“Kom tot Mij, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven.”

(Mattheüs 11:28)

Categorie: Dagboek

  • Een glimp van de hemel

    Maandag. En ik kijk terug. Op een week vol ontmoetingen, vol emoties, vol hoop. Op een zondag die voelde als een glimp van de hemel.

    Zaterdag scheen de zon. Ik zat buiten, voelde de warmte op mijn huid en blijdschap in mijn hart. Toen schreef ik al wat woorden op papier, als voorbereiding op vandaag. Maar nu is het zondag geweest. Een dag van samenkomen, van zingen, van bidden, van luisteren. Een dag waarop je soms iets mag proeven van hoe het straks zal zijn: de hemel op aarde.

    Vrijdag had ik een bijzonder gesprek. Drieënhalf uur lang zat ik met een broeder te praten – een vriend, een man vol van de Heer. Wat een ontmoeting. Niet alleen met hem, maar vooral met God. We deelden visioenen, gebeden, vragen en verwondering. We herkenden elkaars hartsverlangen naar de glorie van God. We proefden dezelfde Geest. En ik dacht: hier wil ik zijn. Dicht bij Gods hart, dicht bij zijn Geest.

    Met hem deelde ik ook een visioen dat ik ooit kreeg. In dat visioen zweefde ik, gedragen door God zelf – alsof Hij mijn hand vasthield als een vader zijn kind. We vlogen boven bergen, en toen zei Hij: “Kijk voor je.” En ik zag het nieuwe Jeruzalem. Prachtig. Onbeschrijflijk. Niet omdat mijn woorden tekortschieten, maar omdat het als een hemelse herinnering voelde – helder, maar niet grijpbaar. En toch wist ik: alles is klaar. Alles is gereed. God heeft het voorbereid. Voor jou, voor mij, voor wie Hem liefheeft.

    Dat visioen leeft in mij als hoop. Hoop op de toekomst. Hoop op bevrijding van pijn, ziekte en gebrokenheid. Hoop op eeuwige vreugde.

    En dan zaterdag – de begrafenis van een man die ik kende. Een man die vragen had, die tastte naar waarheid, die sprak over geloof maar het nog niet helemaal vond. Drie weken geleden werd hij ziek. En nu is hij er niet meer. En daar stond ik dan. Tussen mensen die hem liefhadden. Die woorden van eer spraken. Die zijn gemis voelden. Zijn kinderen. Zijn familie. Een vader die er altijd was – en nu ineens niet meer. En ik bad: “Heer, ontferm U.” En tegelijk wist ik: U bent er. Zelfs daar. Zelfs nu.

    Zondag was goed. De dienst raakte me. Het sloot helemaal aan bij mijn hart. Bij alles wat ik die week had meegemaakt. En na de dienst ontmoette ik een man van wie ik eerder die week – op donderdag – hoorde dat hij zijn vrouw had verloren. Kanker. Wat een verlies. Wat een gemis. Maar ook: wat een geloof. We spraken met elkaar. Geen vluchtige woorden, maar een ontmoeting van hart tot hart. Condoleren, ja. Maar ook bemoedigen. Luisteren. Stilte. Samen in het verdriet. En ik voelde een diepe eenheid. Alsof God zelf daar tussen ons stond.

    Dit is gemeente-zijn. Delen in elkaars vreugde, maar ook in elkaars pijn. Samen Jezus volgen, ook door het dal. En dan is er die hoop. Hoop dat de dood niet het laatste woord heeft. Hoop dat we elkaar terugzien. In dat nieuwe Jeruzalem. Alles is klaar.

    Maar ik ben er nog niet aan toe om te gaan. Ik vecht – niet met God, maar met het idee van afscheid nemen. Mijn hart is nog hier. Bij mijn vrouw. Mijn kinderen. Mijn kleinkinderen. Bij jullie. Ik wil leven. Leven met God. Leven ín zijn glorie. En zelfs nu – met vermoeidheid, met pijn, met doktersbezoeken – ben ik dankbaar. Want in mijn zwakheid vind ik Hem.

    En ik wil je vragen: wil je bidden? Voor vandaag – maandag. Dat de uitslagen van de oncologie hoop mogen brengen. Een teken van leven. Een lichtpunt in deze moeilijke weg. Ik weet dat velen al bidden. En dat voel ik. Dat draagt me. Dank je wel daarvoor.

    Tot slot wil ik je dit meegeven: als jij zoekt naar vrede, naar richting – zoek Jezus. Hij zoekt jou. Hij laat de 99 schappen achter om jou te vinden. Hij is jouw Redder, jouw Trooster, jouw Vriend. En Hij roept jou om hetzelfde te doen: zoek de verlorenen. Niet om te oordelen, maar om te omarmen. Want de hemel is geen afscheid. Het is tot ziens.

    Laten we leven als koningskinderen. Vol liefde. Vol genade. Vol overgave. Zoals Jezus. Hij zegt nog steeds:

    Ik ben.
    Ik ben het Licht.
    Ik ben de Weg.
    Ik ben jouw Herder.
    Ik ben jouw Leven.
    Ik ben.

    Vader in de hemel,
    Dank U voor Uw aanwezigheid in ons leven.
    Voor de momenten waarin U tastbaar bent –
    in dromen, visioenen, gesprekken en ontmoetingen.

    Dank U voor de zon op ons gezicht
    en de vreugde die U geeft in ons hart.

    Heer, wij bidden:
    Geef ons kracht om te leven.
    Om te blijven geloven, te blijven hopen,
    te blijven zoeken naar Uw hart.

    We bidden voor wie moe zijn – geef rust.
    Voor wie ziek zijn – geef genezing.
    Voor wie verdriet dragen – geef troost.
    Voor wie zoeken – geef Uzelf.

    Heer Jezus,
    U bent de Weg, de Waarheid en het Leven.
    Blijf dichtbij.
    Houd ons vast.
    En leer ons liefhebben, zoals U ons hebt liefgehad.

    In Uw machtige naam bidden wij,
    Amen.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • Een stil verlangen naar de hemel

    Vanmorgen werd ik samen met mijn geliefde wakker. De dag begon met de gewone dingen: een knuffel, een gebed, een gesprek. Maar toen klonk daar een stem, Wilma, die vroeg: “Waar twijfel je over?” Het bracht me even stil. Twijfel ik? En als ik diep naar binnen kijk, moet ik zeggen: nee, ik twijfel niet aan wie God is. Ik weet dat Hij trouw is, dat Hij geneest, dat Hij draagt. Ik weet dat we veilig zijn in Zijn hand, ook als het leven anders loopt dan we zelf zouden kiezen.

    Toch is er soms een vraag. Vindt de genezing hier op aarde plaats, of straks in de hemel? Maar dan besef ik: het zal gebeuren. God houdt zich aan Zijn beloften. En als ik mijn ogen sluit, zie ik het voor me: daar bij de poort, bij Rubben, waar ik mensen opwacht. Ik zie mijn kinderen, kleinkinderen – en zelfs de generaties die ik op aarde nooit zal ontmoeten. Wat een vreugde zal dat zijn: een gezin compleet, zonder gemis, zonder pijn. Samen, hand in hand, voor Gods troon.

    In die gedachte ligt diepe blijdschap. Want hoe zwaar het leven soms ook is, hoe zwak mijn lichaam ook wordt – in Gods toekomst is alles volmaakt. Geen horloges, geen moeheid, geen schaduw meer. Alleen licht. Alleen liefde. Alleen vrede. En ik geloof dat we daar samen aan tafel zullen zitten, dat we herinneringen delen – misschien hemels, misschien werelds – en dat we zullen lachen, zingen, aanbidden.

    Ik ben niet gelukkig met mijn ziekte, maar ik ben blij. Blij met de liefde van God. Blij met de mensen die Hij om mij heen heeft gezet. Blij met mijn gemeente, mijn familie, mijn broeders en zusters. En zelfs al komen er dagen dat ik moet graven naar die blijdschap, ze is er. Want er leeft een stil, diep verlangen in mij: om dicht bij God te zijn. Om te rusten in Zijn armen. En dat verlangen wil ik met jou delen.

    Twijfel niet. Ook als het donker is. Ook als je moet loslaten. Want niets gaat verloren bij God. Je zult elkaar weer zien. Je zult Hem zien.

    “Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen. De dood zal er niet meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij.”
    — Openbaring 21:4

    Vind vreugde in de hoop, vrede in het wachten, en blijdschap in het weten: God maakt alles nieuw.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • De Resetknop van Jezus ( vrijdag 30 mei )

    Het is vroeg in de ochtend. De stilte is zacht, bijna heilig. Ik nam mijn medicatie en ging weer rustig op bed liggen. Een beetje “weghummelen”, zoals ik het noem — wegzakken tussen waken en slapen. Ik hoorde de ademhaling van Andrea naast me, en ik deed alles om haar niet wakker te maken. Twee mensen wakker, daar is niemand bij gebaat. Maar ze werd wakker, kroop dicht tegen me aan, en samen begonnen we de dag in gebed.

    En daar, midden in dat stille gebed, kwam ineens het woord in me op: de resetknop. Je kent het wel — als iets vastloopt: je modem, de deurbel, een storing ergens in huis — dan zegt men: “Druk op de resetknop.” En dan werkt het weer, zoals het hoort.

    Toen dacht ik: hebben wij ook zo’n knop? Een knop om weer te worden zoals we bedoeld zijn, zoals God ons heeft gemaakt? Kwetsbaar. Afhankelijk. Gevuld met verwachting. Zoals een kind, dat leeft van de zorg en liefde van zijn ouders. Zo wil ik ook vandaag weer leven — als kind van God. Volledig afhankelijk van Zijn zorg, Zijn voeding, Zijn geestelijke nabijheid.

    Want Hij zorgt. Hij voedt. Hij troost. En Hij leidt ons stap voor stap dichter bij Zijn Koninkrijk.

    Die resetknop? Die bestaat. Niet van plastic. Niet ergens verborgen in ons lichaam. Maar zichtbaar op Golgotha. Het kruis van Jezus is onze hemelse resetknop. Jezus die zegt:

    “Kom tot Mij, jullie die vermoeid en belast zijn, en Ik zal jullie rust geven.”
    “Ik ben de weg, de waarheid en het leven.”

    Elke keer als we denken dat we het zelf moeten doen — dat het ons wel lukt — lopen we vast. Dan spoelt het leven als een golf over ons heen. Maar telkens weer mogen we terug. Naar het begin. Naar Hem.
    Jezus is het begin. En de rust. En de vrede.

    Ik vind rust als Andrea naast me ligt. Ik vind rust in het gebed. In Gods aanwezigheid, die als een warme deken om me heen ligt. En ook vandaag weer, mag ik die rust meenemen op de fiets, als ik op bezoek ga bij een broeder — vol vuur, vol energie. Hij herinnert me aan mezelf vroeger. En samen mogen we delen uit het hart, bij God.

    En vanavond? Dan eet ik samen met Andrea. Dicht tegen elkaar aan. Genieten van het leven. Van de kleine dingen die zo groots zijn.

    Vandaag wil ik genieten. Van het leven. Van de zon. Van de reset die God geeft — iedere dag opnieuw.

    Er is een prachtig Joods gezegde dat zegt:

    “Ik keer me om naar de zon, en laat de schaduw achter me.”

    Laat dat ons gebed zijn vandaag.
    Niet blijven hangen in gisteren.
    Maar leven in het licht van de Zon der gerechtigheid.

    Want Hij maakt alle dingen nieuw. Elke dag weer.

    Heer Jezus, U bent mijn rust, mijn waarheid, mijn leven.
    Dank U dat U mijn resetknop bent.
    Dank U dat ik bij U opnieuw mag beginnen, elke dag.
    Help mij om me te keren naar Uw licht,
    en de schaduw achter me te laten.
    Laat mijn leven gevuld zijn met Uw vrede, Uw nabijheid.
    En laat mijn hart zacht blijven, als dat van een kind.
    Amen.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • De dag na Hemelvaart – de Trooster is gekomen

    “Daar zieten we dan,” zeg ik vaak – de dag erna. The day after, noemen ze dat in het Engels. Ik ben daar niet zo goed in, maar dat maakt niet zoveel uit. Waar het mij om gaat, is wat er gebeurt in die dag erna. De dag ná iets groots. De dag na een feest, een verlies, een overwinning… of zoals gisteren: Hemelvaart.

    Hemelvaart. Jezus is terug naar de Vader gegaan. Maar Hij heeft iets beloofd: de Trooster komt. En dat is wat mij vandaag bezighoudt. Ik wil je bemoedigen om op zoek te gaan naar de Trooster. De Heilige Geest.

    Voel je Hem niet in je leven? Laat dan voor je bidden. Of bid zelf: “Vader, vul mij met Uw Geest.” Want Hij is beschikbaar. Altijd. De Heilige Geest geeft woorden van hoop, blijdschap in je hart, troost in je verdriet en richting op je pad. Hij wijst je de weg naar Jezus. En dat is het grootste: dat we straks met z’n allen daarboven zullen zijn.

    Open de deur

    Soms voel je het. Als een bel vanbinnen. Of als een klop aan de deur van je hart. Dan zegt Jezus:

    “Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Als iemand Mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik bij hem binnenkomen en de maaltijd met hem gebruiken, en hij met Mij.”
    (Openbaring 3:20)

    Open die deur. Wacht niet. Jezus is trouw. Hij is degene die naar je luistert. Die je vult met wat je écht nodig hebt. Misschien niet altijd het grote, het spectaculaire – maar precies dat wat jij nodig hebt, op het juiste moment.

    Wij hebben het vaak meegemaakt. Dat we dachten: “Nu redden we het niet.” Maar dan kwam er een gift. Of we vonden geld op een vergeten rekening. God voorziet.

    Een plek van vrede

    Gisteren gingen Andrea en ik naar de begraafplaats. Zij had er al over nagedacht, ik vond het moeilijk. Maar de zon scheen, en ik zei: “Kom, we rijden er even heen.” En weet je? Ik voelde vrede. Het was mooi. Een grote boom, een rusthuis ernaast. We noemden het voor de grap ons “hoekhuis”. En het voelde goed.

    Niet omdat ik daar wil zijn, maar omdat ik vrede proefde. Een stukje van de hemel. Natuurlijk hoop ik nog jaren mee te gaan. Maar als dat niet zo is: ook dan is het goed. Want ik weet: ik zal herleven. Misschien niet in dit lichaam, maar in een nieuw lichaam. En tot die tijd — ook al ben ik gekluisterd aan een stoel — ik blijf danken, ik blijf prijzen. Want God is erbij. Gisteren, vandaag, en morgen.

    Een toekomst vol hoop

    Morgen ga ik naar een begrafenis van een broeder uit de gemeente. En toch voel ik zekerheid. We zullen elkaar weer zien. Want in de hemel is geen tijd. Geen klok. Geen afscheid. Geen wachten. Alleen ontmoeting. En liefde.

    Ik verlang naar de dag dat ik door de hemelpoort wandel, hand in hand met mijn lief. Ik verlang naar de ontmoeting met onze kinderen, onze kleinkinderen, onze achterkleinkinderen – ook zij die nog geboren moeten worden. Samen aan die grote tafel van liefde.

    Want daar, daar is geen roddel meer. Geen ziekte. Geen gebrokenheid. Geen strijd. Alleen God. Alleen vrede. Alleen liefde.

    Aanbidding. Voor de één stil. Voor de ander met dans. Maar het komt uit het hart. En dát is wat telt.

    Vertrouw op Hem

    Soms bidden we voor genezing, en die komt niet meteen. Maar God is liefde. Hij hoort. En op Zijn tijd zal Hij ons thuisbrengen. En daarom: vrees niet. Er komt een tijd – tijdloos – waarin alles nieuw zal zijn. Dat is onze hoop. Onze zekerheid.

    Vergeet het niet: de Geest is gekomen. Niet alleen met Pinksteren. Hij is er vandaag al. Nu. Hij klopt aan jouw deur.

    Doe open.

    Vader,
    Dank U voor Uw Geest die troost en leidt.
    Dank U dat U altijd aanwezig bent, ook op dagen dat het donker is.
    Help ons om de deur van ons hart te openen voor U.
    Vervul ons opnieuw met Uw liefde, Uw kracht, Uw vrede.
    Laat ons wandelen in vertrouwen, in verwachting.
    Totdat we U mogen zien, van aangezicht tot aangezicht.
    Amen.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • Gods vreugde is mijn kracht

    Hemelvaart. De dag waarop Jezus terugkeert naar de Vader. Zijn taak op aarde is volbracht, en wij blijven achter — maar niet zonder hoop. Want voordat Hij ging, gaf Hij een belofte: “Ik zal de Trooster sturen.”

    Wat een vreugde!

    Niet zomaar een blij gevoel dat afhankelijk is van omstandigheden, maar een diepe zekerheid: God is bij ons. Altijd.
    Zelfs midden in de nacht, wanneer slaap en waken elkaar afwisselen, en je hart in stilte blijft praten met Hem.

    Toen kwam het in mijn denken — steeds weer, als een refrein van de hemel:
    “De vreugde van de Heer is mijn kracht.”

    En dat is het ook echt.
    Die vreugde is niet iets wat ik mezelf aanpraat. Het is een werkelijkheid.
    Als ik aan God denk, dan verdwijnen mijn zorgen naar de achtergrond.
    Dan zie ik vrede. Liefde. Hoop.

    En dat is niet alleen voor mij. Het is voor iedereen.
    Voor jou. Voor je gezin. Voor je vrienden.
    Voor mensen in rouw, in strijd, in onrust.
    Voor wie examens doen, solliciteren, een moeilijke dag hebben.
    Voor wie hun moeder moeten begraven — of hun vreugde dreigen te verliezen.

    God zegt: “Mijn vreugde is jouw kracht.”

    En weet je, ik heb iets gemerkt.
    Bij God werkt veel andersom.
    In onze wereld moet je eerst studeren, examens maken, dan krijg je misschien je diploma.
    Maar bij God?
    Maak je een keuze voor Hem — dan krijg je meteen je diploma.
    Toegelaten!
    Je bent binnen. In Zijn Koninkrijk. In Zijn school van liefde.
    En dan begint het ontdekken. Zoals een kind in de kleuterschool.
    Verwonderd luisteren. Leren. Groeien.

    Zo is het ook met verliefd zijn.
    Verliefd worden op God.
    Want hoe meer je van iemand houdt, hoe meer je hem wil leren kennen.
    Zo is het met God.
    Je raakt verliefd — en dan wil je dicht bij Hem zijn, Hem verstaan, Hem behagen.

    Dat herken ik ook in mijn liefde voor Andrea.
    Mijn verliefdheid voor haar is nog steeds als op de eerste dag van onze relatie.
    Soms groeit die liefde, maar de vreugde van haar aanwezigheid is er altijd.
    Ik ben gek op haar hele doen en laten. Gek op haar geest, die mij soms liefdevol corrigeert en mij wijst op God.
    Ze zegt dan: “Kijk naar God. Hij zal je redden.”
    En dat doet Hij ook. Iedere dag weer.

    Andrea en ik houden van elkaar, maar wat ons nog sterker bindt is dat we samen van God houden.
    Dat is de kern.
    Ik verwen haar niet met bloemen — maar met etentjes, met tijd, met liefde.
    En zo mogen wij ook God verwennen.
    Met onze tijd. Onze aandacht. Onze zang, zelfs met een valse stem.
    Met onze dromen.
    Met een hart vol verlangen naar Hem.

    Want geloof is geen plicht.
    Geloof is verliefdheid.

    Gods vreugde is mijn kracht.
    En als we op deze Hemelvaartsdag denken aan Jezus die naar de Vader ging,
    dan weten we:
    Hij is niet weg.
    Hij leeft in ons.
    Zijn Geest komt.
    Zijn vreugde blijft.

    “Wees niet bedroefd, want de vreugde van de HEER is uw kracht.”
    – Nehemia 8:10b

    Heer, dank U voor Uw vreugde.
    Dank U voor liefde, voor Andrea, voor geloof, voor hoop.
    Dank U dat we U mogen leren kennen — en dat Uw vreugde ons draagt.
    Geef ons kracht op moeilijke dagen.
    Laat ons verliefd blijven op U, elke dag een beetje meer.
    Laat Uw vreugde ook onze vreugde zijn.
    Vandaag, morgen, tot in eeuwigheid.
    Amen.

    Met liefde ❤️ Ico
    Goedemorgen

  • In het Licht van de Vuurtoren

    Ik had het net gesproken, de woorden van hoop, van vertrouwen, en toch… daar zat ik bij de KNO-arts en dacht:
    “Waar is hier de nooduitgang?”

    Niet uit angst. Maar omdat ik weet dat er iets zit. En dan zoek je als mens instinctief: hoe kom ik hieruit? Is er een deur die openzwaait, een uitweg die veilig is?

    En ineens moest ik denken aan dat beeld van vanmorgen.
    Een vuurtoren. Prachtig rood en wit. Aan zee. En dat draaiende licht — langzaam, trouw, onverstoorbaar. Dat licht zoekt het donker af. En als je meedraait met het licht, blijf je wandelen in het licht.
    Maar als je stil blijft staan, komt het donker weer terug.

    Zo is het ook met God. Zijn licht blijft draaien, blijft schijnen. Maar ik moet meebewegen. Niet stilvallen in de pijn, niet verstijven in de angst, maar meegaan met het Licht. Zijn Licht.

    En toch… eerlijk is eerlijk. Er zijn momenten dat ik mijn lichaam het liefst aan de kant zou willen schoppen. Dat ik denk:
    “Heer, geef me een nieuw lichaam. Dit lijf is moe. Dit lijf doet pijn. Laat me verdergaan in iets nieuws, iets gezonds.”

    Ik weet dat het verlangen naar een nieuw lichaam geen vlucht is. Het is een verlangen dat de hemel kent. Paulus zei het ook:

    ‘Dat geldt ook voor ons. Wij hebben als een voorproef van het nieuwe leven de Heilige Geest ontvangen, maar toch zuchten en verlangen ook wij naar de dag dat ons lichaam zal worden verlost van ziekte en dood.’
    ‭‭Romeinen‬ ‭8‬:‭23‬ ‭HTB‬‬

    Dus ik blijf kijken. Naar dat licht van de vuurtoren. Naar Jezus, het Licht der wereld. En ik blijf bewegen, blijven wandelen in dat Licht — ook als het zwaar is. Ook als ik het gevoel heb dat mijn eigen lichaam me tegenwerkt. Want Zijn licht leidt mij naar die echte, eeuwige uitweg: leven, genezing, rust, bij Hem.

    Heer, soms wil ik eruit stappen. Uit dit lichaam, uit deze pijn. Maar U roept mij om in Uw licht te blijven wandelen. Geef mij kracht om mee te draaien met Uw licht. Geef mij zicht op de eeuwige hoop, op het nieuwe lichaam dat komt. En houd mij dicht bij U, tot die dag. Amen.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • Een stille getuige van God

    Soms open je zomaar Facebook…
    En dan zie je iets wat je diep raakt.
    Een bericht mijn zoon.
    Die warme, mooie, krachtige woorden spreekt over zijn vader.
    Over mijn doen en laten. Over mijn voorbeeld.

    Dan besef ik: wat bijzonder is dit.
    Hij zegt dat hij wijze lessen heeft geleerd.
    Over God.
    Over standvastig zijn in je geloof, ondanks alles wat je meemaakt.
    En dat hij die lessen zijn leven lang met zich mee zal dragen.

    En ik denk dan…
    Heb ik daar iets voor gedaan?
    Heb ik daar mijn best voor gedaan?

    Nee.
    Ik ben gewoon mezelf gebleven.
    Zoals ik altijd ben geweest:
    Vol van de Heer, vol van de Geest.

    Mijn vreugde haal ik uit God.
    Mijn liefde komt van Hem.
    Mijn geborgenheid, mijn rust, mijn kracht.
    Het komt allemaal uit Zijn hand.

    En dan voel ik tranen opkomen…
    Geen tranen van pijn,
    Maar tranen van geluk,
    Tranen van blijdschap.

    Want ik mag een voorbeeld zijn.
    Voor mijn zoon.
    En voor velen die uit mijn leven kracht kunnen putten.
    Niet door mijn toedoen,
    Maar door God die door mij heen werkt.

    Ik ben een stille getuige van Zijn trouw.
    Ook met mijn ziekte.
    Ook met mijn zwakheid.
    Want waar ik zwak ben, daar is Hij sterk.

    Ja, mijn lichaam takelt af,
    Maar mijn geest groeit.
    Waar iets dooft,
    Komt meer licht van God naar buiten.

    Gisteren was een turbulente dag.
    Spoedeisendehulp, pijnstillers, onduidelijke uitslagen.
    Wachten op de scan van woensdag…
    En ondertussen het gevoel dat het ziekenhuis weinig meer kan doen.

    Maar God kan alles.
    En ik wil meer op Hem leunen.
    Meer van Hem zoeken.
    Meer genezing vinden bij Hem.
    Meer van Zijn glorie laten zien.

    En ik hoop dat ik een voorbeeld mag blijven.
    Dat ik Jezus mag uitstralen naar iedereen om mij heen.
    Dat ik, ook vanmorgen op de bidstond,
    Een vonk mag zijn van Gods aanwezigheid.

    Want als we samenkomen, samen bidden, samen zingen,
    Dan is daar geen gezelligheid om de gezelligheid,
    Maar een diepe vreugde omdat Hij er is.

    Dan hoeven we niets te zeggen.
    Dan hoeven we niets te doen.
    Alleen ons hart openen.
    Mensen mogen het zien:
    Wij zijn kinderen van God.

    Ik wens jou vandaag vrede.
    Zoek Gods nabijheid.
    De rest zal je gegeven worden.

    Heer,
    Dank U voor Uw trouw,
    Voor Uw liefde die nooit faalt.
    Laat mijn leven, mijn woorden, mijn zwijgen
    Een getuigenis zijn van Uw kracht.
    Wees bij allen die zoeken,
    Bij allen die pijn hebben,
    En bij hen die op U hopen.

    Vul ons met Uw Geest,
    Laat Uw licht schijnen door ons heen,
    Zodat de wereld mag zien wie U bent.

    In Jezus’ naam,
    Amen.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • Zondag, de dag van de Heer

    Zondag. De dag van de Heer.
    De dag dat ik naar de kerk ga. Waar mijn hart een sprongetje maakt als ik binnenstap. Waar ik Gods glorie mag ervaren, Zijn aanraking, Zijn liefde. Alles wat Hij voor ons heeft gedaan.

    Vandaag was zo’n bijzondere dag. De dienst raakte me diep. Maar ik wil het niet over mezelf hebben. Gisteravond was ik in het theater van Streams, aan de Brede Beek. Twaalf mensen gaven hun getuigenis. Twaalf verhalen van pijn, verlies, bevrijding, hoop en geloof. Twaalf stemmen die riepen: God leeft!

    Eén was verlost van cocaïne. Een ander had een bijna-doodervaring. Iemand anders vertelde hoe hij zichzelf was kwijtgeraakt en schreeuwde tot God. Twee jonge vrouwen, nog zo jong, spraken met zóveel wijsheid dat ik dacht: Heer, wat werkt Uw Geest krachtig in hen.

    Anderen vertelden over verslaving, reizen, omzwervingen – en telkens weer dat keerpunt: God greep in.
    Een vrouw vond God aan de keukentafel. Een ander in een veld vol gewassen, waar hij zijn “vruchten” plukte. Elk verhaal anders, maar dezelfde rode draad: God redt.

    Maar één getuigenis liet mij in tranen achter. Niet van vreugde, maar van diepe droefheid.
    Een jong meisje vertelde dat zij, opgegroeid tussen kerkelijke mensen, niet liefde maar vervloeking ontving. Woorden van angst, dreiging, oordeel. Waar was de vrucht van de Geest? Waar was de liefde van Christus? Ze raakte verstrikt in drugs, zocht haar uitweg in verkeerde dingen, en werd zelfs misbruikt… ook op een plek die veiligheid had moeten bieden.

    Ik kon nauwelijks naar het beeld kijken. Zoveel pijn. Zoveel onbegrip. Maar toen… toen hoorde ik haar zeggen:
    “En toch heeft God mij gevonden. God heeft mij thuisgebracht.”

    Niet naar de hemel – nee, hier op aarde gaf Hij haar een nieuw leven. Wat een kracht, wat een genade! En ik bid: Heer, houd haar vast. Laat haar niet meer los. Moge zij blijven wandelen op Uw weg van vrede, van licht, van heling.

    Alle getuigenissen, op die twee jonge vrouwen na, kwamen voort uit een diep verlangen naar rust.
    En die rust… die is er maar op één plek: in God.

    “Kom naar Mij, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven.”
    — Matteüs 11:28

    Laten we blijven bidden.
    Voor elkaar. Voor rust. Voor de Geest.
    Voor vergeving. Voor vreugde in rouw.
    Dat we zaaiers blijven. Niet om te oogsten – dat is Gods werk. Maar om te zaaien. Elk zaadje van liefde, van hoop, van het evangelie, zal ontkiemen in Gods tijd.

    Laat ons blijven zegenen, blijven troosten, blijven getuigen.
    Want de wereld heeft Jezus nodig.

    “Ga dan heen, onderwijs al de volken, doop hen in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest,
    en leer hun alles te onderhouden wat Ik u geboden heb.
    En zie, Ik ben met u, al de dagen, tot de voleinding van de wereld.”
    — Matteüs 28:19-20

    Vader in de hemel,
    Dank U dat U nog steeds levens verandert.
    Dank U dat U de gebrokenen heelt, de verlorenen vindt,
    en de vermoeiden rust geeft.
    Heer, wees met ieder die gisteren sprak,
    wees met dat meisje dat zoveel heeft doorstaan.
    Bescherm haar, leid haar, vul haar met Uw vrede.

    Laat ons als Uw kinderen zaaiers zijn van liefde,
    brengers van hoop, dragers van Uw licht.
    En herinner ons eraan:
    dat U altijd op de uitkijk staat, als een Vader,
    om ons op te vangen, te vergeven, te omarmen.

    In Jezus’ naam.
    Amen.

    Met liefde ❤️ Ico

    goedemorgen

  • De Adelaar Ziet Ons (dit was gisterenmorgen)

    Daar zitten we dan. Samen. In het theehuisje, of tuinhuisje, of zoals wij het noemen: ons tabernakel. Geen grootse plek. Geen drukte. Geen schijnwerpers. Maar wel heilig. Want hier ontmoeten we God. Hier vinden we rust. Hier luisteren we naar muziek die onze ziel streelt, naar woorden die ons hart raken. Hier, hand in hand, stil, biddend.

    En vandaag bidden we opnieuw. Niet als gewoonte. Maar omdat we het nodig hebben. Omdat we verlangen naar kracht, rust en genezing. Vandaag is een bijzondere dag—twaalf mensen getuigen van uw liefde, Heer. Twaalf mensen die uw vrijheid gevonden hebben, die hebben ontdekt dat ze mogen opstaan, zelfs na een val. Zoals Wilma zingt: “Je bent vrij, ook als je valt.”

    Die woorden raken, Vader. Want we wéten dat het waar is. Jezus pleit voor ons bij U. Dat is onze hoop. Onze zekerheid. En tegelijkertijd… is er die pijn. De ziekte die langzaam ruimte inneemt, de onzekerheid van medische fouten, de zorgen die binnenkomen als golven op een stille zee.

    Soms voelt het alsof de ziekte alle aandacht krijgt. Alsof er geen ruimte meer is voor het verdriet van mijn vrouw. Voor de vragen van onze kinderen. Voor de gebrokenheid om me heen. Maar ik wil dat niet, Vader. Ik wil dat ook hun pijn gezien wordt. Hun moeite gehoord. Hun verdriet erkend. Want straks… als ik er niet meer ben, dan vallen zij achterover in een stilte. En dat is mijn angst, niet voor mezelf, maar voor hen.

    Ik val niet in een gat. Ik val in uw armen. In de hemel. Maar zij blijven hier. Daarom vraag ik U: zegen Andrea. Zegen onze kinderen. Zegen onze kleinkinderen. Zegen de mensen die ons lief zijn. Geef hen schouders om op te leunen. Oren die écht luisteren. Harten die meevoelen.

    Vandaag willen we de vreugde vieren van twaalf mensen die hun leven getransformeerd hebben. Laat het een feestdag zijn. Een dag waarop we een stukje hemel mogen proeven. Een dag waarop ik, al zit ik op rij één in het theater, U mag ontmoeten. U, die niemand stoort wanneer U binnenkomt. U, die me een knuffel geeft als een Vader.

    Want U kijkt naar ons. Zoals een adelaar van grote hoogte het muisje op de grond ziet, zo ziet U ons. Uw blik is scherp. Uw oog rust op ons, zelfs als wij denken dat we te klein, te ver of te onbelangrijk zijn.

    U ziet ons, Vader. En dat is onze troost.

    Vertrouwen, Hoop en Overgave

    “Vertrouw op de HEER met heel je hart, steun niet op je eigen inzicht. Denk aan Hem bij alles wat je doet, dan baant Hij voor jou de weg. Wees niet eigenzinnig, maar heb ontzag voor de HEER en mijd het kwaad. Het zal je lichaam verkwikken, je kracht geven als een verfrissend medicijn.”

    — Spreuken 3:5-8

    Met liefde ❤️Ico

    Goedemorgen

  • In het kleine ligt het Koninkrijk

    Ik werd vanmorgen wakker met pijn. Niet een beetje pijn, maar een beetje veel. En dan ben ik bang dat de hele dag zo zal verlopen. Omdat ik niet de kracht of de moed vind om snel op te staan. Alles lijkt tegen te vallen. Ik bel het ziekenhuis. Nog een keer. En ik hoor dingen waarvan ik weet: dit klopt niet. Maar ik moet geduld hebben. Vriendelijk blijven. Zegenen. Lachen, ondanks alles. Soms is dat moeilijk. Omdat ik pijn heb. Omdat ik ziek ben. Omdat het elke dag strijd is.

    En dan… dan komt mijn lieve Andrea. Ze zegt: “Zullen we een cappuccino drinken in de tuinkamer?” Mijn hart maakt een sprongetje. Ze maakt cappuccino. Er liggen beschuitjes met aardbeien op het aanrecht. En even smelt alles weg. Even is er alleen maar liefde. Alleen maar rust. Alleen maar wij samen in aanbidding. Ik weigerde de slagroom — dat vond ik een tikje overdreven — maar dat moment was perfect. Ik weet: God zorgt voor mij, maar hier op aarde zorgt mijn vrouw ook voor mij. En dat geeft me zoveel vreugde.

    En ik weet: wat zij zegt is waarheid. Daar hoef ik niet aan te twijfelen. Wij zijn één geest, één ziel, één lichaam. Samengevoegd door God. Maar buiten ons huis, daar is vaak strijd. Strijd om te zeggen: ik heb pijn. Strijd om duidelijk te maken: misschien is er iets mis met mijn nieren. En waarom wordt daar al weken niet goed naar geluisterd?

    Maar dan stuur ik een mail. Eerlijk. Duidelijk. En ineens word ik gebeld door twee artsen. Mijn afspraken worden naar voren gehaald. En dan denk ik: is dat dan nodig? Moet het eerst zo ver komen?

    Ik hoop vandaag op uitslagen. Ik hoop op duidelijkheid. Ik hoop op een goede scan. Ik weet dat God zegt: “Wees niet bezorgd.” Maar mijn lichaam zegt iets anders. En dan komt die pijnscheut en word ik herinnerd aan mijn ziekte. En toch… toch hoop ik iedere ochtend op een mooie dag. Een dag vol zon. Vol liefde. Vol blijdschap. Vol vrede. Zoals God het bedoeld heeft. En soms is dat gewoon in een beschuitje met aardbei. Of in een lied. Of in het feit dat ik er weer ben.

    Ik blijf bidden. Tot de laatste dag. Voor genezing. Voor kracht. Voor Andrea. Dat zij ook iemand mag vinden om mee te praten. Een veilig mens. Een luisterend oor. Want dat heeft zij óók nodig.

    En tot die dag… wandelen we hand in hand met God. En Hij maakt onze tranen tot vreugde.

    Lukas 13:19

    “Het Koninkrijk van God is als een mosterdzaadje dat iemand in zijn tuin zaaide. Het groeide uit en werd een boom, en de vogels van de hemel nestelden in zijn takken.”

    Vader,

    U kent mijn strijd.
    U kent mijn vragen, mijn pijn, mijn hoop.
    U weet hoe moeilijk het is om vriendelijk te blijven als alles in mij schreeuwt.
    U weet hoe hard ik soms moet zoeken naar kracht om te blijven staan.

    Dank U voor het kleine.
    Voor een cappuccino.
    Voor aardbeien.
    Voor Andrea.
    Voor het feit dat U mij draagt, dag aan dag.
    Voor die stem van waarheid die zegt: “Ik ben erbij.”

    Ik vraag U: geef genezing.
    Geef rust.
    Geef duidelijkheid bij de artsen.
    Geef iemand naast Andrea.
    Iemand die luistert. Die er is.

    En boven alles: geef vrede.
    Uw vrede.
    Uw Koninkrijk, dat in het kleine begint
    en uitgroeit tot een boom van leven.

    Tot aan de laatste dag zal ik U loven.
    En als het moeilijk is, zal ik het zachtjes doen,
    maar ik zal U niet loslaten.

    Amen.

    Met liefde ❤️Ico

    Goedemorgen