“Kom tot Mij, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven.”

(Mattheüs 11:28)

Categorie: Dagboek

  • Geen probleem is Hem te groot — wandelen met Jezus door pijn, beeld en storm

    De ochtend begon vreemd. Ik werd wakker met pijn. Hevige pijn in m’n heup. Het zat niet lekker. Andrea moest vroeg naar de dokter, dus we baden niet lang, maar wel samen. En dat was goed. Later zette ze een bak koffie voor me en we kletsten rustig, liefdevol. Dat soort momenten zijn goud waard.

    ’s Middags reden we samen naar Utrecht. We gingen floaten— drijven op magnesiumwater. Gewoon stilte, rust. Ik had Andrea beloofd: als we erin liggen, dan hou ik m’n mond. Geen gepraat. Alleen zijn. Alleen drijven. Alleen rust.

    Maar het werd veel meer dan dat.

    Terwijl ik daar lag, stil, in het warme water, kreeg ik een beeld. Geen fantasie, maar een diepe ervaring. Ik zag mezelf als kind van zes. Klein, kwetsbaar — maar hand in hand met Jezus. We liepen samen over een strand. Ik zag Zijn gezicht niet, maar ik wist dat het Hem was.

    En ik vroeg Hem die eenvoudige, kinderlijke vraag:

    “Hoe lang duurt de eeuwigheid?”

    Hij antwoordde:

    “Tel de zandkorrels van dit strand… en dan ben je pas net begonnen.”

    Wat een vrede bracht dat. Vrede over de toekomst. Over het einde van al het lijden, al het geweld, alle jaloezie. Want straks komt er vrede. Straks is het feest. Dan is iedereen gelijk. Dan is er alleen nog liefde.

    En we wandelden verder, Jezus en ik.

    Toen zag ik ineens een oude grammofoon, zo’n ding met zo’n bolle hoorn eraan. Hij draaide muziek uit de jaren twintig. Geen moderne aanbiddingsliederen, geen lofzangen, gewoon dansmuziek. Niemand was aan het dansen.

    Ik zei tegen Jezus:

    “Voor wie is die muziek?”

    Hij glimlachte en zei:

    “Voor jou.”

    Zonder publiek. Zonder show. Alleen ik en Hij. Wat een intiem moment.

    Toen wandelden we ineens onder water. Niet symbolisch — echt onder water. En toch kon ik ademen. Er was vrede. Boven ons geen  glazen pui, maar er was geen paniek.

    Ik wist: Hij is erbij.

    En toen — zat ik ineens op een boot. Midden op zee. Het begon te stormen.

    Ik keek om me heen en dacht:

    “Wacht even, dit ken ik… Dit is het verhaal van Petrus.”

    Petrus stapte uit de boot, liep over het water naar Jezus.

    Tot hij bang werd. En zonk.

    Ik werd ook bang.

    Ik maakte Jezus wakker.

    En Hij zei tegen me:

    “Waarom ben je bang? Je weet toch dat Ik bij je ben? Ik los jouw problemen op.”

    En dat raakte me diep. Want ja… Hij is erbij. In mijn ziekte. In mijn pijn. In mijn blijdschap. In mijn tranen.

    Hij is erbij. Altijd. Zelfs in de storm. Zelfs als Hij lijkt te slapen.

    ✧ En vandaag … ✧

    Vandaag krijg ik weer m’n chemo. 

    Dan gaat het gif m’n lichaam in.

    Maar ik weet: Jezus is erbij.

    Als de naald gezet wordt, als het middel vloeit — dan zegt Hij tegen mij:

    “Maak je geen zorgen. Jij hebt geen probleem. Ik ben bij je. Ik los het op.”

    En natuurlijk hoop ik dat die woorden ook lichamelijk waarheid worden. Dat ik genezing ontvang. Maar die woorden zijn al waarheid, omdat ik geloof in Hem.

    En ik ben niet alleen. Andrea is erbij. We kunnen elkaars hand vasthouden. Maar boven alles: Hij houdt ons vast.

    En ik bid ook voor jou, als je dit leest. Misschien draag jij verdriet. Misschien mis je iemand.

    Weet dan: het is geen “vaarwel voor altijd”. Het is een tot ziens.

    Want in Jezus leven we verder. En we zullen elkaar weerzien. In vrede. In eeuwige vreugde.

    Dan is het elke dag feest. Feest zoals God het bedoeld heeft.

    En dan mogen we bij Vader op schoot zitten.

    Zijn schoot is groot genoeg voor iedereen.

    Voor jou.

    Voor mij.

    Voor ieder die zich laat dragen.

    Geen probleem is Hem te groot.

    Geen liefde is Hem te groot.

    Geen wond is Hem te diep.

    En ik mag zeggen:

    Ik ben een blij mens. Niet om m’n ziekte. Maar om Zijn nabijheid. Om de zekerheid dat Hij erbij is. Altijd.

    En als ik straks weer op die boot zit, hoop ik dat ik Hem niet meer wakker hoef te maken.

    Want ik wéét nu: zelfs als Hij slaapt… is Hij Heer.

    En zelfs dan draagt Hij mij.

    “En zie, Ik ben met u al de dagen, tot aan de voleinding van de wereld.”

    — Mattheüs 28:20

    Heer Jezus,

    U bent mijn Redder, mijn Trooster, mijn Rust.

    U bent erbij – in het warme water, in het ziekenhuis, in de storm.

    Dank U dat U me vasthoudt.

    Dat U zelfs in Uw slaap nog Heer bent.

    Dat U geen probleem te groot vindt, geen mens te klein.

    Ik bid voor ieder die dit leest:

    Geef dat zij U herkennen als hun Verlosser.

    Dat ze leren rusten in Uw nabijheid.

    Dat ze weten: het is geen einde. Het is een tot ziens.

    Want U bent God.

    En Uw liefde…

    Die is altijd genoeg.

    Amen.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen 

  • Gemaakt naar Zijn beeld — een zoektocht naar het hart van de mens

    Soms neem ik een moment om stil te worden. De Bijbel open te slaan. Niet omdat ik iets moet, maar omdat mijn hart verlangt te begrijpen. Vandaag bleef ik hangen bij het scheppingsverhaal. Niet alleen bij het machtige begin — licht en donker, hemel en aarde, zon en maan — maar bij dat ene intieme moment:
    “Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, als Onze gelijkenis.” (Genesis 1:26)

    Wat een mysterie. God die de mens schept, naar Zijn evenbeeld. Betekent dat dat wij op Hem lijken? Niet zozeer in uiterlijk, maar in hart. In overgave, in verlangen naar relatie. Hij blies Zijn adem in ons. Dat maakt ons levend. Dat maakt ons mens.

    Ik denk aan Adam, die ondanks het paradijs, toch alleen was. God liet hem slapen en schiep Eva, uit een rib van zijn eigen lijf. Geen afstand, maar verbondenheid. Geen boven- of ondergeschikt, maar gelijkwaardigheid. Zo liep God met hen door de hof. In nabijheid. In vrede. In vrijheid.
    Er was geen angst. Geen schaamte. Totdat…

    We weten wat er gebeurde bij de boom van kennis van goed en kwaad. Een keuze. Een breuk. En met die breuk kwam de dood binnen. Niet meteen lichamelijk, maar wel geestelijk. De mens werd sterfelijk. En toch — ook toen al — had God een plan. Hij zou herstellen wat gebroken was.

    Want God houdt van mensen. Niet alleen van Adam en Eva, maar van jou. Van mij. Van je buurman. Van die vrouw in India. Van iedereen, ongeacht taal, kleur of geloof. En dat maakt me nieuwsgierig. Nieuwsgierig naar het hart van de mens. Wat leeft er werkelijk in jou? Wat draag jij mee? Waar huil je stiekem om? Waar verlang je naar?

    Mijn verlangen is niet om iemand te veranderen met woorden, maar om iemands hart te raken met liefde. Met de liefde die ik zelf heb ontvangen.
    God gaf zijn Zoon, Jezus, om ons terug te brengen naar Hem. Niet meer door offers van dieren, maar door één volmaakt offer.
    “Want God had de wereld zo lief dat Hij Zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.” (Johannes 3:16)

    Ik heb genade ontvangen. Overvloedig. Door strijd heen. Door pijn heen. En ik wil die genade uitdelen. Niet als een verplichting, maar als een vuur in mijn hart. Soms doet het pijn als mensen die liefde afwijzen. Omdat ik weet wat ze missen: vrede, vergeving, hoop, toekomst.

    Maar ik geef niet op. Want ik geloof dat God nog steeds harten aanraakt. En misschien ben jij vandaag wel één van hen.
    Misschien is dit jouw moment. Om te zeggen: “Heer, hier ben ik.”

    Romeinen 5:8
    “God echter bewijst Zijn liefde voor ons daarin dat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren.”

    Vader in de hemel,
    Dank U dat U de mens schiep naar Uw beeld. Niet omdat U ons nodig had, maar omdat U ons liefhad.
    Dank U voor Jezus, Uw Zoon, die stierf om ons terug te brengen bij U.
    Heer, raak vandaag harten aan. Maak nieuwsgierig. Maak zacht.
    Laat Uw liefde doorbreken in mensenlevens, ook in diegenen die U nog niet kennen.
    Vul hun leegte met Uw aanwezigheid. Hun pijn met Uw troost. Hun vragen met Uw vrede.
    Maak mij een drager van Uw genade.
    Zodat ik niet oordeel, maar omarm. Niet veroordeel, maar begrijp.
    Laat Uw Geest in mij werken. En door mij heen. Tot Uw eer.
    In Jezus’ Naam,
    Amen.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • God is goed – elke dag opnieuw

    Het is toch geweldig? Geweldig om om half zeven je bed uit te kunnen komen. Niet omdat het moet, maar omdat je het wíl. Omdat er liefde is. Omdat een vriend gaat trouwen. Omdat je samen met je vrouw Andrea mag getuigen van iets heiligs, iets eeuwigs: het huwelijk tussen twee mensen die Jezus willen volgen. Wat een voorrecht om daar niet alleen bij te zijn, maar ook om een handtekening te mogen zetten – niet als formaliteit, maar als bevestiging: ja, wij geloven in dit verbond. Wij geloven dat een drievoudig snoer niet snel gebroken wordt (Prediker 4:12).

    En dan ben je daar, tussen mensen, maar bovenal in de aanwezigheid van God. Je mag bidden, je mag zegenen, je mag delen. Alles in jou zegt: dit is goed. Dit is genade. En de rugzak die je ooit droeg – vol gebrokenheid, pijn, strijd – lijkt op zo’n dag ver weg. Omdat je bevrijd bent. Omdat God je heeft verlost.

    En dan ga je naar huis. Moe misschien, door je ziekte. Je concentratie is beperkt. Maar je bent blij. Want zelfs in je beperkingen ben je beschikbaar voor Zijn werk. Later op de dag mag je opnieuw delen. Met een zuster. In liefde, in geloof, in verhalen van hoop. En het mooiste is: je voelt je één. Eén in de Geest. Eén in het geloof. Eén in de Heer.

    Je herkent het misschien: het zijn vaak de kleine dingen waarin Gods grootheid zichtbaar wordt. Een bloem, een glimlach, een gesprek, een lied. “God is goed. Altijd.” Niet als cliché, maar als levende werkelijkheid. In het getuigen, in het danken, in het doorgaan – ook met ziekte – ervaar je Zijn trouw. Want je leeft niet voor jezelf. Je leeft om mensen naar Jezus te wijzen. Niet omdat jij alles weet, maar omdat Hij alles is.

    Je verlangt ernaar dat mensen Jezus leren kennen. Dat ze hun troon inruilen voor Zijn troon. Dat ze beseffen: er is Iemand die mij liefheeft, dwars door alles heen. “Zoveel liefde had God voor de wereld, dat Hij Zijn enige Zoon gaf” (Johannes 3:16). Dat is geen theorie. Dat is het hart van het evangelie. En het hart van jouw dag. En jouw leven.

    Psalm 118:24 

    “Dit is de dag die de HEERE gemaakt heeft; laten wij juichen en ons daarover verheugen.”

    Want ook vandaag is een dag die Hij heeft gemaakt. En jij mocht Hem ervaren – midden in je kwetsbaarheid, in je vreugde, in je liefde. God is goed. Altijd.

    Vader in de hemel,

    Dank U wel voor deze dag.

    Dank U dat U erbij was, van het eerste ochtendlicht tot de avond.

    Dank U voor liefde, voor vriendschap, voor het huwelijk, voor de eenheid die Uw Geest geeft.

    Dank U dat U ons draagt, ook als ons lichaam zwak is.

    Dank U dat U vreugde geeft, zelfs als er verdriet op de achtergrond is.

    Laat ons nooit vergeten dat U goed bent. Altijd.

    Help ons om elke dag te leven tot Uw eer.

    En laat ons hart vol zijn van dankbaarheid en hoop,

    zodat anderen in ons iets van U mogen zien.

    In Jezus’ naam.

    Amen.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen 

  • Een dag vol dankbaarheid

    Je hebt iemand nodig

    stil en oprecht

    die als het erop aankomt

    voor je bidt en voor je vecht

    pas als je iemand hebt

    die met je lacht en met je grient

    dan pas kun je zeggen:

    ik heb een vriend.

    – Toon Hermans

    Het is maandag. De dag waarop we meestal de week ordenen. Wat moet er gebeuren, wat ligt er voor ons? Maar vandaag werd het geen dag van lijstjes en plannen, maar een dag van stilstaan.

    We begonnen rustig. Samen opgestaan. Gebeden. Geluisterd naar Wilma Veen. Een serene ochtend waarin Gods vrede voelbaar was. Daarna naar het ziekenhuis. Bloed prikken. Gesprek met de oncoloog. Weer chemo as. vrijdag. Maar ook het nieuws over de kanker die misschien resistent wordt. Maar door de mutatie -die ze onlangs gevonden hebben- heb ik gelukkig nog een verlengingsoptie daarna.  Dus: geen paniek. Geen wanhoop. Wel een diep besef: God is erbij. In de behandelkamer. In het gesprek. In de uitslag.

    En daarna… een winkel in Amersfoort, even iets anders. En toen een gesprek met een vriend. Een echte vriend. Niet zomaar iemand. Iemand die bidt als het moeilijk is. Iemand die luistert als het stil is in jezelf. Iemand bij wie het veilig is. En terwijl we spraken en samen baden, besefte ik:

    Ik heb een vriend.

    Ja, Jezus is mijn Vriend — mijn Redder. Maar ook hier op aarde heeft Hij iemand naast mij gezet. En dat is een cadeau. Want echte vriendschap is zeldzaam, kostbaar, en heilig.

    En dan. Een briefje in de bus: “We hebben u gemist.” Een pakketje bij de buren. Ik bel aan. Een bos bloemen. Prachtig. Maar het zijn geen bloemen. Het is liefde. Gestuurd uit genegenheid, uit dankbaarheid. En ik wist: dit is een cadeautje van God. Niet zomaar. Niet toevallig. Maar precies op het juiste moment.

    God geeft zulke kleine dingen. Maar in Zijn handen zijn ze groots.

    De bloemen waren mooi. Maar Zijn liefde was mooier.

    En ja, ik kan morgenochtend niet naar de bidstond. Dat doet pijn. Want ik draag hen in mijn hart. Maar ik mag wél getuigen. Op een bruiloft. Ik mag zeggen:

    God is goed. Altijd.

    Ik wil danken:

    • Voor de kerk, mijn familie in geloof.

    • Voor de vriend die God naast me zette.

    • Voor Jezus, die ik mag herkennen in mensen.

    • Voor bloemen, als fluisteringen van Gods liefde.

    • Voor de vrijheid om te getuigen.

    • Voor de wetenschap: Ik ben niet alleen. God is erbij. Elke dag. Tot het einde.

    Dank U, Heer, voor uw oneindige goedheid.

    Voor vrienden, voor kleine tekenen, voor stille kracht.

    Zegen wie dit leest met blijdschap, met liefde en met vrijmoedigheid.

    En laat hen weten: U bent nabij.

    In de Naam van Jezus.

    Amen.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • Onze Vader – een gebed dat alles draagt

    Soms is er zo’n moment dat je weet: hier spreekt God. Niet met donderslagen of vurige stemmen, maar zacht, duidelijk, diep: “Doe er iets mee.”

    Zo begon het bij mij, met de woorden die Jezus ons gaf:

    “Onze Vader, die in de hemelen zijt, Uw Naam worde geheiligd…”

    (Mattheüs 6:9)

    Ik voelde dat ik daar iets mee moest doen. Iets met dat gebed. En ook met dat verhaal van die vriend die midden in de nacht op de deur klopt voor brood — die blijft kloppen, blijft vragen, en uiteindelijk ontvangt.

    Ik deelde dat met Andrea, maar deed er toen nog niets mee. Tot ik op zondag in de kerk kwam. De spreker — niet eens uit mijn favoriete stad — begon te spreken… over precies dat. Het Onze Vader. De vriend om brood. Volhardend gebed.

    Alsof God zacht maar duidelijk zei:

    “Zie je wel? Ik sprak. En Ik blijf spreken.”

    Wat volgde was een dienst vol kracht, vol liefde, vol aanwezigheid. Er werd opgeroepen tot gebed. Tot vrijmoedigheid. Om schaamte achter te laten en naar voren te stappen. Voor genezing, voor bevrijding, voor aanraking.

    En ik dacht: Ja, Jezus is er voor iedereen. Voor jou. Voor mij. Voor wie gebroken is. Voor wie bang is. Voor wie dorstig is naar hoop.

    “Bid, en u zal gegeven wat rden. Zoek, en u zult vinden. Klop, en er zal voor u opengedaan worden.”

    (Lucas 11:9)

    Ik werd zelf gezegend. Gebed ontvangen van een vriend, gebeden voor genezing van mijn lichaam — voor bevrijding van de kanker. En terwijl mijn lichaam zwakker wordt, merk ik dat mijn geest sterker wordt. Want:

    “Wanneer ik zwak ben, dan ben ik sterk.”

    (2 Korintiërs 12:10)

    Ik laat me niet tegenhouden. Niet door een rolstoel. Niet door ziekte. Niet door zorgen. Want mijn hoop ligt niet in mijn gezondheid — maar in mijn Redder. En ik zal blijven bidden. Blijven spreken. Blijven zegenen.

    Ook voor onze kinderen. Elke dag. Want zoals de voorganger zei: soms duurt het twintig, dertig jaar. Maar uiteindelijk komt er vrucht. Mijn zoon werd deze week gedoopt. Mijn hart juichte. Want gebed keert niet vruchteloos terug.

    God spreekt. God geneest. God wekt op.

    En zelfs al voel je je soms te moe, te zwak of te schuldig — Hij zegt:

    “Kom naar Mij. Klop. Bid. Zoek. Ik ben je Vader.”

    Vader in de hemel,

    Uw Naam zij geprezen,

    Want U spreekt, zelfs in onze stilte.

    U klopt aan, zelfs als wij gesloten lijken.

    U roept ons bij onze naam, en zegt: Kom.

    Leer ons te bidden zoals Jezus ons leerde.

    Leer ons volhardend te kloppen zoals de vriend in de nacht.

    Laat schaamte wijken en vertrouwen groeien.

    Zegen onze kinderen. Zegen wie zoekt, wie bidt, wie wacht.

    En Heer, blijf mij gebruiken — ook als mijn lichaam verzwakt.

    Want in U ben ik sterk.

    In Jezus’ naam,

    Amen.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen 

  • Blijdschap in het Midden

    Soms zijn er van die dagen dat de hemel even open lijkt te gaan. Dagen dat je wakker wordt met een glimlach, niet omdat alles klopt in je leven, maar omdat je hart klopt met Gods vreugde. Je opent je ogen, draait je hoofd naar je geliefde, en voordat de dag echt begint, bid je samen. Dat is geluk. Niet groots en meeslepend. Maar echt. Hemels echt.

    Het was zo’n ochtend. We luisterden naar Wilma Veen — het ging over zon, zee en strand. Maar eerlijk gezegd, het was niet het verhaal dat de blijdschap bracht. Die zat al in me. Gewoon, zomaar. En we besloten spontaan naar Amersfoort te gaan. Naar het bakkertje waar je kunt zitten voor het raam. Waar mensen voorbijfietsen, wandelen, lachen, haasten, leven. Zoveel gezichten. Zoveel verhalen. En toch, terwijl ik daar zat, voelde ik me lichter dan ooit. Alsof ik zweefde op Gods genade.

    “De vreugde van de Heer is uw kracht.” – Nehemia 8:10

    Niet mijn omstandigheden, maar Zijn tegenwoordigheid. Niet mijn gezondheid, maar Zijn nabijheid. Want daar, midden in de stad, midden in de mensenmassa, midden in het gewone leven… was God in het midden. In onze gesprekken. In de stilte tussen Andrea en mij. In de geur van vers brood en de warmte van de zon op mijn gezicht.

    Het kleine werd groot. Een wandeling door de markt werd een heilige ervaring. Niet omdat alles pijnloos was, maar omdat God daar was. De enige keer dat ik aan mijn ziekte dacht, was bij het innemen van medicatie. Daarna verdween het weer naar de achtergrond. Want Gods vreugde was groter. Zoveel groter.

    Thuisgekomen lag ik even op bed. Een moment van rust. Mijn dochter kwam op bezoek. Mijn kleinkind riep: “Nonno!” En met één woord vulde mijn hart zich met liefde. Zo werkt God. In het kleine. In het kwetsbare. In het alledaagse. Daar is Hij.

    En dan denk ik: hoe zal het zijn, straks, in de hemel? Zitten we daar ook bij het hemelse bakkertje? Zien we daar ook mensen langskomen, die geraakt zijn door het evangelie dat we mochten delen? Onze geliefden, vrienden, misschien wel vreemden die nu broers en zussen zijn in Christus?

    Ik geloof het. Want Gods droom voor ons is niet klein. Hij is onze Vader. Hij heeft Zijn eigen Zoon gegeven om ons te redden. Uit liefde. Pure liefde.

    “Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.” – Johannes 3:16

    We zijn Zijn lievelingen. Hij noemt jouw naam. En Hij zegt:

    “Jij bent mijn geliefde zoon. Jij bent mijn geliefde dochter. Ik ben met je.”

    Laat dat tot je doordringen. Zelfs in ziekte, zelfs in pijn: je bent niet alleen. Je wordt gedragen. En daarom: laat vreugde je hart vullen. Niet omdat alles goed gaat, maar omdat God goed is. Altijd.

    Lieve Vader in de hemel,

    Dank U voor de blijdschap die niet afhangt van omstandigheden,

    maar die stroomt uit Uw hart naar het onze.

    Dank U voor de rust in kleine dingen,

    voor liefde in de ogen van onze geliefden,

    voor het roepen van een kleinkind dat “Nonno” zegt

    en voor de zon die Uw trouw weerspiegelt.

    Heer Jezus, U bent onze vreugde,

    onze waarheid, onze hoop.

    U bent in het midden – in onze huizen, in onze steden,

    in ons verdriet, in onze blijdschap.

    Dank U voor Uw offer,

    voor het leven dat U gaf,

    voor de liefde die U nooit terugneemt.

    Geest van God,

    Vul ieder die dit leest met Uw vrede.

    Laat Uw vreugde onze kracht zijn.

    Breng genezing waar gebrokenheid is.

    En geef hoop aan ieder hart dat verlangt naar meer van U.

    In Jezus’ naam,

    Amen.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen 

  • Aan de grote tafel van God

    Er was een tijd dat ik mocht werken in een leefgemeenschap. Een plek waar zo’n honderd mensen samenleefden, mensen die vaak een zwervend bestaan hadden gehad, meestal met een verleden van verslaving. Het leven daar was eenvoudig en intens tegelijk. Alles werd gedeeld: voedsel, geld, gaven, tijd. En hoewel het soms chaos leek — want honderd mensen, elk met een eigen verhaal, eigen pijn en verleden — was er ook vrede.

    Wat mij raakte was dat niemand uitgesloten werd. Iedereen had een stem. We bespraken samen hoeveel fruit er gedeeld werd, hoe lang iemand naar buiten kon, wat eerlijk was en wat nodig was. Dat klinkt misschien vreemd, maar juist die structuur bracht rust en veiligheid. Want waar geen liefde en orde is, groeit geen leven. Maar daar, in die gemeenschap, zag ik mensen groeien. Letterlijk opbloeien. Van de straat, uit het duister, kwamen ze in het licht van wat God voor hen bedoeld had.

    Het deed me denken aan hoe de eerste christenen leefden. Zoals er in Handelingen 2 staat:

    “Allen die het geloof hadden aanvaard, bleven bijeen en hadden alles gemeenschappelijk; ze verkochten hun bezittingen en verdeelden de opbrengst onder degenen die iets nodig hadden.”

    — Handelingen 2:44-45

    Er was altijd genoeg. Genoeg eten. Genoeg aandacht. Genoeg gebed. Genoeg liefde. Niet omdat het perfect geregeld was, maar omdat God voorzag. Omdat we deelden.

    En ik denk aan de gelijkenis van de koning die een feestmaal aanrichtte (Mattheüs 22). De genodigden weigerden te komen. Te druk met hun bezittingen, hun leven. Dus stuurde hij zijn dienaren de straat op: “Nodig iedereen uit die je tegenkomt.” En zo vulde de feestzaal zich — met mensen die niets hadden, maar alles ontvingen.

    Dát is het hart van God. Geen onderscheid, geen oordeel, geen voorwaarde. Gewoon: “Kom maar, er is plaats aan Mijn tafel.”

    Misschien is dat wel de roeping van de Kerk, van jou en mij: om mensen te nodigen. Niet met woorden alleen, maar met ons leven. Met gedeeld brood, gedeelde tijd, gedeelde liefde. Om de ogen van Christus te krijgen. En om de verloren schapen te zien zoals Hij ze ziet — geliefd, gewild, en welkom aan tafel.

    Vader in de hemel,

    Dank U voor Uw grote tafel, waar ieder welkom is.

    Dank U voor de overvloed van Uw liefde, Uw genade, Uw voorziening.

    Leer ons delen, Heer — niet uit verplichting, maar uit liefde.

    Geef ons de ogen van Christus, zodat we de mensen zien zoals U ze ziet.

    Stuur ons, Heilige Geest, naar de straten, naar de gebroken harten, naar de mensen zonder hoop.

    Zodat Uw huis vol wordt.

    Zodat Uw vreugde gedeeld wordt.

    Zodat Uw naam wordt grootgemaakt.

    In Jezus’ naam,

    Amen.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen 

  • U bent mijn hulp, mijn Heer

    Ruim acht maanden onderweg

    Het is alweer ruim acht maanden geleden. Acht maanden sinds ik die diagnose kreeg. Acht maanden waarin ik zoveel heb meegemaakt, zoveel ziekenhuisbezoeken – zeker zestig. Het zijn maanden van behandelingen, gesprekken, hoop en vragen. Ik ben er moe van. Moe van lichaam, moe van geest, moe van alles wat deze ziekte met zich meebrengt.

    En toch… zijn we onderweg. En toch… blijven we geloven. Want ja, er is chemo gestart. En ja, de bijwerkingen zijn pittig. Maar we hebben samen gezegd: we leggen het in Gods hand.

    Niet omdat we naïef zijn, maar omdat we nuchter én gelovig zijn. Nederlanders met een hemels perspectief. We geloven dat er een omslag kan komen. We geloven dat God nog steeds wonderen doet.

    Want bij U is de bron van het leven, in Uw licht zien wij het licht.   Psalm 36:10

    Ik zat laatst in mijn rolstoel op de Oud Veluwse markt en ik zei tegen Andrea: “Ik zie alleen maar benen.” Dat is wat je ziet als je zit, lager dan de rest. Je ziet voeten die doorgaan, mensen die bewegen, terwijl jij stil staat. En toen dacht ik: maar ik hoef mijn hoofd maar op te heffen. En dan weet ik: waar komt mijn hulp vandaan? Mijn hulp komt van de Heer.

    “Ik hef mijn ogen op naar de bergen: vanwaar komt mijn hulp? Mijn hulp komt van de HEER, die hemel en aarde gemaakt heeft.” – Psalm 121:1-2

    Ik weet dat sommigen bemoedigd worden door wat ik schrijf. Maar ik wil ook zeggen: jullie bemoedigen mij. Door jullie liefde. Door jullie gebeden. Jullie dragen mij, net als de Vader mij draagt. Zoals in dat gedicht van de voetstappen – waar er maar één spoor is, omdat Hij mij op dat moment tilde.

    Zó leeft God met mij. Zó leeft Hij met ons.

    En toch zijn er ook van die momenten… momenten dat ik het zelf niet meer weet. Dat de vermoeidheid me opslokt. Dat ik verlang naar rust, maar niet de rust vind. Dan denk ik aan dat stuk uit Daniël. Over gebed. Over het gebed dat wél gehoord werd, maar waarvan het antwoord werd tegengehouden door hemelse machten. Dat raakt mij. Want het laat zien: God hoort ons. Meteen. Maar soms is er strijd. Soms zien wij het pas later. Of niet.

     “Wees niet bevreesd, Daniël, want vanaf de eerste dag dat u zich ervoor inzette om inzicht te krijgen en u voor uw God vernederde, zijn uw woorden gehoord.” Daniël 10:12

    Daarom blijf ik bidden. Daarom vraag ik ook om jullie gebed.

    Want elke dag probeer ik iets te schrijven. Soms vol hoop. Soms met wanhoop tussen de regels. Maar altijd met één zekerheid:

    God is erbij. Hij is mijn krachtbron. Mijn toekomst. Mijn leven.

    “De HEER is mijn kracht en mijn lied, Hij is mij tot heil geweest.” – Jesaja 12:2

    En weet je? Wat jij ook meemaakt, waar je ook doorheen gaat – zelfs als je het even niet meer weet – blijf vertrouwen. Want Hij laat je niet los. Hij is erbij. Elke stap. Elke traan. Elke zucht. Hij is niet ver weg. Hij is je Vader. Je Helper. Je Redder. Je God.

    Heer,

    U ziet mij.

    U ziet hoe moe ik ben. U weet wat mijn lichaam doormaakt,

    Maar ik hef mijn hoofd omhoog naar U.

    U bent mijn Hulp.

    U bent mijn Houdvast.

    U bent mijn Toekomst, ook als ik die zelf niet zie.

    Heer, ik bid voor kracht. Voor rust. Voor vrede in mijn hart.

    Voor wonderen die U nog steeds kunt doen.

    Voor een glimlach op donkere dagen.

    Voor Uw aanwezigheid, in mijn schrijven, in mijn zwijgen, in mijn ademhaling.

    Dank U voor hen die met mij meebidden.

    Zegen hen. Draag hen. Beantwoord ook hun roepen.

    En wees hen nabij zoals U mij zo nabij bent.

    Heer Jezus,

    U bent mijn hulp.

    Mijn Heer.

    Amen.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen 

  • Een drievoudig snoer – over hoop, ziekte en liefde

    Gisteren was Andrea bij een bijeenkomst van lotgenoten. Partners die hun geliefde zien lijden aan kanker. En daar klonken verhalen. Triste verhalen. Zware verhalen. Verhalen waar de hoop bijna verdampt leek. Waar je mensen als het ware al niet meer zag, omdat ze verstrikt waren geraakt in de angst en de pijn.

    Maar Andrea kwam thuis met blijdschap. Niet omdat de verhalen licht waren – ze waren juist loodzwaar. Maar omdat ze ook daar van Hem mocht getuigen en ook opnieuw besefte wat een wonder het is dat wij God kennen. Dat we Hem hebben vastgepakt, of liever: dat Hij óns heeft vastgepakt. Niet bij de handen,maar bij onze polsen. Hij laat ons niet los.

    “Een drievoudig snoer wordt niet snel verbroken.”

    – Prediker 4:12

    Onze relatie is gebouwd op dat drievoudige snoer: God, Andrea en ik. We hebben in de elf jaar dat we samen zijn nooit echt ruzie gehad. Niet omdat we zo perfect zijn. Maar omdat we geleerd hebben om niet naar elkaar te kijken met verwijt of verwachting, maar door de ogen van Christus. En dan vervagen de dingen. Dan denk je: Wat zijn we gezegend! Wat is liefde mooi wanneer Jezus in het midden staat.

    Ook nu – in de tijd van ziekte – praten we over alles. Over kanker. Over pijn. Over vermoeidheid. En ja, ik ben op dit moment ontzettend moe. Mijn lichaam lijkt leeggelopen. Alsof ik de hele dag kan slapen en toch niet uitrust. Soms komt er niks meer uit mijn vingers. Maar Andrea zegt: “Neem rust. Ik doe het wel.” En daarin leer ik afhankelijk te zijn van haar. Iets wat ik vroeger moeilijk vond. Maar nu is het een zegen.

    “Maar wie de HEER verwachten, putten nieuwe kracht. Zij varen op met vleugels als van een arend. Zij lopen, maar worden niet moe, zij gaan, maar worden niet mat.”

    – Jesaja 40:31

    We geloven dat God geneest. Hij deed dat 2000 jaar geleden, en Hij doet het nog steeds. Hij kan een wonder doen, ook nu. Maar we weten ook dat Gods tijd niet onze tijd is. Soms lijkt het leven ineens voorbij. Iemand is “te jong” of “was nog niet klaar”, maar God weet wat Hij doet. Hij haalt ons thuis op Zijn moment. En dán… dán begint het pas echt.

    “Want voor mij is het leven Christus en het sterven winst.”

    – Filippenzen 1:21

    De dood is voor ons geen einde. Het is het begin van een hemels leven. Geen steunkousen meer. Geen medicijnen. Geen ochtenden met hoofdpijn. Maar een leven in volle glorie – bij Hem. En tot die tijd? Tot die tijd willen we getuigen. Bij de chemo, bij de buurvrouw, bij vrienden, bij wie dan ook. Want ik gun iedereen een ontmoeting met God. Want zó’n ontmoeting verandert je. Ze geeft rust. En hoop. En vrede – zelfs als je lichaam wordt afgebroken.

    “Mijn vlees en mijn hart bezwijken, maar God is de rots van mijn hart en mijn erfdeel voor eeuwig.”

    – Psalm 73:26

    Dus ook al vreet de ziekte aan mijn lijf, ik blijf bidden. Voor genezing. Voor kracht. Maar bovenal dat God centraal blijft staan – ook in jouw leven. Of je nu in verdriet bent, of in blijdschap. Of je worstelt met je huwelijk, je werk, je angst, je gezondheid. Kijk niet naar de ander, maar kijk naar Jezus. En je zult zien dat je boosheid vervaagt. Je zorgen kleiner worden. En je hart gevuld wordt met vrede.

    Vader in de hemel,

    U bent de God van leven, van hoop, van liefde.

    U bent onze kracht, als wij geen kracht meer hebben.

    U bent onze vreugde, als wij verdrietig zijn.

    U bent ons houvast, als alles lijkt weg te glijden.

    Dank U dat U onze polsen vasthoudt – stevig, vol liefde, vol trouw.

    Dank U voor Andrea. Voor haar liefde. Voor haar kracht.

    Dank U voor iedere nieuwe dag, zelfs als die zwaar is.

    Geef nieuwe energie, Heer. Geef hoop. Geef wonderen.

    Leer ons steeds opnieuw naar U te kijken.

    Niet naar onze omstandigheden. Niet naar wat we missen.

    Maar naar Jezus – onze Redder, onze Vriend, onze Heer.

    En als het moment komt dat U roept, Heer,

    dan willen wij klaar zijn. Niet bang, maar vol verwachting.

    Want bij U is leven. Eeuwig leven.

    In Jezus’ naam.

    Amen

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen 

  • Gebukt onder druk – geroepen tot rust

    Wat voor invloed kan een mens op een ander hebben?

    Meer dan we soms beseffen. Een enkele opmerking, een verwachtingsvolle blik, een goedbedoelde “tip” of zelfs een stilzwijgen – het kan ons uit balans halen. De ander kan ons beïnvloeden, sturen, verleiden tot een leven dat helemaal niet bij ons past.

    De maatschappij helpt daar flink aan mee.

    Een koophuis. Een relatie. Een goed inkomen. Twee keer per jaar op vakantie. Een strak lijf. Een opgeruimd huis. Gezonde kinderen. Een volle agenda. En als het even kan, ook nog een carrière en vrijwilligerswerk erbij.

    En als het niet lukt?

    Dan voelt het alsof je tekortschiet.

    Alsof je faalt.

    Maar dan is daar de stem van God: 

    ‘Als de lasten u drukken en u vermoeid bent, kom dan bij Mij. Ik zal u rust geven.’

    ‭‭Mattheüs‬ ‭11‬:‭28‬ ‭HTB‬‬

    Die woorden klinken als een fluistering in een storm.

    En toch… zó vaak rennen we daaraan voorbij.

    Soms denken mensen dat ze God kwijt zijn.

    Niet omdat Hij weg is,

    maar omdat hun leven te vol is geworden om Hem nog te horen.

    Een vluchtig “Goedemorgen Heer” bij het instappen in de auto.

    Een half schietgebedje tussen twee telefoontjes door.

    En dan weer dóór. Rennen. Springen. Vliegen.

    Tot het lichaam zelf de noodrem trekt.

    Opeens lig je op de eerste hulp.

    Je bent duizelig, hartkloppingen, misschien een paniekaanval.

    Of erger. En daar lig je, plat. Stilgezet.

    En God fluistert: “Ik was er al. Ik wachtte al lang.”

    ‘‘Word rustig en weet dat Ik God ben. Ik ben de Hoogste onder alle volken, de Grootste op de hele aarde.’’

    ‭‭Psalmen‬ ‭46‬:‭11‬ ‭HTB‬‬

    We luisteren vaak pas als alles even stilvalt.

    Maar God wil ook spreken vóór het zover komt.

    Hij wil je beschermen tegen een leven waarin je jezelf verliest in de verwachtingen van anderen.

    We zijn niet geschapen om naar andermans maatstaven te leven.

    We zijn gemaakt naar Zijn beeld.

    Zelf heb ik ervaren hoe het is om beïnvloed te worden.

    Gedachten van anderen gingen in mij wonen.

    Ik moest commerciëler worden, succesvoller.

    En ik geloofde het. Ik dacht: dit is de weg.

    Maar ondertussen raakte ik verder weg van de weg van Jezus.

    Tot Hij me stilzette.

    Hij zei: “Ico, kijk naar de vogels.”

    ‘Let eens op de vogels. Die maken zich geen zorgen over wat zij moeten eten. Zij hoeven niet te zaaien of te oogsten of te bewaren, want God geeft hun wat zij nodig hebben. U bent voor Hem toch meer waard dan de vogels!’

    ‭‭Mattheüs‬ ‭6‬:‭26‬ ‭HTB‬‬

    En ik keek.

    Ze fladderden van tak naar tak. Geen spaarplan, geen wintervoorraad.

    Maar vreugde. Vrijheid. Vertrouwen.

    ‘Waarom zou u zich zorgen maken over kleding? Kijk eens naar de bloemen in het veld. Die staan daar te bloeien zonder zich druk te maken. En toch zag koning Salomo, met al zijn pracht en praal, er niet zo mooi uit als zij.’

    ‭‭Mattheüs‬ ‭6‬:‭28‬-‭29‬ ‭HTB‬‬

    Waarom maken wij ons dan zoveel zorgen?

    Waarom streven we zo krampachtig naar “meer”, terwijl God ons al alles wil geven wat we nodig hebben?

    Zelfs vakanties zijn geen rust meer, maar een prestatiedruk op zich.

    In plaats van samenkomen, ontdekken koppels tijdens de vakantie dat ze elkaar kwijt zijn geraakt. De gezamenlijke maaltijd aan tafel is vervangen door een appje: “We bestellen wel wat.”

    De geur van vers eten heeft plaatsgemaakt voor stress en haast.

    Samen op de bank is nu: samen achter een scherm.

    En God?

    Die staat aan de deur en klopt.

    Niet met een oordeel, maar met een uitnodiging:

    ‘Luister, Ik sta voor de deur en klop. Als iemand Mij hoort en de deur opendoet, zal Ik bij hem binnenkomen. Dan zullen wij samen eten, hij met Mij en Ik met hem.’

    ‭‭Openbaring‬ ‭3‬:‭20‬ ‭HTB‬‬

    Wat een beeld: God die ons uitnodigt voor rust. Voor samenzijn. Voor liefde.

    Niet op basis van prestatie, maar puur omdat we Zijn kinderen zijn.

    God is geen werkgever. Hij is Vader.

    Hij wil niet dat je Hem dient met een vol hoofd, maar met een open hart.

    Hij wil niet dat je leeft naar de druk van mensen, maar naar de vrijheid van Zijn Geest.

    ‘De Here is de Geest, die leven geeft en waar Hij is, is vrijheid.’

    ‭‭2 Korinthiërs‬ ‭3‬:‭17‬ ‭HTB

              ‘Blijf dicht bij Mij, dan blijf Ik in jullie. Net zoals een rank alleen maar vrucht kan dragen als hij aan de wijnstok zit, kunnen ook jullie alleen maar vruchtbaar leven als jullie in Mij blijven.’

    ‭‭Johannes‬ ‭15‬:‭4‬ ‭HTB‬‬

    Vader in de hemel,

    U ziet ons. U kent onze vermoeidheid. Onze strijd.

    U weet hoe we ons soms verliezen in de verwachtingen van anderen,

    in de snelheid van de wereld,

    in het zoeken naar goedkeuring.

    Maar U zegt: “Kom tot Mij, en Ik geef je rust.”

    Heer, we willen opnieuw naar U toekomen.

    Stil worden bij U.

    Bevrijd ons van de druk die niet van U komt.

    Laat ons leven in de vrijheid van Uw liefde.

    Help ons te rusten in Uw zorg, te wandelen in Uw waarheid,

    en te bloeien in Uw nabijheid.

    Dank U dat U ons roept, draagt, geneest en leidt.

    In Jezus’ Naam.

    Amen.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen