“Kom tot Mij, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven.”

(Mattheüs 11:28)

Auteur: Ico Abis

  • God Geneest – Op Zijn Manier

    “Dit is de dag die de HEERE gemaakt heeft, laten wij juichen en ons verheugen op deze dag.”
    Elke dag is een nieuwe kans. Een nieuwe zonsopgang, een nieuw begin, een nieuwe ontmoeting met Gods liefde. En vandaag – vandaag is zo’n dag. Een dag vol verwachting. Een dag om te beginnen met gebed. Een dag om te beginnen met God.

    Want morgen, in het theater De Brede Beek, mogen we luisteren naar twaalf krachtige getuigenissen. Twaalf levensverhalen waarin God tastbaar werd. Waarin Hij mensen aanraakte, genas, bemoedigde, en nieuw leven gaf. Verhalen waarin God niet alleen sprak, maar ook handelde. Soms wonderlijk en onverwacht. Soms juist heel gewoon – door de handen van een arts, de woorden van een hulpverlener, of de liefde van een onbekende.

    En dat bracht me vanmorgen terug bij een eenvoudig, maar diep verhaal dat velen misschien kennen.

    Er was eens een man. Er kwam een overstroming. Het water steeg. En hij klom op het dak van zijn huis. “God,” bad hij, “red mij alstublieft.”

    Even later kwam er een roeiboot langs. “Stap in!” riep de schipper.
    “Nee,” zei de man. “Ik wacht op God.”

    Het water steeg verder. Een motorboot kwam. “Meneer, kom aan boord!”
    “Nee,” zei de man. “God zal mij redden.”

    Het water kwam tot zijn borst. Toen kwam er een helikopter. Een ladder werd naar beneden gegooid. “Grijp de ladder!”
    “Nee,” zei de man. “God zal mij redden.”

    De man verdronk. In de hemel zei hij tegen God: “Heer, ik heb op U vertrouwd. Waarom heeft U mij niet geholpen?”
    God antwoordde: “Ik heb je een roeiboot gestuurd. Een motorboot. En een helikopter. Waarom heb je die niet aangenomen?”

    Hoe vaak verwachten wij Gods hulp op een bepaalde manier, en missen wij de uitgestoken hand die Hij zendt in een vorm die wij niet verwachtten?

    God geneest, jazeker. Maar Hij doet dat op Zijn manier. Hij gebruikt mensen. Hij gebruikt dokters, chirurgen, psychologen, hulpverleners. Hij gebruikt gesprekken. Hij gebruikt zelfs een hand op je schouder, een woord van troost, een onverwachte ontmoeting. Waarom zouden we dan bang zijn om hulp te zoeken? Om naar een dokter te gaan? Dat doen we niet uit angst, maar juist uit vertrouwen – omdat we geloven dat God deze mensen heeft toegerust met wijsheid, kennis en mededogen.

    Iedere getuigenis van morgen is een verhaal van hoop. Sommigen zijn bevrijd van verslaving, sommigen hebben genezing gevonden na lange strijd, anderen hebben de vreugde teruggevonden na diepe duisternis. En allen hebben God ontmoet – soms via een gebed, soms via een mens. Maar altijd door Zijn hand.

    Dus laten we de ogen van ons hart openen. Laten we niet alleen omhoog kijken, maar ook om ons heen – naar de mensen die God op ons pad stuurt. Laten we verwachten van Hem, maar ook herkennen wanneer Hij tot ons komt in de vorm van een ander.

    ‘Maar gelukkig is de man die op de Here vertrouwt en al zijn geloof en hoop op Hem richt. Hij lijkt op een boom die aan een rivier staat, een boom die geen last heeft van de hitte en niet lijdt onder maandenlange droogte. Zijn bladeren blijven groen en hij blijft vrucht dragen.’
    ‭‭Jeremia‬ ‭17‬:‭7‬-‭8‬ ‭HTB‬‬

    Heer, dank U wel voor deze dag.
    Dank U voor elke nieuwe ochtend, voor de hoop die U geeft, voor de mensen die U op ons pad brengt.
    Leer ons om Uw stem te herkennen – ook als die komt via een dokter, een vriend, een onbekende.
    Geef ons geloof om te blijven verwachten, en wijsheid om Uw leiding te herkennen in het gewone.
    We bidden voor de getuigenissen van morgen – dat ze harten mogen raken, zielen mogen helen, en geloof mogen ontsteken.
    Gebruik ons, Heer, om Uw liefde uit te delen. Maak ons tot Uw handen en voeten.
    En laat ons elke dag opnieuw Uw trouw en goedheid zien.

    In Jezus’ naam. Amen.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • Niet op eigen kracht, maar geleid door Zijn Geest

    Het is inmiddels zo’n vierentwintig jaar geleden. Ik werd uitgenodigd om te spreken op een jeugdconferentie. Jongeren van vijftien tot achttien jaar zouden er zijn, een volle zaal. Met een vol leven, een drukke agenda en misschien ook wat gemakzucht, dacht ik: dat komt wel goed. Ik nam nauwelijks de tijd om me voor te bereiden. “Ik doe het wel even,” dacht ik. Ik zou wel op het moment zelf zien wat ik moest zeggen. Ik vertrouwde erop dat God me wel zou leiden — zonder dat ik zelf ook maar enige moeite deed om me klaar te maken.

    De dag van de conferentie brak aan. We begonnen met aanbidding: zingen, mijn hele lichaam gebruiken om God te eren — dat maakt me altijd blij. Maar diep vanbinnen voelde ik de spanning. En toen kwam het moment: “En nu geven we het woord aan Ico.”

    Ik stapte het podium op. En toen… kwam er niks. Geen geluid. Geen stem. Geen enkel woord. Ik stond daar, stil. Ik opende mijn mond, maar er kwam geen klank uit. Een soort verlamming. Paniek borrelde op. Ik was sprakeloos — letterlijk en figuurlijk. Oudsten van de conferentie zagen mijn strijd en kwamen naar voren. Ze baden voor me: “Heer, geef hem woorden. Geef hem zijn stem terug.” En terwijl ik mijn ogen sloot, hoorde ik het fluisterend in mijn hart:
    “Als je onvoorbereid komt, als je denkt het zelf te kunnen, dan zal je merken dat je niks kunt zonder Mij.”

    Wat een confronterend moment. God toonde mij daar Zijn waarheid:

    “Zonder Mij kun je niets doen.” — Johannes 15:5

    Een les die ik nooit meer ben vergeten. Niet omdat God mij liet vallen, maar omdat Hij me wilde optillen — door me te leren wat echt vertrouwen is. Vertrouwen is geen gemakzucht. Vertrouwen is niet: “Ik doe het wel, en God vult wel aan.” Vertrouwen is: “Heer, ik heb U nodig. Help me om me goed voor te bereiden. Geef me Uw woorden, Uw leiding, Uw Geest.”

    Die dag leerde ik dat afhankelijkheid van God ook betekent: voorbereiding in de Geest én in het praktische. Dat we het niet eventjes moeten willen doen, maar het heilig serieus nemen. God ziet ons hart. En als we ons uitstrekken naar Hem, als we zeggen: “Heer, leid mij, ook in de voorbereiding,” dan zal Hij je bijstaan.

    Toen ik thuiskwam, vroegen ze aan mijn zoon David hoe het gegaan was. Hij had het moment zelf meegemaakt. En op zijn kinderlijke, eerlijke manier zei hij:
    “Papa deed het niet meer. Toen hebben de mensen voor hem gebeden en toen deed hij het weer.”

    Zo eenvoudig en tegelijk zo waar. Op eigen kracht lukt het niet. Maar als we het verwachten van Hem, als we Hem de ruimte geven om door ons heen te spreken — dan is alles mogelijk.

    1 Korintiërs 2:1-5 HTB

    ‘Toen ik voor het eerst bij u was, kwam ik dan ook niet met dure woorden en hoogdravende ideeën aan. Ik heb u heel eenvoudig Gods boodschap bekendgemaakt. Ik had namelijk besloten bij u alleen maar te spreken over Jezus Christus en zijn sterven aan het kruis. Toen ik kwam, was ik niet sterk. Integendeel, ik was bang en beefde. De woorden waarmee ik u over Jezus Christus vertelde, waren niet scherp en overtuigend. Maar u ervoer dat het uit mijn hart kwam en God liet er kracht van uitgaan. Want uw geloof moet niet gebaseerd zijn op menselijke wijsheid, maar op kracht van God.’

    Laat deze woorden diep tot je doordringen. Paulus – die veel wijsheid had – koos ervoor om niet te vertrouwen op z’n eigen kunnen, maar op de kracht van God. Ook jij en ik worden daartoe geroepen.

    We kunnen niet spreken, handelen, leiden, dienen of liefhebben op eigen kracht. God vraagt van ons om Hem centraal te zetten – in alles. Zelfs (juist!) als we denken: dit kan ik wel. Juist dan is het nodig om te zeggen: “Heer, help mij. Niet mijn wil, maar Uw wil. Niet mijn woorden, maar Uw woorden. Niet mijn kracht, maar Uw Geest.”

    Vader in de hemel,
    Dank U voor Uw geduld en genade.
    Dank U dat U ons niet laat struikelen om ons te breken,
    maar om ons te bouwen in afhankelijkheid van U.

    Leer ons om niet te vertrouwen op eigen kracht,
    maar om alles van U te verwachten.
    Heilige Geest, vul ons opnieuw,
    geef ons Uw woorden, Uw wijsheid,
    Uw leiding en Uw vrede.

    Help ons om voorbereid te zijn —
    niet alleen met papier en pen,
    maar met een open hart en een luisterend oor.
    Zodat we, als we spreken,
    niet onszelf verkondigen,
    maar Jezus Christus, de gekruisigde en opgestane Heer.

    In Uw naam bidden wij,
    Amen.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • Jong van geest, rijk aan jaren

    De jaren gaan voorbij,
    mijn haar wordt grijzer,
    mijn lijf laat me soms in de steek —
    maar vanbinnen voel ik nog steeds diezelfde vuur,
    diezelfde honger naar het leven,
    naar mensen, naar God.

    Er komt wijsheid met de tijd,
    maar ook een dieper besef van hoe kostbaar alles is:
    een gesprek, een glimlach, een ochtendzon.
    Ik zie het leven niet meer als iets om vast te houden,
    maar als iets om telkens opnieuw te ontvangen,
    met open handen.

    Ouder worden is geen achteruitgang,
    het is een reis naar binnen –
    naar wat écht telt.
    En zolang mijn hart blijft kloppen voor liefde en voor waarheid,
    ben ik nog steeds jong waar het er echt toe doet.

    Dat is voor mij het geheim:
    niet leven uit gewoonte,
    maar blijven verwonderd staan,
    elke dag opnieuw geloven,
    elke dag opnieuw danken.

    Dat betekent niet dat het altijd makkelijk is.
    Soms doet het pijn om terug te kijken,
    soms voel je je moe, soms mis je mensen.
    Maar toch – als je leeft met Jezus,
    dan worden de dagen niet zwaarder, maar dieper.
    Niet grijzer, maar voller van licht.
    Dan mag je ouder worden
    met een hart dat steeds meer lijkt op dat van Hem.

    Er is een tekst die me hierin diep raakt.
    Niet zo bekend misschien, maar des te mooier.
    Uit Job – een man die alles verloor,
    maar bleef vertrouwen op Gods hand in zijn leven:

    ‘Want Hij doet machtige en onbegrijpelijke dingen, Hij verricht ontelbare wonderen. Hij geeft regen op de aarde en voorziet de velden van water. De nederigen brengt Hij tot aanzien en de bedroefden schenkt Hij geluk.’
    ‭‭Job‬ ‭5‬:‭9‬-‭11‬ ‭HTB‬‬

    Wat een troost. God is niet gestopt met wonderen.
    Hij weet waar het droog is in ons leven,
    en Hij weet waar regen nodig is.
    Hij vergeet de nederige niet –
    en wie ouder wordt, weet wat het is om stil te worden,
    om afhankelijk te zijn van Hem alleen.
    Hij tilt ons op, zelfs uit verdriet,
    en brengt ons tot hoogten van geluk en zegen-niet pas in de hemel, maar ook al hier.
    In het leven van elke dag.

    Vader,
    Dank U dat U met mij meegaat,
    door elk seizoen van mijn leven.
    Dank U dat ik ouder mag worden,
    niet in angst, maar in geloof.
    Bewaar mijn hart jong,
    mijn geest wakker,
    mijn ziel open voor Uw stem.

    Laat mijn leven blijven getuigen
    van Uw liefde en trouw.
    Laat mijn kinderen, mijn kleinkinderen,
    mij niet herinneren om mijn kracht,
    maar om mijn vertrouwen op U.
    Tot de laatste dag – en daarna –
    wandel ik met U.

    In Jezus’ Naam,
    Amen.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • Geduld aan de tafel van God

    Soms lijkt het leven een oefening in wachten. Een afspraak om 9 uur loopt uit naar half 11, en de stilte van het ziekenhuis weegt zwaarder dan de kou van de wachtruimte. Je vraagt je af: hoe lang nog? Waarom laat het antwoord op zich wachten? Waarom zegt niemand iets?

    Geduld wordt dan geen woord meer, maar een worsteling.

    Je lichaam schreeuwt om duidelijkheid. Je geest verlangt naar rust. En ergens in dat alles zit je hart — dat tegelijk zucht en vertrouwt.

    Want ja, het is zwaar om te wachten. En ja, soms is je geduld gewoon op. Maar dan komt die fluistering in je geest. Die stem die je niet veroordeelt, maar nodigt:

    “Kom tot Mij, en Ik zal je rust geven.”
    Niet meteen een oplossing. Geen directe antwoorden. Maar wel: rust. Wel: Zijn aanwezigheid. En in die aanwezigheid groeit iets kostbaars — geduld dat niet van jezelf is, maar van God zelf komt.

    Hoeveel geduld moet een mens hebben? Genoeg om te blijven hopen. Genoeg om vriendelijk te blijven. Genoeg om je niet te laten overspoelen door boosheid, frustratie of zelfbeklag. Want wij zijn koningskinderen. Wij zijn hemelburgers. Wij zijn geheel anders.

    Niet omdat wij zo goed zijn. Maar omdat Hij zo goed is.

    God wachtte op jou. God wacht op mij. Hij rekent niet af met onze traagheid of onze opstandigheid. Hij staat niet te klagen dat het te lang duurt. Hij zegt niet: “Ik heb zo lang op je gewacht, nu is het klaar.” Nee, Hij wacht… met liefde. Met genade. Met open armen.

    Dat is het soort geduld waaruit wij mogen leven. En dat is het soort geduld dat ons helpt om vandaag niet te breken, maar te blijven glimlachen.

    Als we tegenslag hebben, laten we dan kiezen voor blijdschap. Niet omdat alles goed is — maar omdat God goed is. Want de blijdschap in de Heer is niet afhankelijk van een ziekenhuisplanning, of van hoe snel we een antwoord krijgen.
    Het is een keuze. Een levenshouding.
    Een erfenis van het Koninkrijk.

    Blijdschap is wat je ontvangt als je met gesloten ogen één gedachte hebt: “Ik wil God groot maken.” In die aanbidding vallen de vragen weg. In die aanbidding verdwijnt de klok. En je blijft over in Zijn vrede.

    Vandaag is het vandaag. Godsdag.
    Maak het tot een verjaardag met Hem — elke dag opnieuw.
    Want aan Zijn tafel is genoeg voor jou: vrede, geduld, blijdschap, een glimlach.

    Laat het hangen aan het kruis, al die stress. Pak het niet terug.
    En wees een voorbeeld.
    Niet perfect. Wel vol vertrouwen.

    Want als wij geheel anders leven, ziet de wereld wie onze Vader is.

    Gebed

    Vader in de hemel,
    dank U wel dat U op mij wacht met open armen.
    Dank U dat U niet moppert of klaagt, maar zachtmoedig bent.
    Help mij vandaag om geduld te hebben — met anderen, met mijzelf, en met U.
    Laat mijn hart rust vinden in Uw aanwezigheid.
    En leer mij om te leven vanuit blijdschap, ook als ik moet wachten.
    Laat mijn leven een getuigenis zijn van Uw goedheid,
    zodat mensen in mij iets van U zien.
    Amen.

    “De boer wacht op de kostbare vrucht van de aarde, geduldig totdat die de vroege en late regen heeft ontvangen. Wees ook jullie geduldig en houd moed, want de komst van de Heer is nabij.”
    Jakobus 5:7-8

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • Liefde in het Nestje

    Soms zijn er van die momenten in het leven die iets goedmaken. Niet omdat alles ineens klopt, maar omdat je iets door de regels heen ziet: een teken van God. Een fluistering van Zijn aanwezigheid. Als mijn vrouw Andréa bidt, voel ik dat ook – dan is daar iets hemels tastbaar.

    We zeggen wel eens: “Het leven is minder mooi zonder jou.” En dat is waar. Maar die gedachte brengt me nog dieper: het leven zou niet mooi zijn zonder God. Want God is onze drager. God is onze beschermer. God is liefde.

    En Hij is geen God die ons zomaar neemt of iets afpakt. Hij is een God die ons vasthoudt. Een God die liefde geeft – en die liefde in ons hart heeft gegift. En wat in ons hart gegeven is door God, kan niemand ooit roven.

    Dat is een troostrijke gedachte. Liefde blijft. Liefde voor elkaar, voor de mensen, voor onze kinderen. Liefde is het bewijs dat God in ons leeft.

    Een paar dagen geleden, tijdens de kunstroute in Nijkerk, kwam ik in het huis van gebed. Daar zag ik een schilderij van een nestje met vogeltjes. Elk vogeltje keek een andere kant op, maar ze hoorden onmiskenbaar bij elkaar. Er was een eenheid in hun verlangen, een eenheid in hun zijn.

    Ik zag Gods hand erin.

    Die kleuren, die blikjes omhoog, ik zag ze met open snaveltjes – ze raakten me. Ze deden me denken aan hoe wij ook afhankelijk mogen zijn van onze Hemelse Vader. Hoe we soms alleen maar hoeven te wachten, met een open hart, op dat ene “wormpje” van troost, kracht of rust.

    Liefde en genezing gaan hand in hand. Genezing is niet altijd lichamelijk. Soms geneest God ons van binnen, in ons hart. Hij verzacht ons na teleurstellingen, na ziekte, na het verliezen van hoop.

    Ik zie het ook in de kerk. Mensen worden soms genezen – wonderlijk en krachtig. Maar anderen gaan weer naar huis met verdriet, omdat hun wonder uitbleef. En toch geloof ik dat God ook daar geneest. Op een manier die niet altijd zichtbaar is, maar wel voelbaar in een veranderd hart.

    Soms hoor ik namen van mensen die ziek zijn, ernstig zelfs. Op de IC, in een hospice. En mijn hart bidt dan dat ze een zacht hart mogen houden. Dat ze God blijven zien, ook als hun lichaam lijdt.

    Want uiteindelijk is geloof niet gebouwd op wat we zien. Geloof is vertrouwen op wat we niet zien.

    Ik dank God dat Hij iedere dag dichtbij is. Ik dank Hem voor rust. Voor bescherming. Voor het feit dat ik ’s avonds weer mag aanschuiven aan tafel met wie ik liefheb.

    En ja, ik laat me niet leiden door ziekte of duisternis. Want God is aanwezig.

    En dat maakt mij een blij mens. Niet omdat alles goed is, maar omdat ik weet bij Wie ik hoor.

    Zoals die vogeltjes, met open bekjes, wachtend op de Vader. Zo wil ik zijn.

    “Ik zal u niet als wezen achterlaten; Ik kom tot u.”
    — Johannes 14:18

    Heer,
    Dank U voor Uw liefde die niet geroofd kan worden.
    Dank U dat U ons voedt, elke dag opnieuw.
    Of het nu zichtbaar is in een wonder, of stil in ons hart –
    U bent er, altijd.

    Help ons om als die vogeltjes te zijn:
    Open, afhankelijk, verlangend.
    Zacht van hart, hoopvol van geest.
    Laat Uw liefde in ons nest wonen,
    En Uw vrede in ons hart regeren.

    In Jezus’ naam,
    Amen.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • Liefde op het Levenspad

    Het is zaterdagochtend. Eigenlijk zondag, maar de stilte van het ontwaken blijft hetzelfde. Daar lig ik, naast haar. Mijn lief. Andrea. Ze slaapt nog, en ik kijk naar haar. Stil. Zonder een beweging. Haar ademhaling is rustig, haar gezicht ontspannen. Zo mooi, zo vredig. In dat moment fluister ik zacht in mijn hart: “Dank U, Vader. Wat hebt U haar prachtig gemaakt.”

    Iedere ochtend en avond ben ik dankbaar. Niet omdat het leven makkelijk is geweest. Niet omdat alles altijd meezit. Maar omdat liefde overwint. Liefde overwint ziekte, zorgen, vragen die geen antwoorden hebben. Liefde houdt ons bij elkaar. En het is diezelfde liefde waarin ik de hand van God zie — de hand die ons ooit samenbracht, en die ons nog steeds leidt.

    Ik zie ons samen, zittend op een bankje, en boven ons een groot hart. Geen cupido, geen toeval, maar een hemels teken: Gods liefde. En dan opent Andrea haar ogen. Ze glimlacht. “Hoe lang ben je al wakker?” vraagt ze zacht. “Een uurtje,” zeg ik. Maar ik zeg er niet bij dat ik al die tijd naar haar heb gekeken. Haar schoonheid bewonderd. Haar rust gevoeld. Gods vrede over haar leven gezien.

    Ze staat op. Laat het hondje uit. Stuurt me een berichtje: Zullen we in de tuinkamer koffie drinken? Natuurlijk. Onze tuinkamer, onze zegen. Ons tabernakel van rust. Samen in de zon. Samen in gebed. Samen met God.

    Tijdens het gebed zie ik iets wonderlijks: een visioen van Andrea die wandelt, hand in hand met God. Een breed pad, door een prachtig bos, langs een kabbelend beekje. En ik zie haar lachen. Vertrouwen uitstralend. Kinderen om haar heen. Zonlicht dat haar grijze haren doet glanzen. En ik hoor God zacht zeggen: “Kijk, dit is Mijn dochter, in wie Ik vreugde vind.”

    We weten niet wat de toekomst brengt. Natuurlijk, we zingen het wel: “Wat de toekomst brengen moge…” Maar de weg blijft soms spannend, beangstigend. Vragen blijven: Ben ik straks alleen? Hoe moet het dan verder? We praten er samen over. We proberen antwoorden te vinden, maar soms is alleen vasthouden genoeg. Want in alles zie ik steeds weer dat beeld: God die haar hand vasthoudt. Haar leidt. Haar niet loslaat.

    Ik zie ook hoe het zal zijn als ik op een dag word thuisgehaald. En zij hier nog leeft. En toch niet alleen is. Want God blijft bij haar. En bij onze kinderen. En bij onze kleinkinderen. En zelfs de achterkleinkinderen die we misschien nog mogen meemaken. Andrea, wandel hand in hand met Hem. Hij laat je nooit los.

    En als ik dan niet meer bij je ben, weet dan: in je hart blijf ik leven. Je kent mij, je weet wat ik zou zeggen. Dus stel gerust je vragen. Want het antwoord zal steeds zijn: “Blijf wandelen met God. Wees gezegend. En wees blij.”

    Geniet van het leven, ook al is het maar tijdelijk — want voor ons is het maar het begin. De eeuwigheid wacht. En op een dag zie ik ons weer samen wandelen op dat pad, hand in hand. Geen oorlog. Geen pijn. Geen vragen. Alleen liefde. Alleen vreugde. Alleen God.

    En ja, dan mag je weer luisteren naar mijn valse stem, waar je toch steeds om moet lachen. Dat is liefde.

    ‘Toch zal ik altijd bij U blijven, U houdt mij stevig vast. Door uw raadgevingen zal ik mij laten leiden en wanneer ik eenmaal sterf, mag ik in uw heerlijkheid bij U komen. Al zou ik geestelijk en lichamelijk bezwijken, mijn hart vertrouwt op God, Hij is mijn rots. Voor eeuwig houdt Hij mij vast.’
    ‭‭Psalmen‬ ‭73‬:‭23‬-‭24‬, ‭26‬ ‭HTB‬‬

    Lieve Vader,
    Dank U voor de liefde die U geeft — niet als gevoel, maar als kracht die alles overwint.
    Dank U voor Andrea, voor haar hart, voor haar moed, voor haar glimlach.
    Leid haar op haar pad, geef haar rust, en herinner haar elke dag dat U naast haar loopt.
    Zegen ons gezin, onze kinderen en kleinkinderen, en laat Uw liefde nooit wijken.
    Tot de dag dat we elkaar weer zien — bij U, in Uw heerlijkheid.
    Amen.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • De Rijke Jongeling – Maar Dan Andersom

    Soms komt er zomaar ineens een gedachte bij me binnen. Zo’n gedachte die blijft hangen. Ik blijf erop kauwen, draaien, keren… en dan weet ik: dit is niet zomaar een gedachte. Dit is een fluistering van God.

    Die gedachte bracht me bij het verhaal van de rijke jongeling, uit Mattheüs 19:16-22. Een jongeman die bij Jezus komt en vraagt: “Meester, wat voor goeds moet ik doen om het eeuwige leven te krijgen?” Jezus wijst hem op de geboden. De jongeman antwoordt dat hij zich daar altijd aan heeft gehouden. Maar dan zegt Jezus:
    “Als je volmaakt wilt zijn, ga dan naar huis, verkoop alles wat je hebt en geef het aan de armen. Dan zul je een schat in de hemel bezitten. Kom dan terug en volg Mij.”

    De jongeman keerde zich bedroefd af. Want hij had veel bezit.

    Maar dan denk ik terug aan iets wat ik in mijn eigen leven meemaakte. Toen ik werkte als begeleider, kwam er ook een rijke jongeling binnen. Niet met een vraag over het Koninkrijk, maar met een verleden vol rijkdom en wereldse eer. Zijn vader was zeer vermogend. Hij zelf reisde de wereld rond, keurde stoffen voor de internationale markt, reed in een auto die meer waard was dan mijn woning.

    En toch… kwam hij binnen. Binnen in een wereld van gebrokenheid, maar ook van hoop.
    Hij werd opgenomen, en langzaam begon er iets in hem te veranderen. Er kwam zachtheid. Een nieuwe blik in zijn ogen. Hij leerde Jezus kennen. Niet als een religieuze figuur van vroeger, maar als een Levende Redder in het nu.

    En op een dag — na een jaar of twee — schreef hij een brief aan zijn vader. Hij stopte met het familiebedrijf. Hij koos ervoor om begeleider te worden. Om net als hijzelf mensen te helpen die diep in de put zaten. Hij gaf zijn rijkdom op. En hij vond… vreugde. Werkelijke vreugde.

    Hij schreef zich in bij een evangelische opleiding in Ede. Hij werd begeleider. Zijn salaris was misschien een fractie van wat hij ooit per dag verdiende. Maar hij straalde. Hij was gelukkig. Hij had geen drang meer naar nieuwe auto’s, geen verslaving meer om te kopen of te presteren.

    Hij had maar één drang: om Jezus te volgen.

    Wat de rijke jongeling in Mattheüs niet kon opbrengen, had deze jongeman wel gedaan. Niet uit plicht, maar uit liefde. Niet met tegenzin, maar met overgave. En wat hij ervoor terugkreeg was onbetaalbaar: vrede, vreugde, een doel — en boven alles: een relatie met Jezus.

    En zo zie je: rijkdom hoeft geen barrière te zijn, zolang het je hart maar niet vasthoudt. Je kúnt rijk zijn en toch kiezen voor Jezus. Maar dan moet je bereid zijn alles los te laten als Hij daarom vraagt.

    Wat hou jij nog vast?
    Wat staat er tussen jou en volledige overgave?
    Wat zou jij doen als Jezus vandaag aan je vroeg: “Verkoop alles en volg Mij”?

    Laat dit getuigenis je aan het denken zetten. Misschien komt die gedachte niet zomaar binnen. Misschien klopt Jezus vandaag aan jouw hart.

    Mattheüs 19:21-22

    Jezus antwoordde: “Als u volmaakt wilt zijn, ga dan naar huis, verkoop wat u hebt en geef het geld aan de armen. Dan zult u een schat in de hemel bezitten. Kom dan terug en volg Mij.” Toen de jongeman dat hoorde, ging hij verdrietig weg, want hij was erg rijk.

    🙏

    Heer Jezus,
    Dank U dat U geen mensen afwijst op basis van hun verleden of bezit. Dank U dat U roept — ieder van ons — tot een leven van overgave, van liefde, van navolging.
    Leer ons om los te laten wat ons vasthoudt.
    Laat ons zien waar ons hart werkelijk ligt.
    Maak ons vrij, zoals U deze jongeman vrijmaakte.
    Zodat we met vreugde kunnen volgen, en met liefde kunnen dienen.
    Amen.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • Wij hebben Jezus.

    Soms krijg ik ineens een gedachte, alsof God me iets influistert. Zo kwam Martin Luther King in mijn hart. Die ene man, met die beroemde woorden: “I have a dream.” Een droom van een samenleving waarin liefde en vriendelijkheid de boventoon voeren. Waar mensen niet worden beoordeeld op hun huidskleur, afkomst of cultuur, maar op de inhoud van hun hart.

    Zijn droom was groot, maar ook kwetsbaar. Een wereld zonder discriminatie, zonder ongelijkheid. Een wereld waarin mensen samensmelten in harmonie. Dat is een droom die de wereld op z’n kop zette. En toch denk ik als christen: wij hebben meer dan een droom. Wij hebben Jezus.

    De droom van Martin Luther King is prachtig, maar Jezus maakt die droom werkelijkheid. Alles waar King over sprak – gerechtigheid, naastenliefde, barmhartigheid – is terug te vinden in het hart van het Evangelie. Jezus leert ons de armen te voeden, de weduwen en wezen te beschermen, de vreemdeling welkom te heten. Hij roept ons op elkaar lief te hebben zoals Hij ons heeft liefgehad. Hij zoekt de verloren mens op, niet met om te veroordelen, maar met open armen.

    En toch… als ik om me heen kijk, zie ik het niet altijd gebeuren. Ik zie christenen vervolgd worden om hun geloof. Ik zie oorlogen, zoals in Israël, die niet alleen aards zijn, maar ook geestelijk. Het kwaad woedt, maar ik weet: Jezus is overwinnaar. De tekenen van Zijn wederkomst zijn zichtbaar – onrust, verdeeldheid, ongelijkheid, honger naar macht en geld. Mensen die de rijken rijker maken, en de armen vergeten. De wereld wordt soms kil, duur, en hard.

    Maar te midden van dat alles, houd ik me vast aan de zekerheid van het geloof. Jezus leeft. Hij komt terug. En Hij zal zijn Koninkrijk oprichten – een Koninkrijk van vrede, gerechtigheid en liefde. En ik hoop… dat ik op die dag hand in hand met Andrea mag staan, aan de poort van Ruben in de hemel. Samen met onze kinderen, onze geliefden, met al die mensen die Jezus kennen – in blijdschap, in aanbidding. Dat we mogen proeven van de vruchten van de Geest: liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing.

    Dat verlangen brandt in mijn hart. En daarom deel ik dit.

    Romeinen 8:38-39 (NBV21):
    “Ik ben ervan overtuigd dat dood noch leven, engelen noch machten noch krachten, heden noch toekomst, hoogte noch diepte, of wat er ook maar in de schepping is, ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die in Christus Jezus onze Heer is.”

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • Licht in de diepste duisternis

    Soms vraag ik me af… Hoe kun je nog geloven? Hoe kun je nog een toekomst zien als er zóveel in je leven is gebeurd?

    Ik wil je een verhaal vertellen. Het werd mij ooit verteld door een vrouw die ik jaren heb gekend. Ze was nog maar een meisje — elf of twaalf jaar — toen de oorlog in Bosnië uitbrak. Samen met haar vriendinnetje liep ze door een klein bosje, toen er plots militairen opdoken. Wat daarna gebeurde, is haast niet onder woorden te brengen. Ze werd verkracht. Bewusteloos achtergelaten. Voor dood.

    Toen ze weer bijkwam, voelde ze iets warms op haar benen. Met gesloten ogen tastte ze ernaar. Was het bloed? Leefde ze nog? Maar toen ze haar ogen opende, zag ze het… Op haar schoot lag het hoofd van haar vriendin. Het lichaam was weg, het hoofd was op haar gelegd. Een afschuw die geen woorden verdraagt.

    Wat bezielt een mens om zoiets te doen? Wat voor geest is daartoe in staat?

    Ik heb jaren met haar gesproken. Soms ging het iets beter. Dan weer niet. Met vallen en opstaan vocht ze zich een weg omhoog. En midden in al dat duister koos ze voor Jezus. Ze koos voor God.

    Soms zag ik blijdschap in haar ogen. Soms straalde ze. En toch, het verleden liet haar niet los. De herinneringen kwamen steeds terug. Ze vertelde het me vaker. Niet omdat ze sensatie wilde. Maar omdat het nooit helemaal verwerkt was. Hoe zou het ook kunnen?

    Ik weet niet of ze ooit haar verkrachters heeft kunnen vergeven. Misschien niet. Misschien is dat wel té groot. Want vergeving… dat is niet zomaar iets wat je uitspreekt. Je hele lichaam roept het uit: wraak! Niet vergeving. En toch — ze koos niet voor wraak. Nooit.

    Ze bouwde een leven op. Ze kreeg vier kinderen. Haar man overleed twee jaar geleden. En nu zie ik haar soms op Facebook. Een trotse oma. Met foto’s van haar kleinkinderen. Ze straalt. Nog altijd.

    En dan bid ik… dat het beeld van die dag — het hoofd van haar vriendin — gewist is uit haar hart. Dat God, in Zijn oneindige liefde, haar genezing heeft gegeven. Innerlijke vrede.

    Want ja… soms vraag ik me af: Hoe kun je nog geloven, na zoveel leed? Maar dan zie ik haar. Dan zie ik dat het kán. Niet door menselijke kracht. Maar omdat er Iemand is die groter is dan al ons lijden.

    In het Johannes-evangelie zegt Jezus:

    ‘Dit heb Ik jullie verteld, omdat Ik wil dat jullie mijn vrede bewaren. In de wereld zullen jullie het zwaar te verduren krijgen. Maar houd moed! Ik heb de wereld overwonnen.’’
    ‭‭Johannes‬ ‭16‬:‭33‬ ‭HTB‬‬

    Laten we dat niet vergeten. Laten wij als christenen vrede in ons hart bewaren. Een voorbeeld zijn. Lichtdragers, zelfs — of juist — in de diepste duisternis.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • Tussen Hemel en Aarde (het weekend)

    Na ruim 24 uur slapen werd ik wakker met pijn. Mijn benen weigerden, het lopen ging bijna niet meer. En ineens was daar die gedachte: ik kan niet meer lopen. In de winkel stelde Andrea voor om een rolstoel te pakken. Mijn eerste reactie was: daar ben ik toch te goed voor? Maar eigenlijk… ben ik er juist op aangewezen. En dat is een lastige stap om te zetten. Een pijnlijk besef. Toch ook een stap in de goede richting. Een stap naar aanvaarding.

    Vanochtend werd ik vroeg wakker, rond zes uur. Ik dacht: ik ga proberen rustig het hondje uit te laten. Buiten was het prachtig. Rond half acht liep ik daar, de zon op mijn gezicht. Ik voelde de warmte, maar nog meer voelde ik de uitnodiging in die warmte:
    “Kom allen tot Mij, die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven.”
    En ik verlang naar die rust. Niet alleen voor mijn lichaam, dat moe is en worstelt, maar ook voor mijn ziel, die in een onrustige tijd leeft. Een tijd waarin afscheid steeds dichterbij komt.

    Soms vraag ik me af: is dit de laatste keer dat ik iemand zie? Ik weet het niet. Maar ik leg het in Gods hand. En toch doet het pijn. Het doet pijn als ik op bed lig terwijl er iemand op bezoek is. Ik denk dan: Ico, wat zou ik graag weer gezond zijn. Maar juist in deze ziekte heb ik veel geleerd. Mijn relatie met God is intiemer geworden. Concreter. Mijn hele dag, mijn hele zijn, is gericht op Hem. En ik weet: daar, bij Hem, wacht een nieuw lichaam. Een nieuwe geest. Eeuwig leven.

    Maar ik ben ook nog hier. En ik ben gelukkig. Gelukkig met mijn vrouw. Met mijn kinderen. Met mijn kleinkinderen. Met mijn vrienden. Het idee van afscheid doet zeer. Je wilt erbij zijn: bij het eerste rapport, de eerste kerstviering, het eerste zwemdiploma.

    En toch… soms ben ik zo moe van de strijd. Als je benen niet meer doen wat ze moeten doen. Als je lichaam niet meer meewerkt. Als je afscheid moet nemen van het aardse, terwijl je hart nog vol leven zit. Maar ook dat leg ik in Gods hand.

    Ik ben niet bang. Maar het is moeilijk. Moeilijk omdat het leven hier zo dierbaar is. Omdat de mensen om me heen me zo dierbaar zijn. Maar ik weet ook: mijn erfenis is niet alleen tastbaar. Ze leeft voort in de harten van de mensen die ik liefheb.

    Daarom bid ik. Pleit ik bij God. Laat mij nog een tijd hier zijn. Laat me genieten, meegeven, liefhebben. Maar als dat niet zo is, dan weet ik: mijn bestemming ligt vast. Niet in een doktersstempel, maar in Gods hand.

    En met die zekerheid eindig ik. Met Zijn Woord:

    “De Heer is mijn herder, mij ontbreekt niets.
    Hij laat mij rusten in groene weiden
    en voert mij naar vredig water.
    Hij geeft mij nieuwe kracht
    en leidt mij langs veilige paden
    tot eer van zijn naam.”
    — Psalm 23:1-3

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen