Ik voel me rijk. Niet vanwege geld of bezit, maar omdat ik omringd ben door liefdevolle mensen. Vrienden die dichtbij ons staan, in vreugde en verdriet. Mensen bij wie ik mezelf mag zijn — in mijn ziekte, in mijn geloof, in het gewone leven. Ze luisteren, helpen, lachen, bidden. En ik hoef ze maar te bellen, en ze staan voor me klaar.
Dat is genade. Dat is rijkdom. En daarvoor dank ik God.
Want elf jaar geleden was dat anders. We voelden ons toen alleen, gekwetst, teleurgesteld. Vrienden waren weggevallen — door roddel, door misverstanden, door het leven zelf. We baden: “Heer, geef ons vrienden.” En Hij heeft gegeven. Sinds ongeveer vijf jaar genieten we van niet zomaar mensen, maar van echte, trouwe mensen. Vriendschappen waarin we geïnvesteerd hebben. En het is goed geworden.
Juist nu, in een periode van ziekte, merk ik hoe waardevol deze relaties zijn. Hoe helend het is om te weten dat je er niet alleen voor staat. Hoe bijzonder het is als iemand je écht ziet. En ik weet ook: het is niet vanzelfsprekend. Niet iedereen heeft mensen om zich heen. Niet iedereen heeft een schouder om op te leunen, of iemand die gewoon zegt: “Zullen we koffie drinken?”
Daarom raakt het me. Want binnen onze gemeente, in onze kerken, zijn er mensen die stil lijden. Mensen die naar een woord verlangen, naar een uitnodiging, naar gemeenschap. En wat zou het mooi zijn als wij de eerste stap zetten. Als we zeggen: “Hé, ik zie je. Zullen we elkaar leren kennen?” Geen ingewikkelde gesprekken, maar gewoon mens tot mens. De één praat graag over voetbal, de ander over de Bijbel. Dat is goed. Dat mag naast elkaar bestaan. Want Jezus woont in ons. We hoeven Hem niet te ‘spelen’ — Hij is er al. Zichtbaar, tastbaar, in hoe we leven en liefhebben.
De Bijbel zegt in Handelingen 2:46-47:
“Dagelijks kwamen ze eensgezind samen in de tempel, braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde. Ze loofden God en stonden in de gunst bij het hele volk. En elke dag bracht de Heer mensen bij hen die gered wilden worden.”
Dát is kerk-zijn. Dát is de kracht van gemeenschap. Niet alleen op zondag, maar elke dag: samen eten, samen leven, samen Jezus volgen. Niet alleen met de mensen die we al kennen, maar juist ook met hen die in de schaduw staan.
Misschien ben jij iemand die zich eenzaam voelt. Weet dan: je hoeft niet blijven waar je bent. Stap naar iemand toe. Vraag om hulp. Durf opnieuw te geloven dat er mensen zijn die om je geven — of willen geven. Of misschien ben jij degene die geroepen is om te zien. Om iemand te benaderen. Laat je dan leiden door God. Soms wijst Hij mensen aan die jij zelf zou overslaan. Zoals Jezus de tollenaar uitkoos, juist hem, om mee te eten. Jezus maakt geen onderscheid. Zijn liefde is voor iedereen.
Laten we zo gemeente zijn. Laten we Jezus zichtbaar maken — gewoon door onszelf te zijn. Laten we deuren openen, harten openen, tafels openen.
Want dan gebeurt er iets wonderlijks.
Dan wordt de eenzaamheid doorbroken. Dan komt er vreugde. Dan komt er vrede.
Vader in de hemel,
Dank U wel dat U ons nooit alleen laat.
Dank U voor de mensen die U om ons heen plaatst — als vriend, als broeder, als zuster.
Dank U dat U deuren opent, ook waar wij dachten dat ze gesloten waren.
Heer, geef ons ogen om te zien wie eenzaam is.
Geef ons moed om naar hen toe te stappen.
Laat Uw liefde door ons heen zichtbaar zijn — echt, warm, uitnodigend.
En als wij onszelf alleen voelen, Heer, help ons dan om te geloven dat U ons ziet,
en dat U mensen op ons pad zult brengen.
Zegen Uw gemeente. Zegen ons allemaal met liefde, verbondenheid en diepe vrede.
In Jezus’ naam.
Amen.
Met liefde ❤️ Ico
Goedemorgen
