“Kom tot Mij, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven.”

(Mattheüs 11:28)

Auteur: Ico Abis

  • Bij de Poort van Ruben

    Er zijn van die momenten waarop ik stil word vanbinnen. Niet alleen omdat het leven soms zwaar is, of omdat mijn lichaam het moeilijk heeft, maar omdat ik besef: dit leven is niet voor altijd. Voor niemand van ons.

    Ik weet dat mijn tijd ooit komt. Wanneer, dat ligt in Gods handen. Maar één ding weet ik zeker: als die dag er is… dan ben ik er klaar voor. Niet omdat ik alles op orde heb, maar omdat ik Hem ken. Mijn Redder. Mijn Vriend. Mijn Vader.

    Toch doet de gedachte aan afscheid iets met me. Hoe laat je mensen los die je hart zijn? Hoe zeg je vaarwel terwijl je hen juist wil vasthouden, beschermen, nog zoveel wil zeggen? De waarheid is: dat kán ik niet. Maar Hij kan het. En ik leg ze – ik leg jullie – elke dag opnieuw in Zijn handen.

    We leven alsof er altijd nog een morgen komt. Alsof we tijd genoeg hebben om keuzes te maken, om terug te keren, om op te staan. Maar de waarheid is: niemand weet hoe lang we hebben. Ook jij niet. Daarom zeg ik dit — met alles wat in me is: maak je klaar. Niet uit angst, maar uit liefde. Omdat de poort van het Nieuwe Jeruzalem opengaat voor wie Hem kent. Omdat het straks te laat kan zijn om nog te kiezen.

    Ik zie het voor me. Duidelijk. Helder. Daar, bij de poort van Ruben, zal ik staan. Niet als iemand die alles goed heeft gedaan, maar als iemand die genade heeft ontvangen. Daar wacht ik. Op jou. Op ieder die weet: mijn naam is geschreven in Zijn hand.

    En als jij komt… dan zal ik je zien. Ik zal lachen door mijn tranen heen. Ik zal roepen: “Je bent thuis. Je hebt het gehaald.”

    Maar als je nog zoekt… als je nog twijfelt… als je het hebt uitgesteld… dan is nu de tijd. Keer terug. Kies vandaag. Want dit leven is kort, maar wat daarna komt… is voor eeuwig.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • Onze Vader – Een dag vol vreugde

    Gisteren begon zoals zoveel dagen: samen wakker worden met Andrea, luisteren naar Wilma Veen en bemoedigd worden door haar woorden. Het is een zegen om de dag te starten met gebed — voor elkaar, voor de kinderen en kleinkinderen, voor de aanhang, voor vrienden, familie, en iedereen die ons dierbaar is. We doen het elke dag, niet uit plicht, maar uit vreugde. Niet met de blik op de omstandigheden, maar met de blik op het hart. Het hart van de mensen en vooral het hart van God.

    Na de ochtend vertrok ik naar de fysiotherapeut. Een goed gesprek, een massage, en ook een gesprek over geloof en het leven. Het lucht op als je open mag zijn. Later die ochtend had ik een ontmoeting met iemand die inmiddels een vriend gaat worden. We spraken open over ons geloof en baden samen. Zulke ontmoetingen geven vreugde en laten zien dat God mensen om je heen plaatst die verder kijken dan hun eigen muren.

    ’s Middags besloot ik de stap te zetten: op de fiets naar mijn moeder in Barneveld. Veertien kilometer op de fiets van Andrea, met een betrouwbaardere accu dan de mijne. Ik luisterde onderweg naar aanbiddingsliederen. Alleen met God op de fiets — mijn hart sprong op van liefde. Zo verliefd ben ik op Jezus. Zijn nabijheid maakt zelfs de weg naar Barneveld heilig.

    Bij mijn moeder hadden we een open gesprek. We deelden onze pijn en onze harten. En dat is kostbaar. Op de terugweg weer muziek, weer stilte, weer vrede.

    Ik sprak even met mijn zoon. Hij werkt met jongeren in Afrika en sprak over de diepe impact van vaderloosheid. En toen zei hij iets dat me diep raakte:
    “Toen Jezus bad, zei Hij: ‘Onze Vader.’”
    Niet mijn Vader. Maar onze. Ook voor hen zonder aardse vader. Ook voor jou, voor mij. Onze Vader is trouw, liefdevol, en altijd dichtbij. Dat maakt mijn hart blij. Dat geeft hoop, voor Afrika, voor Nederland, voor iedereen die zich verlaten voelt.

    De dag eindigde zoals hij begon — met dankbaarheid. Misschien eten we nog een ijsje. En zelfs daar danken we God voor. Want ook dat is genade: samen leven, samen genieten, samen Jezus zoeken.

    We staan niet stil bij de ziekte, maar bij het leven. En het leven met Jezus is vol vreugde. Iedere dag opnieuw. Mijn verlangen is dat velen bemoedigd worden door deze woorden. Dat ze God gaan zoeken — en vinden. Want wie God vindt, zal nooit meer tekortkomen.
    Alles draait om liefde. Liefde voor God, voor Jezus, en geleid worden door de Heilige Geest. En dat wil ik je vandaag meegeven.

    “Zie, wat een liefde heeft de Vader ons gegeven, dat wij kinderen van God genoemd worden.”
    – 1 Johannes 3:1

    Ik houd van jullie in Christus. Moge dit woord je dag vullen met vreugde.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • Liefde Groeit, Zelfs in de Storm

    Vanmorgen werd ik wakker naast mijn vrouw Andrea. Acht jaar getrouwd vandaag. Wat een zegen. Terwijl zij me feliciteerde, besefte ik opnieuw: iedere dag met haar is een feest. Onze liefde groeit nog steeds – soms denk je dat het niet groter kan, en toch gebeurt het. Zelfs op moeilijke dagen.

    We dronken koffie, luisterden naar Wilma Veen en baden samen. Dankbaar. Dankbaar voor onze liefde, voor Gods nabijheid, voor Zijn wonderen. Het was een ochtend vol kleine gebaren die groot aanvoelen: een kopje koffie, een stukje tekst op Facebook, een hand op je schouder. En het raakte me. Zo diep. Want die woorden zijn echt. En echte liefde raakt het hart.

    Later hielp ik een vriend in de tuin. Ook daar kreeg ik tranen. Niet van verdriet, maar van bewogenheid. Liefde die we voor elkaar voelen als mensen. Liefde in Christus. Want zelfs in tijden van ziekte, onzekerheid, strijd… is er ruimte voor schoonheid. Ruimte voor verbinding. Ruimte voor hoop.

    Soms ben ik boos op de ziekte in mijn lijf. Ik zie het dan letterlijk naast me zitten, als iets dat niet bij mij hoort. Want ziekte hoort niet bij de mens zoals God hem bedoeld heeft. En toch – zelfs daarin – is Hij nabij. Zelfs daarin geeft Hij kracht. En soms, zomaar ineens, voel ik een nieuwe energie. Dan lukt het me om de tuin te doen, of te genieten van toastjes met brie. En dan is het goed. Dan is het leven, hoe broos ook, vol betekenis.

    God is erbij. In de liefde van mijn vrouw. In de ogen van mijn kinderen. In de steun van vrienden. En ja, de hemel wacht. Maar vandaag is ook een geschenk. En als je dit leest – weet dan: jij bent niet alleen. Ook als je worstelt met ziekte, vermoeidheid of angst. God ziet je. Hij is erbij. Elke dag opnieuw.

    “Al ga ik ook door een dal van diepe duisternis, ik vrees geen kwaad, want U bent met mij; Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij.”
    — Psalm 23:4

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • In Zijn Hand geschreven

    Soms voel je je klein in deze wereld. Ongezien. Onbelangrijk. De dagen razen voorbij, de mensen kijken door je heen, en de zorgen stapelen zich op. Maar wat als ik je vertel dat je op een manier gezien bent die je verstand te boven gaat?

    God ziet jou. Niet van een afstand, maar met ogen vol liefde. Hij kent je niet alleen bij naam—je naam is zelfs in Zijn hand gegrift. Denk daar even over na. Zoals mensen een tatoeage dragen van iemand die ze nooit willen vergeten, zo draagt God jóuw naam met eeuwige inkt. Voor altijd. Niet op papier, niet op steen, maar op Zijn eigen hand.

    Elke haar op je hoofd is geteld. Niet omdat God zich verveelt, maar omdat je zo ongelooflijk waardevol voor Hem bent. Zelfs als je in de wind loopt en er ongemerkt een haar loslaat, weet Hij het. Niet één detail van jouw bestaan ontsnapt aan Zijn aandacht. Zo belangrijk ben jij.

    Jij bent Zijn lieveling. Geen figurant in het grote verhaal, maar een geliefd kind. En weet je wat Zijn liefde bewees? Hij gaf Zijn enige Zoon, Jezus, voor jou. Niet omdat jij alles perfect doet, maar juist omdat Hij wist dat je Zijn genade nodig hebt. Liefde die zover gaat, dat het zichzelf opoffert om jou te redden.

    Sta vandaag stil. Niet bij je fouten, je zwakheden of je angsten. Maar bij deze waarheid: jij bent gekend, geliefd en gekoesterd. God draagt je naam. In Zijn hand. In Zijn hart.

    ‘Kijk maar, Ik heb uw naam in mijn handpalm gekerfd, de verwoeste muren van Jeruzalem staan Mij voortdurend voor ogen.’
    ‭‭Jesaja‬ ‭49‬:‭16‬ ‭HTB‬‬

    In liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • “Wanneer heb je voor het laatst gehuild?”

    Vanmorgen werd ik stilgezet. Wilma Veen stelde in haar overdenking de vraag: “Wanneer heb je voor het laatst gehuild?”
    Die vraag kwam bij mij binnen als een storm in een stil huis. Ik hoefde er niet lang over na te denken. Het antwoord diende zich direct aan. Nu. De tranen stonden alweer in mijn ogen. Gisteren nog huilde ik. Niet voor het eerst. Zeker niet voor het laatst.

    Ik huil vaker. Om het verdriet dat ik zie, om de pijn in de wereld. Maar soms huil ik ook uit wanhoop over mezelf. Over de eindeloze ziekenhuisbezoeken, de confrontaties met de kanker, het hart dat steeds zwakker wordt, de zieke aorta die weer onderzocht moet worden. Er komt een moment dat ik moet beslissen. Nog een operatie? Mijn lichaam is verkankerd. Is het de moeite nog waard?

    Soms ga ik met mijn gedachten nog verder. Wat heeft het allemaal voor nut? Diep vanbinnen weet ik dat het niet gaat om wat ik verdien. Maar de gedachte bekruipt me: Dit is niet eerlijk, Heer. Dit heb ik toch niet verdiend?

    Wilma vertelde over koning Hizkia. Hoe hij huilend bad tot God toen hij hoorde dat hij zou sterven. Hij keerde zijn gezicht naar de muur en riep tot de Heer: “Heer, vergeet niet hoe ik voor U geleefd heb, hoe trouw ik ben geweest.”
    Hizkia huilde hevig. En het raakte mij, dat hij dat mocht doen. Dat hij zijn tranen liet zien. Zijn wanhoop uitsprak. En dat God hoorde. God luisterde. God greep in.

    Ik keek terug naar mijn eigen leven. De openhartoperatie drie jaar geleden – met het risico dat ik niet meer wakker zou worden. Maar ik werd wakker. God was erbij. Daarna kwamen de andere gebreken. Toen de kanker. En gisteren voelde ik dat stukje geloof wankelen. Niet dat ik God kwijt was. Nooit. Maar ik was moe. Moe van het hopen op genezing. Moe van de pijn. Ik zei: “Heer, ik geloof niet meer in genezing op aarde. Wel in de hemel, maar niet hier.”

    Andrea hoorde mijn gebed. Ze was stil. Ze zag mijn ongeloof. Maar ik kon het even niet meer opbrengen. Mijn lichaam voelt als een wrak. Ik eet, maar ik val af. Mijn huid krijgt wondjes. En de arts zegt: “Dat hoort bij de kanker.” Maar dat antwoord maakt me niet blij. ik huil, ik bid.

    En toch… kwam daar vanmorgen een schop onder mijn kont. Een heilige schop, zeg maar. Ik las over Corrie ten Boom, die het concentratiekamp overleefde. Haar ziel bleef in leven. God greep in – op het laatste moment. En ik hoorde Gods fluistering: “Blijf geloven, Ico. Want Ik ben je Vader. Ik ben je Redder. Ik ben degene die ingrijpt – op een bijzondere manier. Op Mijn tijd.”

    Met schaamte maar ook met overgave ging ik op mijn knieën. Samen met Andrea bad ik. Ze bad voor een wonder. Een wonder hier op aarde. Ze bad over haar liefde voor mij. En ik? Ik huilde opnieuw. Maar dit keer waren het tranen van hoop.

    Ik wil weer geloven in dat wonder. Hier, op aarde. Ik weet dat mijn tijd in Gods hand ligt. En ik weet: Bij God is alles op tijd. Hij kent geen haast, maar ook geen vertraging. Alleen perfectie.

    Soms voel ik me kwetsbaar. Maar juist in mijn zwakheid weet ik: God is erbij. En ik hoef niet sterk te lijken. Ik hoef niet de heilige held te spelen. Ik mag huilen. Ik mag twijfelen. Ik mag hopen. Ik mag verlangen.
    Want ik weet: Ik zal niet sterven, maar leven – door Zijn kracht. Ik wil opstaan. Zoals Jezus opstond. Door Zijn bloed, door Zijn liefde, door Zijn opstanding.

    Daarom bid ik. Voor genezing. Voor mijn hart, mijn aorta, mijn prostaat,mijn kanker, mijn longen. Voor een nieuw lichaam – hier op aarde. Want ik wil nog leven. Ik wil lachen, dansen, juichen. En ik wil getuigen van Zijn goedheid.

    Want ik ben stapelverliefd op Jezus. En dat verandert nooit.

    “Ik zal niet sterven, maar leven, en de daden van de HEER verkondigen.”
    – Psalm 118:17

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • Het geloof van een ander

    “Soms is het niet het geloof van de ander dat de doorbraak brengt, maar jouw geloof.”

    In 1998 begon ik als begeleider bij De Hoop. Ik kreeg mensen onder mijn hoede die verlangden naar een leven zonder verslaving — of die er in elk geval naar op zoek waren. Altijd werkte ik vanuit het Woord van God. Niet uit boeken vol meningen, maar vanuit de waarheid. En in die waarheid vond ik kracht en richting.

    Een van de eersten die ik mocht begeleiden, noem ik voor nu Jaap. Hij was rebels, gesloten, deed het vooral voor anderen — niet voor zichzelf. Zijn verleden lag vol pijn en misbruik, en het leek alsof hij op slot zat. Ik bleef voor hem bidden, vroeg God om doorbraak. Maar het bleef stil.

    Tot we tijdens een teamvergadering bespraken of hij moest vertrekken. “Geen motivatie,” zeiden ze. En eerlijk: dat leek ook zo. Maar terwijl anderen hun mening gaven, bad ik stil in mijn hart. En toen liet God mij een beeld zien — van de vier vrienden die hun zieke vriend door het dak heen lieten zakken, voor Jezus. Die man werd genezen… niet door zijn eigen geloof, maar door dat van zijn vrienden.

    God sprak zacht: “Heb jij geloof voor hem?”
    En ik wist meteen: Ja, dat heb ik.

    Ik deelde het beeld met het team en zei dat ik geloofde in genezing, in herstel. “Als jij dat geloof hebt,” zei de unitleider, “dan mag jij het traject voortzetten.” Dat deed ik. En twee, drie jaar later was Jaap totaal veranderd. Hersteld. Vrij. Met een glimlach zwaaide hij af. God had genezen.

    Niet door mijn kracht. Niet door zijn eigen geloof. Maar door Gods werk en een sprankje geloof dat ik vasthield toen hij het zelf niet kon.

    “En toen Hij hun geloof zag, zei Hij tegen de verlamde: ‘Uw zonden zijn u vergeven.’” – Lukas 5:20

    Jouw geloof, jouw gebed, jouw volharding kan het verschil maken. Geef niet op als je niets ziet gebeuren. Gods timing is perfect. En vergeet niet: ook als het geloof van de ander klein of afwezig lijkt, kan het geloof dat God in jou heeft gelegd bergen verzetten.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • Hoofd, hart en het proces van echte verandering

    Gisteren in de dienst ging het over “verandering van denken”. Terwijl ik luisterde, gingen mijn gedachten alle kanten op. Niet alleen naar mezelf, maar ook naar zoveel mensen die ik in de loop der jaren heb ontmoet. Mensen die uit een diep dal kwamen, mensen die God leerden kennen en hun oude leven achter zich wilden laten. En toch zag ik iets gebeuren, iets wat ik herkende van mijn eigen reis: soms lijkt het alsof we onze oude verslaving of pijn gewoon omruilen voor iets nieuws — ook al heet dat nieuwe dan ‘God’.

    Begrijp me goed: Jezus leren kennen is het mooiste wat er is. Maar ik heb gezien dat veel mensen God leerden kennen met hun verstand, niet met hun hart. Ze maakten keuzes, ze gaven hun getuigenis, ze juichten en zeiden: “God heeft me gered!” Maar diep vanbinnen bleef de oude pijn liggen, onaangeraakt.

    Ik weet nog goed hoe ik zelf worstelde met vergeving. De Bijbel zegt: “Vergeef, zoals God jou vergeven heeft.” En dus ging ik vergeven. In mijn hoofd. Omdat ik dacht dat het moest. Maar mijn hart? Mijn hart huilde nog. Er was boosheid, er waren wonden die niet genezen waren. En iedere keer dat ik “vergeven” had, raakte ik toch weer van slag, alsof de pijn alleen maar opnieuw werd opengereten.

    Ik leerde: je kunt je hoofd veranderen, maar als je hart niet meekomt, blijf je steken. Dan blijf je lopen tegen oude pijn, oude patronen. Dan komt de ellende steeds weer terug.
    Verandering van denken is niet alleen een knopje dat je omzet. Het is een reis. Het is een proces waarin je God ook toelaat op de plekken die je liever verstopt. Plekken waar je zelf misschien nog niet eens wil komen.

    Soms willen we het snel: “Verander je denken, dan komt het goed!” Maar nee. Jezus zegt niet: verander jezelf en dan mag je komen. Hij zegt:
    “Kom tot Mij, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal je rust geven.”
    (Mattheüs 11:28)

    Niet alleen met je hoofd, maar met je ziel, met je hart, met al je pijn en gebrokenheid.
    Pas als we durven te erkennen waar het nog pijn doet, pas als we echt de deur openzetten, dan kan Hij binnentreden, genezen, helen. Dan kunnen we werkelijk vrij worden. Dan is het verleden geen gevangenis meer, maar een getuigenis van Gods kracht.

    Lieve mensen, geef niet op. Wandel stap voor stap. Laat je denken vernieuwen, ja, maar laat je hart helen. Sta toe dat God je hele leven aanraakt.
    Want alleen als het kruis jouw pijn ontmoet, wordt het kruis jouw vreugde.

    “En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt veranderd door de vernieuwing van uw denken,
    zodat u mag onderscheiden wat de goede, welbehaaglijke en volmaakte wil van God is.”
    (Romeinen 12:2)

    Vader in de hemel,
    U ziet ieder hart, U kent iedere traan die niet zichtbaar was voor anderen.
    U weet van de pijn die we soms diep hebben weggestopt.
    Heer, wij komen vandaag niet alleen met woorden of gedachten,
    maar met ons hele wezen — gebroken, moe, verlangend naar echte rust.

    Jezus, wij willen U niet alleen kennen met ons verstand,
    maar U echt binnenlaten in ons hart.
    Kom in die plekken waar de pijn nog woont,
    in de wonden die we zelf niet kunnen genezen.
    Wij beleiden dat we U nodig hebben,
    niet om een mooi verhaal te vertellen, maar om echt nieuw te worden.

    Heer, wij keren ons om van ons oude leven.
    Wij willen niet langer onze pijn vasthouden als een schild,
    maar het aan U geven, zodat U ons kunt genezen.
    Was ons schoon met Uw bloed.
    Maak ons hart zacht en open.
    Laat Uw liefde de lege plekken vullen,
    zodat wij niet meer leven uit angst of schuld,
    maar uit dankbaarheid, vrijheid en genade.

    Heilige Geest, kom en vernieuw ons van binnenuit.
    Leer ons om niet alleen anders te denken,
    maar vooral om anders te zijn —
    geborgen in Uw liefde, geleid door Uw waarheid,
    levend vanuit een nieuw hart.

    Dank U Vader, dat U elke keer weer de deur openhoudt.
    Dank U Jezus, voor Uw kruis, dat alles nieuw maakt.
    Dank U Heilige Geest, dat U in ons woont en ons leidt.

    In Jezus’ naam,
    Amen.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • Voor Wie doe je het?

    Toen ik begon met werken met mensen die worstelden met verslaving, wist ik één ding zeker: God had me geroepen. Het was geen vaag gevoel, geen vaag plan. Nee, het was alsof God rechtstreeks tot me sprak:
    “Wat Ik voor jou heb gedaan, mag je houden. Maar je mag het ook delen met de wereld.”

    En dus ging ik. Ik werd begeleider binnen De Hoop in Dordrecht. Een plek waar gebroken mensen op zoek waren naar heelheid. Waar wanhoop dagelijks door de gangen liep, maar waar ook hoop woonde.

    Eén dag in de week gingen we met een groep cliënten werken in het bos. Het gaf structuur, rust en zingeving. Ik opende de dag altijd met gebed, en dan vertrokken we — tien, vijftien, soms twintig mensen.

    Er was een nieuwe jongen in de groep. Druk, onrustig, een stuiteraar. Iets in me waarschuwde. Dus ik nam hem apart en vroeg:
    “Kan ik erop vertrouwen dat je jezelf niks aandoet als je vandaag meegaat?”
    Zijn antwoord was eerlijk. Te eerlijk misschien.
    “Nee, dat kun je niet.”

    Ik besloot hem die dag niet mee te nemen. Voor zijn veiligheid én die van de groep. Wat ik toen nog niet wist, is dat dit de laatste keer was dat ik hem zou zien.

    Drie dagen later kwam het bericht: hij had een einde aan zijn leven gemaakt.

    Ik was gebroken.
    Verward.
    Klaar om te stoppen.

    “Heer,” zei ik, “ik dacht dat U me hierheen had gestuurd. Maar ik kan dit niet dragen. Ik kan dit niet aan.”

    Die nacht kreeg ik een droom. Geen gewone droom — maar een ontmoeting met God. Het was alsof we worstelden, zoals Jakob bij de beek. Ik vroeg: “Waarom?” En Hij antwoordde niet met uitleg over het ‘waarom’, maar met een bevestiging van het ‘waarvoor’.

    “Ik heb je geroepen. Niet voor die ene persoon alleen. Maar voor Mij. Alles wat je voor één van deze mensen doet, doe je voor Mij.”

    Dat moment veranderde alles. Niet het verdriet. Niet de vragen. Maar wél mijn draagkracht.

    Want ik begreep: ik werk niet voor mensen, maar voor God. En Hij is degene die mensen op mijn pad stuurt. Soms voor één gesprek. Soms voor jaren. Soms voor een pijnlijke dag. Maar altijd met een bedoeling.

    En elke keer weer mag ik Hem dienen in de ander.

    “Voorwaar, Ik zeg u: alles wat u gedaan hebt voor een van de minste van deze broeders van Mij, dat hebt u voor Mij gedaan.”
    — Mattheüs 25:40

    God roept ons niet tot resultaat, maar tot gehoorzaamheid. Niet tot perfectie, maar tot liefde. En als je het doet in Zijn naam, dan doe je het niet alleen.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • Wat zal het geworden zijn?

    Soms stelt het leven ons die onverwachte vragen. Niet omdat we op zoek zijn naar spijt, maar omdat we stilstaan. Stilstaan bij de weg die we gegaan zijn, bij de keuzes die we maakten, bij de kracht die we vonden – of niet – in de momenten waarop we moesten kiezen.

    Gisteren was zo’n dag. Een zwaar gesprek liet mij niet onberoerd. Het raakte iets diep vanbinnen. Niet omdat de woorden hard waren, maar omdat ze diep gingen. Het raakte mijn hart en het lichaam gaf het aan: ik was moe. Moe van het waken in de nacht, moe van het zoeken, het bidden, het overleggen met God in de stilte.

    En toch, ook al was ik uitgeput, was daar die zachte zegen. Een slaap die mij gegeven werd. Van kwart over negen tot half zeven. God wist wat ik nodig had. En ik werd wakker met dankbaarheid. Niet met onrust, niet met angst, maar met een zachte vrede. Andrea naast mij, een blik, een aanraking – liefde in eenvoud.

    Toen we samen naar Wilma luisterden, ging het over een moeder die bleef bidden voor haar dochter. Over gebed dat leven beschermt. Over een toekomst die anders werd, omdat iemand volhield in vertrouwen.

    En toen kwam de vraag:
    “Wat zou er van mij geworden zijn, als…?”

    Als ik andere keuzes had gemaakt. Als ik op school beter mijn best had gedaan. Als ik minder de wereld had omarmd en eerder Gods stem had gezocht.

    Maar toen kwam er een andere gedachte:
    “Ik ben geworden wie ik ben, door alles heen.”

    Door de fouten, de leermomenten, de gebeden, de genezingen en de gebrokenheid. Alles heeft mij gevormd. Niet buiten God om, maar juist met Hem, door Hem, ondanks mijzelf.

    Ik ben wie ik ben, diep geworteld in Christus. En ik sta achter de keuzes die ik in Hem heb gemaakt. Ik leef niet langer voor de wereld, maar voor een Koninkrijk dat niet wankelt.

    Ik ben gezegend. Door mijn vrouw, Andrea. Door onze acht prachtige kinderen. Door kleinkinderen en aanhang die mij dagelijks vreugde geven.

    Ik ben blij. Niet omdat het leven altijd makkelijk is. Integendeel. Ik huil. Ik worstel. Ik draag pijn en ziekte. Maar ik weet:
    God draagt mij.

    Mijn genezing? Die komt. Hoe, dat weet ik niet. Maar dat het komt, dat weet ik zeker.
    Of hier op aarde, of straks in de hemel. Maar genezing is beloofd.

    Ik steun niet meer op mensen. Niet op gevoelens. Niet op gedachten.
    Ik steun op het bloed van Jezus.
    Dat is mijn zekerheid. Mijn vaste grond.

    En daarom deel ik dit met jullie. Niet om medelijden te krijgen. Maar om te getuigen:
    God is goed. Altijd. En Hij is trouw.

    Blijf voor ons bidden. Bid voor genezing. Maar weet dit:
    Ik vertrouw volledig op Hem.
    En ik ben benieuwd… nieuwsgierig…
    waar het wonder plaats zal vinden.

    Vertrouwen in Uw Handen

    Vader in de hemel,
    U die het begin en het einde kent,
    U die mijn dagen in Uw hand houdt,
    leer mij vertrouwen.

    Wanneer mijn lichaam moe is
    en mijn hart onrustig,
    wees dan mijn vrede.

    Wanneer mijn vragen groter zijn dan mijn antwoorden,
    en mijn hoop schommelt op de golven,
    wees dan mijn anker.

    Laat mij rusten in Uw belofte
    dat wie op U vertrouwt,
    nooit beschaamd zal uitkomen.

    Geef mij de moed om te zeggen:
    “Het is goed met mijn ziel.”
    Ook als de storm nog raast.

    Ik leg mijn leven in Uw handen,
    mijn lichaam, mijn geest,
    mijn verleden, mijn toekomst.

    En ik wacht…
    niet met angst,
    maar met verwachting.

    Want U bent goed,
    en Uw trouw is voor eeuwig.

    In Jezus’ Naam,
    Amen.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • Rust temidden van het mes.

    Soms zijn er van die momenten die je nooit vergeet. Niet omdat ze prettig waren, maar omdat ze doordrenkt waren met de aanwezigheid van God. Eén van die momenten beleefde ik in een opvanghuis, ergens rond 2002 of 2003.

    We werkten met mensen uit alle hoeken van de samenleving: verslaafden, zwervers, jongeren uit veilige gezinnen die toch de weg kwijt waren geraakt. Ik deed de intakes en plaatste mensen in de juiste kamer, op basis van wat ik zag én wat God me in mijn hart liet voelen.

    Maar soms zie je dingen over het hoofd. Of beter gezegd: soms wordt je geloof op de proef gesteld.

    Op een middag kwam ik het huis binnen en trof een levensbedreigende situatie aan. Eén van de bewoners, laten we hem ‘Jan’ noemen, zat op zijn knieën met een mes op zijn keel. De andere jongen, totaal in paniek of woede, schreeuwde dat hij hem zou vermoorden.

    Alles in mij wist: dit is geen moment voor aarzeling. Geen tijd om een vergadering te beleggen. Hier moet je spreken met woorden die God je ingeeft. En dat deed ik. Ik sprak tot hem met rust en gezag, ik voelde dat God de leiding had. En terwijl er paniek heerste, ontstond er rust.

    Ik liep naar de jongen toe. Hij had het mes nog in zijn hand. Ik pakte het — bij het scherpe deel van het mes. Het sneed in mijn hand, dat zag ik. Maar terwijl ik het vasthield en hij het losliet, genas de wond ter plekke. Alsof God zei: “Ik ben erbij. Ik bescherm. Ik herstel.”

    Ik liep met hem naar boven. Hij overhandigde mij nog een tweede mes. Toen bracht ik hem naar het station. Ik gaf hem een treinkaartje en zei: “Bel me over een week.” Maar terugkeren kon niet meer. De veiligheid voor de anderen woog zwaarder.

    Wat me altijd is bijgebleven, is niet alleen dat mes of die snijdende stilte, maar de woorden die geen van mij waren — maar van God. De rust die niet van mij kwam — maar van Hem.

    God was daar. In de storm.

    En nog steeds, elke dag, geloof ik: Hij spreekt. Hij leidt. Hij geneest. En Hij is altijd nabij.

    “Hij stond op, bestrafte de wind en het wateroppervlak, en het werd stil. Er trad een grote stilte in. Toen zei Hij tegen hen: Waar is jullie geloof?”
    — Lucas 8:24-25

    Wanneer stormen woeden, van buiten of van binnen, is God onze rust. Hij spreekt tot het hart van de chaos — met vrede die alle verstand te boven gaat.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen