Wat doe je als je jezelf kwijt bent? Als je in de spiegel kijkt en je ziet iemand anders? Niet de man die je dertig jaar lang kende, maar een gezicht dat je vreemd voorkomt. De ziekte, de chemo’s — ze doen iets met me. Niet alleen met mijn lichaam, maar ook met mijn ziel. Het is alsof ik stukje bij beetje uitgewist word. Mijn haar is weg, mijn baard is weg, mijn vertrouwde trekken zijn verdwenen. En dan kijk ik… en ik weet niet meer wie ik ben.
Ik vraag me dan af: “Ben ik dit nog, Heer?”
“Waarom zie ik een vreemde als ik weet dat U in mij woont?”
“Waar ben ik mezelf kwijtgeraakt?”
Die vragen zijn pijnlijk, maar eerlijk. Juist in dat besef van verlies, breekt er iets anders doorheen: U kent mij, Heer. Niet zoals ik mezelf nu zie in de spiegel, maar zoals ik werkelijk ben. In U ben ik niet veranderd. In U ben ik nog steeds dezelfde geliefde zoon. Mijn uiterlijk verandert, maar mijn identiteit in Christus staat vast. Ik ben en blijf gemaakt naar Uw beeld, met glorie bekleed — ook in mijn kwetsbaarheid.
‘Maar de Here zei tegen hem: ‘Beoordeel een man niet op zijn uiterlijk of zijn lengte, want dit is niet de man die Ik bedoel. Ik beslis op andere gronden dan u! De mensen beoordelen iemand naar zijn uiterlijk, maar Ik kijk naar zijn gedachten en hoe hij innerlijk is.’’
1 Samuël 16:7 HTB
Mijn lichaam wordt zwakker, brozer. Maar mijn innerlijke mens wordt van dag tot dag vernieuwd. Jezus kende dit ook. Hij werd verminkt, onherkenbaar. Maar Hij stond op — verheerlijkt, hersteld, met wonden die geen pijn meer deden. En ik mag hopen op dat moment dat ook ik zal opstaan in een nieuw lichaam, volmaakt in Hem.
En juist toen ik daar zo mee worstelde, heeft mijn vrouw Andrea mij diep bemoedigd. Ze vertelde me dat ze een beeld had gehad van mij in de hemel. Ze zei: “Ik heb je gezien… met lang golvend grijs haar. En ik herkende je meteen.”
Die woorden raakten me tot in mijn ziel. Ze bevestigden iets wat ik diep van binnen hoopte: dat ik niet alleen hersteld word, maar ook weer herkenbaar zal zijn. Niet alleen voor mijzelf, maar ook voor de mensen die van mij houden.
Dat hemelse beeld van Andrea draag ik met me mee als een kostbaar geschenk. Het geeft me kracht op de dagen dat ik mezelf niet herken in de spiegel.
En tot die tijd? Tussen chemo en ziekenhuis, tussen spiegel en onzekerheid? U bent erbij, Heer. In mijn kale dagen, in mijn tranen, in het ongemak van mijn spiegelbeeld. U bent er. En zelfs op die afdeling waar iedereen zijn of haar uiterlijk verliest — mag ik getuigen van Uw liefde. Juist daar, ja, juist daar.
Ik zeg weleens: “Ik wil gewoon mijn haar terug.” En dat meen ik. Dat klinkt misschien kinderachtig, maar het is eerlijk. Ik rouw om wat ik kwijt ben. En ik weet: dat mag bij U. Dat mag in Uw nabijheid. U keurt het niet af. Ik ben niet minder gelovig omdat ik verlang naar wat was. Ik ben gewoon mens. En in mijn mens-zijn ontmoet U mij.
Ik ben gezien. Door Andrea, door de hemel, en vooral: door U, Heer. En dat is genoeg.
Lieve Vader,
U kent mij zoals ik ben. U weet wat ik voel als ik mezelf niet meer herken.
U kent mijn verdriet, mijn verlangen, mijn vragen.
Dank U dat U mij ziet zoals ik werkelijk ben — Uw geliefde kind,
niet veranderd in Uw ogen, niet verloren in Uw liefde.
Heer, geef mij kracht voor vandaag.
Geef mij moed om te blijven kijken met Uw ogen.
Laat mij niet vastzitten in wat ik verloren heb,
maar hoop blijven putten uit wat U belooft.
Dank U voor het beeld dat Andrea mocht ontvangen,
een hemels teken van herstel en herkenning.
Dank U dat ik daardoor weer moed mag vatten,
dat U mij kent, en straks ook herstelt — tot in de kleinste details.
Ik geloof dat U mij niet loslaat.
Dat ik op een dag mag opstaan,
herkend, hersteld, geheeld.
Maar tot die dag wil ik U blijven volgen, blijven loven, blijven vertrouwen.
Wat er ook gebeurt, U zult mij bijstaan.
U bent mijn hoop, mijn vreugde, mijn toekomst.
Dank U, Heer, dat U mij nooit verlaat.
Amen.
Met liefde ❤️ Ico
Goedemorgen
