“Kom tot Mij, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven.”

(Mattheüs 11:28)

Categorie: Dagboek

  • God was erbij, van donderdag tot zaterdag

    Zaterdagavond. Ik ben weer thuis. Uitgeput, maar dankbaar. De afgelopen dagen in het ziekenhuis waren heftig. En toch wil ik nu, terwijl de stilte van thuis mij omringt, getuigen van Gods trouw. Want Hij was erbij. In alles.

    Donderdag begon met chaos. Hevige pijn, niet meer te negeren. Onderzoek volgde, en al snel werd ik doorgestuurd naar de oncologie. Daar begrepen ze de ernst van de situatie. Zonder omwegen werd besloten: we gaan direct beginnen met de chemo-kuur. Ik had geen tijd om zenuwachtig te worden. Geen tijd voor paniek. En vreemd genoeg… voelde ik vrede.

    Ik legde mijn leven in Gods hand en zei:
    “Heer, als U zo wil genezen, dan moet het maar zo.”

    Ze maakten een MRI van mijn bekken, op zoek naar de oorzaak van die intense pijn. De beelden toonden beknellingen van zenuwen. Dat verklaarde alles. De pijn, de uitputting, de verwarring. Ze stelden voor om eventueel te bestralen in Utrecht. Maar daar zaten risico’s aan: de plek lag dicht bij de darmen. Er zou schade kunnen ontstaan. En toen bad ik:
    “Heer, wat moet ik doen?”
    En in dat gebed kwam rust. Geen spectaculaire openbaring, maar een innerlijk weten: Wacht af. Laat de chemo zijn werk doen.

    Die keuze gaf me vrede. Niet zonder zorgen — chemo is geen kleine ingreep. Wat ze erin spuiten raakt ook wat nog goed is. Maar ik wist: God stuurt mee.

    Vrijdag kwam vreugde.
    Mijn kinderen kwamen langs. Niet allemaal tegelijk, we hadden een planning gemaakt. En het was mooi. Echte gesprekken. Liefde die stroomde. Verbondenheid, ondanks de ziekenhuisbedden, de infusen, de slaperigheid. Ik kon spreken over God, over vertrouwen, over hoop. En wat ik uitsprak, werd gevoeld: ze zagen het in mij. Rust. Geloof. Licht in het midden van de storm.

    Vrijdagavond kon ik niet slapen. Uitgeput lag ik daar. Ik bad tot God:
    “Laat me alsjeblieft slapen…”
    Het bleef stil. Tot ik ineens een fluitend stemmetje hoorde in mij: “Druk op die knop.”
    Ik drukte op de rode knop. De zuster kwam.
    “Wat kan ik voor u doen?”
    Ik zei: “Ik wil slapen.”
    Ze gaf me een slaappil. En ik viel in slaap.

    Ook dat is God. Hij gebruikt mensen. Een zuster. Een pilletje. Een zacht stemmetje in je hart. En zo laat Hij zien: Ik ben bij je, ook nu. Ook hier.

    Zaterdag mocht ik getuigen.
    Ik sprak met mensen. Vertelde hoe God werkt. Vertelde over vertrouwen, over vrede te midden van ziekte. Ze waren verbaasd. “Hoe kun je zo rustig zijn, hier op de oncologie-afdeling?”
    En ik wist: het is niet van mijzelf. Het is Christus in mij.

    De oncologie-afdeling is zwaar. Je ziet het in de ogen van mensen. Veel zijn er ziek. Sommigen sterven. Dat weet je. En toch — temidden van al die gebrokenheid, mocht ik daar getuige zijn van hoop. Van licht. Van leven.

    En nu ben ik thuis.
    Uitgeput.
    Maar dankbaar.
    Dankbaar dat ik zondag naar de kerk mag. Mijn geestelijke thuis. Mijn familie in Christus. Daar waar ik hoor.

    “Laat je gezicht niet afwenden van Mij. Als ik in nood ben, luister naar mij, beantwoord mij snel.”
    — Psalm 102:3

    “En Jezus zei: ‘Kom!’ En Petrus stapte uit de boot, liep over het water en kwam naar Jezus toe.”
    — Matteüs 14:29

    Heer,
    U was erbij —
    toen ik pijn had,
    toen ik in paniek was,
    toen ik een beslissing moest nemen.
    U was erbij —
    toen ik bad,
    toen ik getuigde,
    toen ik niet kon slapen.
    Dank U, dat U mij optilt,
    mij bij de hand neemt,
    en zegt:
    Kijk naar Mij. Niet naar de storm.
    Heer, ik wil U blijven aankijken,
    en over het water lopen,
    zoals Petrus.
    Amen.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • Storm op het water-God is erbij

    Het is de tweede dag van mijn opname in het ziekenhuis. Alles in mij voelt het: dit is storm op het water. Geen rustige zee, geen overzicht. Maar een plek waar je moet leren lopen op golven — zoals Petrus, die Jezus in de ogen moest blijven kijken. Dit is zo’n moment waarop ik alleen nog maar kan leunen op God. Niet een beetje, maar volledig. Alles moet rusten op Hem. Hij is mijn fundament, mijn rots in deze storm.

    Ik lig op een afdeling waar de dood als het ware zichtbaar in de gangen hangt. Waar mensen worden voorbereid om afscheid te nemen. Maar ik wil niet alleen stilstaan bij het sterven. Want zelfs hier, op deze plek, leeft Jezus. Hij is niet weggevlucht voor het lijden, en Hij vlucht ook niet van mij. Hij komt in mijn kamer. En Hij komt met vrede.

    Vandaag kwam er een psycholoog langs. Iemand die mij al kende. En tot mijn verrassing merkte ik dat ik woorden van hoop sprak. Niet omdat ik zo sterk ben, maar omdat Gods liefde door mij heen werkt. Zelfs in deze situatie wil Hij mij gebruiken. Ik zie het gebeuren. De verbaasde gezichten. De reacties van het verplegend personeel. Ze voelen dat er iets anders is. Iets van vrede. Iets van vreugde. En dat “iets” is Iemand: Jezus.

    Mijn lichaam is ziek. Dat besef ik ten volle. Mijn lichaam vecht, dag en nacht. De pijn is reëel, de grenzen worden voelbaarder. Maar wat ik nog veel meer besef, is dat God erbij is. Zelfs als ik Hem even niet voel, weet ik: Hij is trouw. Dan spreek ik tot mijn ziel, net zoals David deed:

    “Waarom ben je zo bedroefd, mijn ziel, en onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem weer loven. Hij is mijn Redder en mijn God.”
    — Psalm 42:6

    Die woorden zijn mijn anker. Ze helpen mij om door te gaan. Niet op kracht van mijn lichaam, maar op kracht van de Geest. En als ik even wiebel, als mijn voeten over het water glijden, weet ik dat Jezus me vasthoudt.

    Vandaag werd er medisch veel besproken. De MRI liet zien wat we al wisten: het gezwel groeit. Het drukt op zenuwen, op bloedbanen. Er werd overlegd met Utrecht. Er is geen eenvoudige oplossing. Bestralingen zijn nog mogelijk, maar risicovol. De chemo is nog gaande. Voor nu wacht ik af, in overleg met Andrea en het ziekenhuis. Maar zelfs in dat wachten, mag ik rusten in Hem.

    “De HEER zal voor u strijden; u hoeft zelf niets te doen.”
    — Exodus 14:14

    Ik voel me gedragen. En ik voel me gezegend. Andrea is bij me. Mijn liefste. We zijn nog altijd verliefd. We lachen, we praten, we bidden. Het leven verliest langzaam functies, maar nooit liefde. En zeker niet de liefde van God.

    Ik hoop morgen naar huis te mogen. En als het niet mag, dan is er tóch iets moois: ik mag naar de kerk. Want dat is mijn thuis. Daar leeft mijn ziel op. Daar ontmoet ik mijn broeders en zusters. Daar is Christus voelbaar in gemeenschap. En ik verlang ernaar.

    En gisteren… wat een cadeau. Vrienden die een stuk over mij hadden geschreven. Tranen kwamen. Blijdschap ook. Kunst, woorden, liefde — het raakte mijn hart diep. Dankjewel, als jij daaraan hebt bijgedragen. Dit alles, deze hele dag, deze hele reis… ik geef het terug aan God. Hij is het waard.

    “Al ga ik door een dal van diepe duisternis, ik vrees geen kwaad, want U bent bij mij; Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij.”
    — Psalm 23:4

    En ja — ik loop nu met een stok. Geen staf zoals Mozes, maar toch… het helpt me staande te blijven. God gebruikt zelfs een stok om me vooruit te helpen. En ik zie het: dit alles is genade.

    Lieve broeders en zusters, als je dit leest: blijf dicht bij God. Zelfs als je niets voelt, weet dat Hij er is. Handel vanuit je geloof, en de ervaring zal volgen. Jezus leeft. En Hij is nabij.

    Als ik mijn ogen sluit, zie ik Hem. En als ik mijn ogen open, is Hij daar nog steeds. En dat maakt mij blij.

    Heer Jezus, dank U dat U in de storm bij mij bent. Dank U dat U niet wacht tot de zee kalm is, maar over het water naar mij toe komt. U bent mijn vrede. U bent mijn kracht. U bent mijn vreugde. Draag mij, Heer, elke dag opnieuw. En gebruik mij, zolang ik adem heb, om Uw liefde zichtbaar te maken. U bent mijn God — vandaag, morgen en tot in eeuwigheid.

    Amen.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • Donker en Licht

    Van een nacht vol pijn naar de trouw van God

    Goedemiddag, het is donderdag 19 juni. Gisteren begon de pijn. Niet zomaar wat ongemak, maar een hevige, schrijnende pijn die mijn hele lichaam overnam. Ik kon bijna niet meer lopen, Andrea moest me helpen om naar boven te komen. Zelfs het in bed kruipen voelde als een onmogelijke opgave. Het was geen mooie dag. Het was een dag vol pijn, vol onmacht, vol onzekerheid.

    De nacht die volgde bracht geen verlichting. Ik werd wel tien keer wakker. De pijnstillers hielpen niet. En toch bleef ik bidden. Niet met grote woorden, maar gewoon: “Heer, wees erbij. Geef rust.” Maar ik voelde die rust niet. En toch geloof ik: ook als ik niets voel, is Hij erbij. In het diepste dal is Hij daar. Hij heeft mij eerder uit de put gehaald, en Hij zal dat opnieuw doen.

    Toen ik vanmorgen wakker werd, voelde alles nog zwaar. En toen we richting het ziekenhuis moesten, wist ik even niet hoe ik dat moest doen. Voor het eerst vroeg ik aan Andrea om een rolstoel. Iets in mij brak, maar ik kon echt niet meer.

    Daar, in het ziekenhuis, troffen we een verpleegkundige van oncologie. Ze zag meteen de ernst van mijn situatie en stuurde ons door naar de eerste hulp. Er werden onderzoeken gedaan, gesprekken gevoerd, en al snel werd besloten dat ik opgenomen moest worden. Gelukkig was er plek op de afdeling oncologie.

    Artsen kwamen en bespraken de situatie. Het was duidelijk: de chemo moest direct beginnen. Om kwart over vier kreeg ik mijn eerste behandeling. De verpleegkundige bleef bij me om te zien hoe mijn lichaam zou reageren. En het ging goed. Daar ben ik dankbaar voor.

    De pijn is nog niet weg. Het been doet nog vreselijk zeer, en de nachten zijn zwaar. Maar ik voel me gedragen. Niet altijd in mijn gevoel, maar wel in mijn geloof.

    Mijn God is mijn God. Hij is heilig. Hij is groot. Hij is trouw.
    Zelfs als het duister is, zelfs als de pijn het uitschreeuwt — Hij is erbij.

    Ik hoop dat jij dit leest of hoort en dat je weet: je hoeft het niet alleen te dragen. Misschien zit jij ook in een nacht vol pijn. Misschien huil je stil, net als ik vannacht. Maar God verlaat ons niet. Hij draagt ons.

    Bid alsjeblieft met me mee.
    Bid dat Zijn vrede zichtbaar wordt, zelfs in de storm.
    Bid dat Hij mij blijft dragen — en jou ook.

    Psalm 94:19

    “Bij veel zorgen in mijn hart, was Uw troost de vreugde van mijn ziel.”

    Vader,
    U bent erbij. In het duister, in de pijn, in de wanhoop.
    Dank U dat U Ico draagt, zelfs als hij het niet voelt.
    We bidden voor verlichting, voor kracht, voor hoop.
    Voor een lichaam dat mag rusten, en een ziel die mag schuilen bij U.
    U bent onze Rots. Blijf nabij.
    In Jezus’ naam. Amen.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • “Geen excuus meer”

    Soms kijk je naar jezelf in de spiegel en zie je vooral je pijn, je zwakte, je onzekerheid. Maar vanochtend, terwijl Andrea en ik luisterden naar Wilma Veen, hoorde ik iets wat raakte: God geeft ons woorden in de mond, op het moment dat wij de durf hebben om te spreken. Op het moment dat wij die stap zetten, richting de ander. Richting de wereld. Richting het kruis.

    Ik dacht aan Timotheüs. Achttien jaar, en hij leidde een gemeente! Paulus schreef brieven aan hem, vol wijsheid, vermaning, bemoediging. Was hij er klaar voor? Sommigen zullen gedacht hebben van niet. En toch riep God hem. Zoals Hij ook ons roept. Niet omdat we zo sterk zijn. Niet omdat we het allemaal kunnen. Maar omdat Hij met ons meegaat.

    We hebben geen excuus meer. Niet te jong. Niet te oud. Niet te ziek. Niet te onzeker. “Ga heen, verkondig het evangelie,” zegt Jezus. Niet als een suggestie, maar als een opdracht. Net zoals een vader tegen zijn kind zegt: “Ga dit halen.” En dan hoef je je niet af te vragen: Kan ik het wel? Nee, je vertrouwt erop dat de Vader weet wat Hij doet.

    Waarom is het dan zo moeilijk om bij de buren aan te bellen en te zeggen: “God houdt van je”? Omdat ons vlees twijfelt. Omdat we in menselijke kracht redeneren. Maar de waarheid is: God leeft in ons. Als je ’s morgens in de spiegel kijkt, zie dan niet jezelf, maar Jezus door je heen. Zet die grote glimlach op en zeg: “Wauw, Jezus, wat ziet U er goed uit vandaag.”

    Zelf merk ik, ook nu ik ziek ben, dat die roeping niet stopt. Misschien denkt men: Waarom bidt hij voor genezing, terwijl hij zelf ziek is? Maar ik weet: het is niet mijn kracht. Het is Gods kracht. Zoals een dokter een pil voorschrijft – de wijsheid daarvoor komt van God. En wie weet stuurt God je wel naar die dokter, om via die weg iets van Zijn genezing te geven.

    Mijn gebed is: Heer, geef mij de kracht om Uw naam te blijven verkondigen. Laat mij, ondanks de pijn – ja, ik geef het een tien – niet zwijgen. Want U draagt deze ziekte. En zolang ik mijn lippen nog bewegen kan, blijf ik U loven en spreken over Uw liefde.

    Andrea en ik hebben een tekst op een doekje bij de bank: “Ik en mijn huis, wij zullen de Heer dienen.” Dat willen we blijven doen. Tot de laatste dag. En als ik straks chemo krijg, dan zal ook dat een kans zijn om van U te getuigen. Geen bijwerking van zwakte, maar een bijwerking van groei. Groeien in geloof. Groeien in liefde.

    En als je dan eens vastloopt, schrijf je zorgen op een post-it. En plak ze aan het kruis. Zeg: “Hier Heer, mijn zorg. Mijn pijn. Mijn onrust.” En laat het daar. Ga niet terug om het op te halen. Want wat aan het kruis is gebracht, dat is volbracht.

    2 Timotheüs 1:7 (HSV):
    “Want God heeft ons niet gegeven een geest van vreesachtigheid, maar van kracht, liefde en bezonnenheid.”

    Heer, dank U dat U door ons heen werkt, ook als we zwak zijn. Geef ons moed om Uw Woord te spreken, liefde om anderen te zien, en vertrouwen dat U ons leidt. Laat ons iedere dag Jezus weerspiegelen. In onze glimlach, in onze woorden, in onze pijn. En leer ons leven vanuit het kruis, waar alles al volbracht is. Amen.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • Stilte in het ziekenhuis, hoop in de hemel

    Daar zit je dan. In de stilte-ruimte van het ziekenhuis. Een ruimte zonder prikkels, zonder rumoer, zonder haast. Nooit gedacht dat ik daar zou belanden. Maar nu ik er zit, merk ik dat die stilte me iets geeft wat ik elders vaak mis: ruimte om te ademen, om na te denken, om te bidden.

    Vanochtend begon vroeg — om 8.50 uur al een afspraak. De zwachtels werden om mijn been gedaan, tot aan mijn bovenbeen toe. Ze hopen dat het vocht in balans komt, dat het lichaam het vanzelf weer afvoert. Zij spraken hoop uit. En ik ook. Maar mijn diepste hoop is niet in zwachtels of medische zorg. Mijn hoop is in Christus. In Jezus, die mij vasthoudt, die mijn lichaam kent en mijn ziel draagt.

    Toen ik dacht dat ik klaar was, werd ik ineens geroepen voor een extra afspraak. Een gesprek met de oncologie. En daar kwam het: de mededeling dat ze zo snel mogelijk willen starten met chemotherapie — en later ook met bestraling. Aanstaande vrijdag al begint de eerste chemo. De bestraling zal later volgen, gericht op mijn hals, waar nu een grote zwelling zit. Een bult die in de weg zit — letterlijk en figuurlijk.

    Mijn been is nu ingezwachteld. Ik voel geen extra druk, maar lopen gaat moeizaam. Dat was eigenlijk al zo vóór het zwachtelen. En dus hebben we samen besloten: de eerste stap is gezet — er is een wandelstok gekocht. Het is een drempel. Van kunnen rennen naar lopen met een stok. En dat raakt me. Ik vind dat moeilijk. Moeilijk te bevatten. Moeilijk te erkennen dat het nodig is.

    Maar we gaan verder. De pijn werd de laatste tijd ondraaglijk, vaak een tien. De artsen hebben de medicatie verhoogd, pijnstilling erbij gegeven. En ik mag altijd bellen, altijd vragen, altijd communiceren. Dat is een geruststelling. Maar de wens blijft: dat de chemo de pijn verlicht. Dat ik terug mag naar een zes. Of nog lager. Dat zou al zoveel schelen.

    Vanmorgen dinsdag is er weer een bidstond. Ik heb ervoor gezorgd dat ik dan voortaan vrij ben. Tussen 9 en 11 wil ik nergens anders zijn dan bij mijn broeders en zusters — daar waar de aanbidding klinkt, waar harten worden geraakt. De muziek, de gebeden, de openbaringen… het maakt mijn hart warm. En ook al is de stilteruimte in het ziekenhuis heilig, die plek met mijn gemeente voelt als thuis.

    Vanmiddag gaan we iets moois doen: saus maken. Naomi, mijn moeder (nonna) en ik. Drie generaties, één recept. Een oud familierecept, vol liefde, smaak en herinnering. Ik hoop dat mijn dochter het ooit aan haar dochter doorgeeft. Zo leeft iets voort — ook als wij er op een dag niet meer zijn.

    En vanavond? Misschien kijken we wel All You
    Need Is Love uit Australië. We huilen vaak mee. Mensen die elkaar jaren niet hebben gezien, vallen elkaar in de armen. En ik denk dan: zo zal het straks ook zijn, in de hemel. Als je je geliefden weerziet. Wat een dag zal dat zijn. Wat een feest. Zoals bij de verloren zoon.

    Want dit leven is niet het einde. Het is een begin. Straks krijg ik een nieuw lichaam, een nieuwe geest. En op een dag kom ik terug, met Hem. Op een vernieuwde aarde. Waar vrede zal zijn. Waar tranen worden afgewist. Waar ik weer kan rennen — zonder wandelstok.

    🌿 Hemelse Boodschap

    “De Heer is nabij voor ieder die Hem aanroept, voor ieder die Hem in waarheid aanroept.
    Hij vervult het verlangen van wie Hem eren,
    Hij hoort hun hulpgeroep en redt hen.”
    — Psalm 145:18-19

    Heer Jezus,
    Dank U dat U zo dichtbij bent, in de wachtkamers, in de stilte, in de storm. Dank U dat ik mag leunen op Uw belofte, zelfs als het nieuws zwaar is. Ik bid voor kracht, voor rust, voor verlichting van pijn. Wilt U de chemo zegenen en de bestraling leiden. Geef me moed in het proces en vrede in mijn hart. Zegen mijn familie, mijn kinderen, mijn vrouw. Laat mijn woorden iets blijvends achterlaten. En laat mijn leven blijven getuigen van U — tot het einde, en daarna.
    Amen.

    Wil je voor me blijven bidden?
    Voor genezing. Voor rust. Voor kracht. Voor het bewaren van mijn haar.
    En bovenal: voor vertrouwen.
    Ik hou van jullie. Met heel mijn hart. Met heel mijn ziel. ❤️

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • Een dag vol glorie

    “Want waar twee of drie in Mijn Naam bijeen zijn, daar ben Ik in hun midden.” – Mattheüs 18:20

    Vandaag was een onstuimige maandag. Een dag met een lach en een traan, maar bovenal een dag waarin ik de glorie van God mocht ervaren. Al vanaf het begin voelde ik het: dit is geen gewone dag.

    De ochtend begon met bijzonder bezoek. Een broeder, met wie ik samen mocht bidden. Bidden voor de dingen die spelen in het leven van een mens, ook in het mijne. Het raakte mij. Het drong diep door, en ik voelde: dit is goed. Ik vond het fijn, juist omdat ik me verbonden voelde, omdat ik de ander mocht dienen met mijn luisteren, met mijn gebed, en zelf ook bemoedigd werd.

    Ik had te weinig tijd, want ik moest naar de tandarts. En eerlijk gezegd: normaal zie ik daar best tegenop. Maar vandaag werd ook dat moment anders. De tandarts kent mijn situatie en vroeg direct hoe het met me ging. En toen kon ik vertellen — over mijn ziekte, maar vooral over mijn geloof. Ik kon zeggen dat ik geloof in een God die geneest. Ik geloof nog steeds in wonderen. En ook dát kon ik getuigen, daar in die tandartsstoel. Het was alsof het licht ook daar even scheen.

    En het hield niet op. ’s Middags was ik op de begraafplaats. Niet omdat ik een graf moest bezoeken, maar om dingen te regelen. En toch – juist dáár ontstond een gesprek. De beheerder vertelde over hoe het eraan toegaat als iemand overlijdt. En ik mocht vertellen over mijn vertrouwen in God. Ik zei: “Ik weet geen datum, die kan ik je niet geven. Want ik houd me niet vast aan wat een arts zegt, maar aan wat er in Gods Woord staat.” Ook dát voelde als een heilig moment. Het gesprek duurde veel langer dan gepland, maar het voelde veilig, echt, oprecht.

    Toen ik samen met Andrea weer in de auto zat, stelde zij voor om naar het Israël Centrum te gaan. Voor een cadeautje. Maar daar werd ik verrast. Er was beveiliging bij de deur. Het voelde onrustig. Moet dat echt, zelfs hier in Nederland? Moet er beveiliging zijn voor wie openlijk voor Israël uitkomt? Dat raakte mij. Ik ben een Israël-freak – zo voel ik dat echt. Ik zie het Joodse volk als het volk van God. En als ik dan een Joodse man zie lopen, met zo’n muts en die krullen, dan raakt dat iets in mij. Het heeft iets bijzonders, iets heiligs.

    We liepen naar binnen en toen hoorde ik dat er zometeen een rabbi zou spreken. Mijn nieuwsgierigheid werd gewekt. En ik bleef. Ik luisterde. En zijn verhaal raakte me. Over Joden die na de oorlog terugkwamen en hun huis bezet vonden. Over een opa die opticien was, zijn spullen uitleende – en alles kwijtraakte. En toen zei hij iets dat ik niet meer vergeet:
    “Niet zes miljoen Joden zijn vermoord in de oorlog, maar één Jood – zes miljoen keer.”
    En toen drong het pas echt tot me door. Zoveel lijden. Zo veel pijn. Zó dichtbij.

    Na afloop was ik brutaal genoeg om hem een hand te geven. En hij glimlachte naar me. Het voelde alsof God zelf me even aanraakte in die handdruk.

    En toch… ondanks alles, bleef er ook iets knagen in mijn hart.

    Ik baal. Ik baal diep.
    Want ik kan niet naar de bidstond.

    Het ziekenhuis heeft precies op dat moment een afspraak ingepland. En dat raakt mij. Want het samen bidden, het samen aanbidden van God — dat is leven voor mij.
    In die momenten leef ik op. Dan voel ik gemeenschap, eenheid, vreugde. Dan proef ik iets van de hemel. En als ik dat moet missen, doet dat pijn.
    Want ik geniet van de mensen om me heen. Ik geniet van Gods aanwezigheid in de eenvoud van samen Zijn. En nu moet ik daar nee tegen zeggen. Dat maakt mijn hart verdrietig.

    Toch wil ik blijven zegenen. Blijven hopen.
    Ik wil jullie zegenen, op dinsdag.
    Ik wens jullie een dag toe waarin jullie hart open mag blijven voor God.
    Niet omdat ik dat wil, maar omdat ik weet dat Hij dan dingen zal laten zien die nu nog verborgen zijn.
    Ik geloof dat Hij genezing brengt op Zijn tijd. Dat Hij rust geeft op momenten van onrust. Dat Hij onze gebeden hoort – ook als het stil lijkt.

    En ik bid. Ik blijf bidden.
    Voor mijn buren. Voor Israël. Voor ieder die lijdt, wacht, zoekt of vecht.
    Ik bid voor het volk dat nog steeds strijdt voor het land dat God hun gaf.

    “Om Sions wil zal ik niet zwijgen en om Jeruzalems wil zal ik niet stil zijn.” – Jesaja 62:1

    En ik weet: met Hem ben ik meer dan een overwinnaar.
    Dus ik hoef niets te vrezen.

    Ik houd van jullie. Met heel mijn hart, heel mijn ziel, en heel mijn verstand.

    Heer,
    Dank U voor deze dag.
    Dank U voor elke ontmoeting, elke traan, elke glimlach.
    Voor de momenten waarin ik Uw liefde mocht delen, Uw vrede mocht voelen.
    Heer, geef mij rust in het missen van wat ik liefheb.
    Blijf dichtbij, in de bidstonden waar ik niet bij kan zijn.
    Zegen allen die dit lezen.
    Open onze harten voor U.
    En laat Uw glorie zichtbaar worden – zelfs op dagen die stormachtig zijn.

    In Jezus’ Naam. Amen.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • Een zondag vol genade, een maandag vol verwachting

    De zondag ligt achter ons. Soms denk ik na zo’n dag: wat een zegen. Vandaag mocht ik zelfs twee diensten meemaken. Eén in onze eigen gemeente, thuis, op dat veilige plekje waar je God bijna kunt voelen in de stilte en de samenzang. En één dienst buiten, bij strand Nulde, in een open veld. De dienst sprak me deze keer niet zo aan — en dat is oké. Soms is het niet de preek, maar de plek of het moment waarin je Gods aanwezigheid proeft. De ontmoeting met anderen. De stilte daarna. De hand van je geliefde.

    We kwamen laat thuis. Nog even nagepraat, koffiegedronken. Andrea zei: “Ico, ga nog even liggen voor de kinderen komen.” Dus dat deed ik. Want ik had afgesproken met vaderdag dat de kinderen zouden komen tussen drie en half vijf — langer trek ik niet meer zo goed. Alles moet tegenwoordig met zorg gepland worden. Mijn lichaam laat steeds meer van zich horen.

    En toch… ondanks de lichamelijke achteruitgang, ondanks de vochtophopingen, ondanks de vermoeidheid, voel ik mij gedragen. “Al worden onze lichamen afgebroken, onze innerlijke mens wordt van dag tot dag vernieuwd,” zegt Paulus in 2 Korintiërs 4:16. Ja, zo voel ik dat. God tilt mij op met zijn liefde. Hij is nabij, met een tederheid die sterker is dan pijn.

    Het aardse lichaam raakt vermoeid, het krijgt mankementen — dat is nu eenmaal zo. Maar ik weet: God woont niet alleen in hemel en tempel, Hij woont ook in een gebroken lichaam dat Hem toebehoort.

    Er komt een behandeling aan. Chemo. Misschien weer haarverlies. Maar ook daarin ben ik niet alleen. God was er bij het begin van deze weg, Hij zal er ook zijn aan het einde. Hij is de Alfa en de Omega, de Geneesheer die dieper werkt dan enig medicijn.

    Aanstaande dinsdag moet ik vroeg naar het ziekenhuis. En dat doet pijn — niet vanwege de tijd, maar omdat ik de bidstond mis. Dat uur van gebed, die heilige plek waar wij samenkomen en de hemel aanraken met onze woorden en ons zingen. Dat mis ik. En ja, ik weet: in de Geest ben ik erbij. Maar toch… ik had zo graag fysiek bij mijn broers en zussen willen zijn.

    Toch vertrouw ik: “De HEER zal voor mij strijden, ik hoef zelf niets te doen.” (Exodus 14:14) God zal ingrijpen, op Zijn tijd, op Zijn manier. Misschien geneest Hij, misschien draagt Hij. Maar altijd is Hij nabij.

    Lieve mensen, als je dit leest of hoort: laat deze maandag een dag zijn waarin je kiest voor goedheid. Zeg je buurman goedemorgen. Doe iets moois voor een ander. Open je Bijbel, al is het maar één vers. God heeft zoveel schatten voor je klaarliggen – je hoeft ze alleen maar te openen.

    Laat je leiden door zijn Geest. Laat je inspireren door zijn Woord. Want wat er ook gebeurt: God is groter dan elke macht die je naar beneden wil halen. Zijn kracht wordt zichtbaar in onze zwakte. En Zijn liefde laat nooit los wat Zijn hand begon.

    Vader in de hemel,
    Dank U voor de rust van de zondag en de hoop van de maandag.
    Dank U dat U erbij bent, zelfs wanneer ons lichaam ons in de steek laat.
    U kent ons hart, U ziet onze strijd, U weet van ons verdriet.

    Heer, wees dichtbij als wij het moeilijk hebben.
    Raak ons aan met Uw troost, Uw vrede, Uw heilige nabijheid.
    Laat ons niet verzanden in zorgen, maar wandelen in vertrouwen.
    Want U bent groter dan ons lijden, sterker dan de dood.

    We bidden voor wie ziek zijn, moe zijn, teleurgesteld zijn —
    Geef nieuwe kracht, nieuwe hoop, nieuwe vreugde.
    Laat Uw licht schijnen, ook op de donkerste dag.
    En leer ons U te vertrouwen. U, onze Geneesheer, onze Redder, onze Vader.

    In Jezus’ naam,

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • Rijk in Christus – zelfs in ziekte

    Er zijn van die dagen die je niet vergeet.
    Dagen waarop je middenin het lijden van anderen staat, en toch het Licht ziet. Zo’n dag had ik.

    We waren samen — mensen met kanker, partners, lotgenoten — en daar, in de eenvoud van de ontmoeting, gebeurde iets heiligs.
    Het was een dag die bedoeld was om te bemoedigen.
    Een dag met vrijwilligers die hun tijd en liefde gaven.
    Een dag waarop je mocht delen zonder schaamte.
    Een dag waarop pijn niet werd weggeduwd, maar gedragen.

    En midden in dat alles voelde ik het ineens:
    ik ben een rijk mens.

    Niet rijk door gezondheid of omstandigheden, maar rijk in verbondenheid. Rijk omdat ik alles kan delen met Andrea, mijn vrouw — zonder geheimen, zonder schaamte. Rijk omdat we samen mogen huilen, samen mogen bidden, samen mogen vertrouwen.
    En boven alles: rijk omdat ik weet dat God vóór mij staat.

    Toen hoorde ik ook het verhaal van een vrouw die niets mocht zeggen. Haar man had kanker, maar verbood haar om erover te praten — niet met familie, niet met vrienden. En mijn hart werd zwaar. Want ik zag:
    waar geheimen zijn, groeit eenzaamheid.
    Waar je niet mag huilen, sterft iets vanbinnen.

    Ik voelde de rijkdom die God mij gegeven heeft: een vrouw die naast me staat. Kinderen die bemoedigen. Vrienden die kaarten sturen. Een gemeente die meedraagt. En bovenal een Vader die nooit loslaat.

    Het raakte me diep.
    Want ook al draag ik kanker in mijn lichaam,
    ik leef in de rijkdom van Christus.

    En tegelijk bid ik voor de velen die in stilte lijden. Die hun pijn verbergen. Die geen hand hebben om vast te houden. Voor hen wil ik dit zeggen:

    Laat je niet remmen.
    Laat je pijn niet opgesloten blijven.
    Zoek iemand bij wie je je hart kunt luchten.
    En boven alles: zoek God op.

    Want bij God is er ruimte. Liefde. Genezing.
    Zelfs in het diepste dal. Zelfs in ziekte, gebrokenheid en verlies.
    Hij zegt: Ik ben met je, alle dagen, tot aan de voleinding van de wereld.

    “Zie, Ik ben de HEERE, de God van alle vlees; zou ook maar iets voor Mij te wonderlijk zijn?”
    — Jeremia 32:27 (HSV)

    Lieve Vader,
    U ziet ons. In ons lijden, in onze vragen, in onze kwetsbaarheid.
    Dank U dat U ons draagt. Dank U dat U mensen op ons pad plaatst die mee willen wandelen.
    Dank U voor partners, vrienden, gemeenten — voor de liefde die U zichtbaar maakt door hen heen.

    Heer, ik bid voor wie zich vandaag alleen voelt.
    Voor wie niet durft te spreken, voor wie gebukt gaat onder ziekte of verdriet.
    Wilt U deuren openen naar openheid, naar heling, naar verbinding.
    Laat hen zien dat U dichtbij bent. Dat U hun tranen opvangt.
    En dat bij U werkelijk alles mogelijk is.

    Geef hoop. Geef vrede. Geef liefde die door muren heen breekt.
    In Jezus’ naam,
    Amen.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • Ode aan God

    Jongens, jongens, jongens…
    Wat een prachtige, zonnige dag was het gisteren. Stralen op mijn gezicht, warmte op mijn huid — ik dacht alleen maar: wauw. Ik hou van de zon. En nog meer: ik hou van de Maker van de zon.

    Vandaag wil ik een ode brengen aan God.
    Want ik ben Hem zó dankbaar. Voor het leven. Voor de steun, elke dag opnieuw. Als ik lichamelijk iets meemaak wat zwaar is, dan fluistert Hij:
    “Kom tot Mij… Ik geef je rust.”
    En keer op keer ontvang ik die rust. Ik mag wandelen met Hem. Hand in hand. En onderweg laat Hij me zoveel moois zien: ontmoetingen, gesprekken, inzichten — vaak precies op het juiste moment.

    Zijn wijsheid raakt me. Zijn liefde overweldigt me.
    Ook op de moeilijkste dagen, als ik opsta met pijn in mijn lichaam, zegt Hij:
    “Vrees niet. Ik ben bij je. Dit aardse lichaam is tijdelijk. Straks geef Ik je een hemels lichaam, precies zoals Ik het bedoeld heb.”
    Wat een hoop… Wat een troost.

    En terwijl ik bid voor genezing, voor ontspanning, vertrouw ik erop dat het nooit te zwaar wordt. God zegt: “Ik geef je kracht, elke dag opnieuw.”

    Soms kijk ik in de spiegel en zeg ik tegen mezelf:
    “Je kan het aan. God is met je.”

    Als de zon mijn huid kleurt, weet ik:
    Hij is er. Hij blijft. Alle dagen van mijn leven.

    Daarom roep ik het uit:
    God, U bent goed!
    U draagt mijn pijnen. U troost mij als ik verdrietig ben. U herinnert me eraan dat ik niet alleen ben. En dat geldt ook voor iedereen die nu door een moeilijke tijd gaat.

    Denk aan de mensen met examens, met angsten, met zorgen…
    Met God red je het wél. Mijn God is groter dan wat je ook probeert neer te drukken.

    Hij bevrijdt ons van het verleden. Hij maakt ons nieuw.
    Dat heeft Hij bij mij al gedaan. Hij plantte zaadjes van liefde in mijn hart.
    Zaadjes van gevoel. Hij gaf me tranen terug, en de moed om het verdriet van de wereld te voelen.

    De wereld is op zoek.
    Naar liefde.
    Naar bevrijding.
    Naar geborgenheid.

    En ik wil het uitschreeuwen van de daken:
    God is liefde.
    Hij is Degene die je bevrijdt. Die je liefheeft.
    Die zegt: “Heb je buurman lief. Je vijand zelfs. Want hoeveel je van hen houdt, zóveel houd je van Mij.”

    We moeten de wereld liefhebben. Niet oordelen. Maar liefhebben. Licht zijn.

    Dat wilde ik jullie zeggen op deze zaterdagmorgen.
    Vandaag (vrijdag) vier ik het leven op de verjaardag van mijn lieve zus Petra (leeftijd blijft geheim 😄), en vanavond barbecue ik met mannen uit de kerk. Gods liefde zichtbaar — ook daar.

    Ik neem een vriend mee, Martin. Een zegen in mijn leven. Iemand die luistert, deelt, me bemoedigt. Zo belangrijk, zulke mensen. Zo’n vriendschap is een geschenk van God.

    En dat alles — ja, dat alles — wil ik terugleggen in Gods hand.

    Dank U, Vader.
    U bent goed.
    U bent liefde.
    U bent trouw.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • Geen plan B

    Vandaag schrijf ik voor vrijdag, maar mijn hart reist terug naar woensdag. Woensdag begon voor mij met hevige pijnen. Ik kroop dicht tegen mijn liefje aan. Zij kriebelde zacht op mijn rug, en samen baden we. Eerst baden we voor verlichting van de pijn. Daarna kwam er rust. Toen dachten we terug aan de dinsdagavond: een indrukwekkende uitleg over Openbaring. Geen studie, maar een uitleg. Mooi, maar ook veel. Zoveel stof, zoveel lagen, dat ik tegen Andrea zei: “Dit moeten we woord voor woord herkouwen.” Gelukkig kunnen we het terugvinden online. Veertig pagina’s lang. Als een maaltijd aan de tafel van God.

    Toen, in de stilte van de ochtend, kwam er een gedachte. Een Formule 1-gedachte. Daar hebben ze soms een plan A, plan B, plan C. Meerdere wegen om het doel – de overwinning – te bereiken. Maar ik besefte: God heeft geen plan B nodig. Hij heeft één plan. Zijn plan.

    Dat plan begon bij het begin. In Genesis. En het zal uitkomen. Met het nieuwe Jeruzalem, een nieuwe aarde, een nieuw lichaam. Geen oorlog meer. Geen jaloezie. Geen haat. Alleen liefde. Geen boom van kennis van goed en kwaad, maar leven in het licht van God. Geen verwarring, maar vrede. Want God is niet in verwarring. Hij heeft de blauwdruk. En die ligt vast. Zoals een bouwtekening: de muren, de draagconstructie, het fundament. Dat kun je niet zomaar verplaatsen. Zo is het ook met Gods plan. Onveranderlijk. Amen.

    En toch leven wij in een wereld vol gebrokenheid. Een verrotte wereld, zoals ik het soms voel. Eén op de zeven christenen wordt vervolgd. En ook in ons land neemt de druk toe. Maar Gods plan wankelt niet. Hij laat ons niet meer dragen dan we aankunnen, hoe zwaar het ook voelt. En dat geeft hoop.

    Ik bid. Voor genezing. Voor mijn geliefde. Voor mijn kinderen. Voor bekering. Voor mijn kleinkinderen en hun aanhang. Voor gesprekken. Voor ziekenhuisuitslagen. Voor de dag van vandaag. En ik besef: ik ben afhankelijk. Meer en meer. En dat is goed. Want straks – zoals mensen zeggen, als God niet ingrijpt – mag ik hemelen. Dat is geen nederlaag, maar overwinning. Want zijn plan staat vast.

    Laat ons leren leven vanuit plan A. Zijn plan. Zijn licht. Zoals Wilma Veen zegt: “God verlicht ons pad.” En wij mogen het licht zijn voor anderen. Zichtbaar. Tastbaar. Laten we dat zijn voor onze buren, voor wie om ons heen leeft.

    En ik sluit af met deze woorden uit Jesaja 46:10:

    ‘Ik verkondig u van het begin af aan de afloop van wat er gebeuren gaat. Wat Ik heb bepaald, zal gebeuren zoals Ik heb besloten.’
    ‭‭Jesaja‬ ‭46‬:‭10‬ ‭HTB‬‬

    God heeft geen plan B. Hij is plan A. Hij is het begin en het einde. En daarin rust ik.

    Heer, dank U dat U geen plan B nodig hebt. Dank U voor Uw vastheid, Uw blauwdruk van liefde, verlossing en toekomst. Help mij om te rusten in Uw plan. Geef kracht voor de dag, vertrouwen voor de toekomst, en licht in de duisternis. Laat Uw aanwezigheid zichtbaar zijn in mij. Voor Andrea. Voor mijn kinderen. Voor mijn kleinkinderen. Voor de wereld om mij heen. U bent genoeg. Amen.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen