De ochtend begon vreemd. Ik werd wakker met pijn. Hevige pijn in m’n heup. Het zat niet lekker. Andrea moest vroeg naar de dokter, dus we baden niet lang, maar wel samen. En dat was goed. Later zette ze een bak koffie voor me en we kletsten rustig, liefdevol. Dat soort momenten zijn goud waard.
’s Middags reden we samen naar Utrecht. We gingen floaten— drijven op magnesiumwater. Gewoon stilte, rust. Ik had Andrea beloofd: als we erin liggen, dan hou ik m’n mond. Geen gepraat. Alleen zijn. Alleen drijven. Alleen rust.
Maar het werd veel meer dan dat.
Terwijl ik daar lag, stil, in het warme water, kreeg ik een beeld. Geen fantasie, maar een diepe ervaring. Ik zag mezelf als kind van zes. Klein, kwetsbaar — maar hand in hand met Jezus. We liepen samen over een strand. Ik zag Zijn gezicht niet, maar ik wist dat het Hem was.
En ik vroeg Hem die eenvoudige, kinderlijke vraag:
“Hoe lang duurt de eeuwigheid?”
Hij antwoordde:
“Tel de zandkorrels van dit strand… en dan ben je pas net begonnen.”
Wat een vrede bracht dat. Vrede over de toekomst. Over het einde van al het lijden, al het geweld, alle jaloezie. Want straks komt er vrede. Straks is het feest. Dan is iedereen gelijk. Dan is er alleen nog liefde.
En we wandelden verder, Jezus en ik.
Toen zag ik ineens een oude grammofoon, zo’n ding met zo’n bolle hoorn eraan. Hij draaide muziek uit de jaren twintig. Geen moderne aanbiddingsliederen, geen lofzangen, gewoon dansmuziek. Niemand was aan het dansen.
Ik zei tegen Jezus:
“Voor wie is die muziek?”
Hij glimlachte en zei:
“Voor jou.”
Zonder publiek. Zonder show. Alleen ik en Hij. Wat een intiem moment.
Toen wandelden we ineens onder water. Niet symbolisch — echt onder water. En toch kon ik ademen. Er was vrede. Boven ons geen glazen pui, maar er was geen paniek.
Ik wist: Hij is erbij.
En toen — zat ik ineens op een boot. Midden op zee. Het begon te stormen.
Ik keek om me heen en dacht:
“Wacht even, dit ken ik… Dit is het verhaal van Petrus.”
Petrus stapte uit de boot, liep over het water naar Jezus.
Tot hij bang werd. En zonk.
Ik werd ook bang.
Ik maakte Jezus wakker.
En Hij zei tegen me:
“Waarom ben je bang? Je weet toch dat Ik bij je ben? Ik los jouw problemen op.”
En dat raakte me diep. Want ja… Hij is erbij. In mijn ziekte. In mijn pijn. In mijn blijdschap. In mijn tranen.
Hij is erbij. Altijd. Zelfs in de storm. Zelfs als Hij lijkt te slapen.
✧ En vandaag … ✧
Vandaag krijg ik weer m’n chemo.
Dan gaat het gif m’n lichaam in.
Maar ik weet: Jezus is erbij.
Als de naald gezet wordt, als het middel vloeit — dan zegt Hij tegen mij:
“Maak je geen zorgen. Jij hebt geen probleem. Ik ben bij je. Ik los het op.”
En natuurlijk hoop ik dat die woorden ook lichamelijk waarheid worden. Dat ik genezing ontvang. Maar die woorden zijn al waarheid, omdat ik geloof in Hem.
En ik ben niet alleen. Andrea is erbij. We kunnen elkaars hand vasthouden. Maar boven alles: Hij houdt ons vast.
En ik bid ook voor jou, als je dit leest. Misschien draag jij verdriet. Misschien mis je iemand.
Weet dan: het is geen “vaarwel voor altijd”. Het is een tot ziens.
Want in Jezus leven we verder. En we zullen elkaar weerzien. In vrede. In eeuwige vreugde.
Dan is het elke dag feest. Feest zoals God het bedoeld heeft.
En dan mogen we bij Vader op schoot zitten.
Zijn schoot is groot genoeg voor iedereen.
Voor jou.
Voor mij.
Voor ieder die zich laat dragen.
Geen probleem is Hem te groot.
Geen liefde is Hem te groot.
Geen wond is Hem te diep.
En ik mag zeggen:
Ik ben een blij mens. Niet om m’n ziekte. Maar om Zijn nabijheid. Om de zekerheid dat Hij erbij is. Altijd.
En als ik straks weer op die boot zit, hoop ik dat ik Hem niet meer wakker hoef te maken.
Want ik wéét nu: zelfs als Hij slaapt… is Hij Heer.
En zelfs dan draagt Hij mij.
“En zie, Ik ben met u al de dagen, tot aan de voleinding van de wereld.”
— Mattheüs 28:20
Heer Jezus,
U bent mijn Redder, mijn Trooster, mijn Rust.
U bent erbij – in het warme water, in het ziekenhuis, in de storm.
Dank U dat U me vasthoudt.
Dat U zelfs in Uw slaap nog Heer bent.
Dat U geen probleem te groot vindt, geen mens te klein.
Ik bid voor ieder die dit leest:
Geef dat zij U herkennen als hun Verlosser.
Dat ze leren rusten in Uw nabijheid.
Dat ze weten: het is geen einde. Het is een tot ziens.
Want U bent God.
En Uw liefde…
Die is altijd genoeg.
Amen.
Met liefde ❤️ Ico
Goedemorgen
