gesprekken die ik mocht voeren. Vandaag was zo’n dag. Een van die gesprekken was met een van de voorgangers die me dierbaar is — niet dat ik ze niet allemaal liefheb, maar met één deel ik iets extra’s. We ‘stoeien’ met woorden, laten ons hart zien, onze zorgen én ons verlangen.

    We spraken over de hemel. Over hoe daar geen tijd meer bestaat. Niet eens een vingerknip lang — dan is alles nieuw. De pijn voorbij. Het feest begonnen. En ja, dat feest: daar zien we naar uit. Aan die grote tafel, met z’n allen, met Jezus aan het hoofd.

    Maar ook spraken we over het leven hier. Over afscheid. Over pijn. En over hoop. Want wij weten: onze toekomst ligt niet in de handen van een arts, een diagnose, of een statistiek. Onze toekomst ligt in de hand van God.

    Later die dag had ik nog een gesprek. En ineens zei ik: “Ons leven lijkt wel een achtbaan.” Ik dacht eerst dat ik al in de rit zat. Je kent dat gevoel — je houdt je stevig vast aan de stang, want het gaat hard. Maar ik kwam erachter: ik was pas onderweg naar het hoogste punt. En dán begint het pas.

    Nu zitten we erin. Geen weg terug. Je kunt schreeuwen, protesteren, roepen dat je eruit wilt — maar dat gaat niet. Dus heb je een keuze: kijk je naar beneden, naar de scherpe bochten, naar wat fout kan gaan? Of houd je je blik gericht op Jezus?

    Want als je naar Hem blijft kijken, verandert alles. Dan zie je niet langer een woeste rit, maar een reis waarin je niet alleen zit. Dan voel je zijn hand, die jouw riem vasthoudt. Dan ontdek je dat je veilig bent, dwars door de storm heen. Niet omdat het rustig is, maar omdat Hij erbij is.

    Een dokter kijkt naar cijfers, naar beelden, naar gemiddelden. Maar God? Die kijkt naar je hart. Die kent je dagen, je angsten, je toekomst. En Hij zegt: “Ik ben er. Altijd. 24 uur per dag. Niet als een dokter die pas weer over twee weken belt, maar als Vader die nooit van je zijde wijkt.”

    Misschien zegt een arts iets over maanden of jaren. Maar wat zegt God? Dat je kostbaar bent. Dat Hij jouw levensdagen in zijn hand houdt. En als Hij zegt: “Je tijd zit erop, welkom thuis,” dan is dat ook genade. Dan eindigt de rit. De stang gaat los. En Hij zegt: “Kom, Mijn kind. Hier is je rust. Hier is je nieuwe lichaam. Hier ben Ik.”

    Dus wat de dag ook brengt — ik blijf vertrouwen. Ik blijf vragen stellen, ja. Maar ik krijg ook antwoorden. En daarom kan ik elke avond zeggen: “Dank U, Vader. Voor deze dag. Voor Uw nabijheid. Voor Uw trouw. Voor de hoop die nooit verdwijnt.”

    En zelfs als ik ’s nachts wakker word, weet ik: Hij is hier. Soms voel ik Hem. Soms ook niet. Maar ik weet het zeker: Hij is er. Niet omdat ik het altijd ervaar, maar omdat Hij het belooft. En dat is genoeg.

    Want Hij zegt:
    “Ik zal alle dagen van je leven bij je zijn.”
    En dat is de zekerheid waarop ik leef.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • Vrede in de vroege ochtend

    Vanmorgen werd ik vroeg wakker. Vijf uur. Rust in mijn hart. Geen angst, geen paniek. Ik lag stil, keek naar het plafond… en zong zachtjes in mijn hoofd. Niet hardop natuurlijk, want Andrea sliep nog. Ik bad. Ik bleef stil in Gods aanwezigheid.

    Om zeven uur ging de wekker. Andrea draaide zich om en vroeg: “Heb je geslapen?”
    Ik zei: “Jawel, maar ik was al om vijf uur wakker.”
    Ze vroeg: “Wat is er dan?”
    En ik kon alleen maar zeggen: “Ik weet het niet precies. Het was eigenlijk vredig. Ik heb gebeden.”

    Maar diep vanbinnen weet ik het wel. De uitslag van de oncoloog ligt op mijn hart. De gezwellen zijn gegroeid. De kuur heeft niet gewerkt. Nieuwe plekken. Nieuwe zorgen. En toch… ook nieuwe hoop. Nieuwe hoop in Christus.

    Ik voel me afhankelijk van Hem. Meer dan ooit. Niet als vlucht, maar als fundament. De hele dag ben ik met Hem in gesprek. Over mijn ziekte. Over het stoppen met de medicatie. Over de toekomst. De artsen zeggen: “Enkele maanden, misschien een jaar.”
    Dat is heftig. Maar ik klamp me niet vast aan hun woorden. Zij hebben kennis — maar God heeft het laatste woord.

    Ik heb vrede in mijn hart.
    Vrede met God.
    Vrede met bijna alle mensen.
    En vrede met het leven dat ik geleid heb — een leven in Zijn hand.

    Er zijn dingen gebeurd die pijn deden. Dat hoort bij het leven. Maar Gods hand heeft mij nooit losgelaten. Tegenslagen vormen ons. Niet door wat er gebeurt, maar door hoe we ermee omgaan. En ik weet: God is erbij. Altijd.

    De keuze die ik elke dag opnieuw maak is: blijf ik God danken? Blijf ik Hem vertrouwen?
    En het antwoord is: ja.
    Want Hij laat mij zingen.
    Hij laat mij danken.
    Hij is mijn doel: God prijzen, boven alle omstandigheden.

    Zoals het lied zegt:

    “Ik geef U mijn hart, ik geef U mijn ziel.”

    Dat is wat ik doe.
    Ik geef mijzelf aan Hem.
    En daarin vind ik rust.

    Ja, ik hoop nog lang te mogen blijven op deze aarde.
    Maar het afscheid nemen… dat blijft moeilijk.
    En toch: God geeft me elke dag de genade om het leven van vandaag te leven.

    En vandaag… was een goede dag.
    Ik was bij de bidstond. Er werd voor me gebeden.
    Voor mij, voor de leiders, voor de stichting.
    We vierden dat Cees jarig was.
    Er was gebed, er was gebak, en zelfs mijn fiets is gerepareerd.

    Ik belde wat vrienden. Deelde hoe het met me gaat. En ik voelde het opnieuw:
    Ik ben niet alleen.
    God is bij me.
    Hij draagt mij.
    Hij is mijn kracht.

    En dat gun ik jou ook.
    Laat bitterheid verdwijnen. Geef ruimte aan blijdschap.
    Laat Gods liefde door je heen stromen.
    Blijf geloven, ook in je pijn. Blijf bidden. Blijf hopen.
    Want wonderen bestaan.
    Soms in genezing van het lichaam.
    Vaak in genezing van de ziel.

    Ik ben dankbaar dat ik mag schrijven.
    Dat ik mag spreken.
    Dat ik mag bemoedigen, namens Hem.

    Blijf in God geloven.
    Blijf Zijn naam aanroepen.
    Hij is dichtbij.
    Hij heeft Zijn Geest uitgestort — om ons te troosten, te leiden, te versterken.
    We zijn geen wezen. We zijn geliefde kinderen van de Vader.

    “Ik laat jullie niet als wezen achter,” zegt Jezus,
    “Ik kom naar jullie toe.” (Johannes 14:18)

    “Ik zal juichen over de HEER,
    ik zal mij verheugen in de God die mij redt.
    GOD, de HEER, is mijn kracht,
    Hij maakt mijn voeten snel als hinden,
    Hij laat mij over bergen gaan.”
    – Habakuk 3:18-19

    Vader in de hemel,
    Dank U dat U zo dichtbij bent.
    Dank U dat U mijn hart vult met rust, zelfs als het stormt.
    U kent mijn lichaam, mijn ziel, mijn zorgen.
    U bent mijn hoop, mijn toekomst, mijn lied.

    Heer, zegen wie dit leest.
    Breng genezing — in lichaam, ziel en geest.
    Laat Uw vrede stromen.
    Laat Uw Geest werken.
    En leer ons:
    Te vertrouwen,
    Te danken,
    Te zingen — ook als het donker is.

    Want U bent goed.
    En Uw trouw is voor eeuwig.
    In Jezus’ naam.
    Amen.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • Woorden als bommen, liefde als schild

    Het is maandagochtend. De nacht was onrustig. De slaap brak halverwege af, ondanks medicatie. En je wordt wakker met een hoofd vol gonzen, alsof er vannacht een bommenwerper boven je hoofd cirkelde en elke paar minuten een bom liet vallen. Niet vernietigend, maar wel ontwrichtend. Alsof elk klein explosief een barst achterlaat, een krater in je hoofd slaat die je de hele dag voelt suizen.

    Je bidt. Je zoekt de vrede van God. En ergens — ondanks alles — voel je dat Hij er is. Maar niet dichtbij. Alsof er een barrière is. Een mist tussen Hem en jou. Misschien door woorden. Misschien door wonden. Maar Hij is er. En zijn liefde wijkt niet.

    Er zijn momenten dat je denkt: “Ik zeg er wat van. Ik leg het uit. Ik zet het recht.” Maar God fluistert: “Houd je mond. Laat Mij spreken.”
    Want de neiging om te reageren als het pijn doet is menselijk. Maar de kracht om te zwijgen, dat is hemels.

    Je hebt het zelf ervaren — hoe woorden kunnen veranderen als het weer. Eerst warmte, vriendschap, zelfs lachen. En ineens een koude wind. Een opmerking die binnenkomt als een zwaard. En dan voel je je als een discipel die Jezus hoort zeggen: “Ga weg achter Mij, satan.”
    Niet omdat die ander je vijand is, maar omdat het onzichtbare zich plots zichtbaar maakt: de geestelijke strijd. De boze die fluistert, voedt, manipuleert. Die nestjes wil bouwen in je hoofd.

    Zoals een vogeltje op je hoofd landt. Je hebt een keuze: laat je het nestelen? Of stuur je het weg?
    Woorden zijn net als dat vogeltje. Blijf je het herhalen? Herkauwen? Of zeg je: “Wegwezen, dit is heilige grond!”

    Of als een tube tandpasta. Je weet pas wat erin zit als je knijpt. En God — of het leven — knijpt soms. Niet om je pijn te doen, maar om te laten zien wat er diep vanbinnen zit. Komt er frisheid uit je woorden? Of bitterheid? Is het een balsem? Of een gif? Want pas onder druk toont de mens zijn ware inhoud.

    De tong, zegt de Bijbel, is het kleinste deel van het lichaam, maar kan een hele wereld in brand zetten (Jakobus 3). Eén zin. Eén fluistering. En de vlammen slaan over naar harten, relaties, kerken, gezinnen.

    En jij? Je kiest ervoor om niet mee te spelen in dat spel. Je kiest liefde.
    Zelfs voor je vijanden.
    Zelfs als ze jou kruisigen met hun woorden.
    Omdat Jezus ook zei: “Zegen wie je vervloekt. Heb je vijanden lief.”

    Dat is geen zwakte. Dat is kracht. Hemelse kracht.

    We leven in een tijd waarin het oordeel sneller klinkt dan het gebed. Waarin veroordeling boven vergeving lijkt te staan. Waarin mensen nog steeds, net als dat meisje, dertig jaar kunnen lijden onder één vloekwoord van een kerkelijke leider die zei: “Je bent een zonde.”

    Maar God zegt:
    “Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen.”
    En:
    “Zoals je oordeelt, zo zal over jou geoordeeld worden.”
    En:
    “Wie vergeeft, zal vergeven worden.”

    Dus laten we onze tong heiligen. Laten we onze woorden wegen op Gods weegschaal. Want woorden zijn geen luchttrillingen — ze zijn geestelijk. Ze scheppen leven, of ze brengen dood.

    En jij?
    Jij kiest leven.
    Jij kiest liefde.
    Jij kiest Jezus.

    Vader in de hemel,
    U ziet ons hart. U kent onze gedachten.
    U weet hoe diep woorden kunnen snijden — hoe zwaar de geestelijke strijd is.
    Maar U bent groter dan elk oordeel, sterker dan elke pijn.
    Heer, leer ons om te zwijgen waar we geneigd zijn te snauwen.
    Leer ons om te bidden waar we willen beschuldigen.
    Om lief te hebben waar we verwond zijn.
    Geef ons de kracht om het vogeltje van veroordeling weg te sturen,
    en de Geest van vrede in ons hart te verwelkomen.

    Help ons, Heer, om met onze woorden licht te brengen.
    Om te zegenen in plaats van te vloeken.
    Om waarheid te spreken — maar altijd in liefde.
    En wanneer wij onder druk komen te staan,
    laat dan Uw goedheid uit ons stromen.
    Zoals een frisse tandpasta — levend water uit een geheiligd hart.

    In de naam van Jezus,
    Amen.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen