“Kom tot Mij, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven.”

(Mattheüs 11:28)

Auteur: Ico Abis

  • De deuren gingen open”

    Het was 1999 een van mijn eerste keren in een gevangenis. Niet zomaar een gevangenis, maar een zwaarbewaakte inrichting in België, waar mensen zaten met lange, vaak levenslange straffen. Ik werd uitgenodigd om te spreken in de kapel. Een plek waar hoop nog mocht klinken, al was het in een omgeving die voelde als het nest van de duivel.

    Toen ik de ruimte binnenliep, voelde ik de zwaarte van de atmosfeer. Er zaten mannen van allerlei achtergronden. Verschillende culturen, verschillende verhalen, verschillende zonden — maar allemaal geketend aan hun verleden. Ik had iets voorbereid, maar de Geest van God nam het over. Mijn woorden vloeiden niet uit papier, maar uit de hemel.

    Ik sprak over de ware wijnstok en de ranken. Over hoe God snoeit. Niet om te straffen, maar om leven te geven. Om vrucht te laten groeien. En terwijl ik sprak, voelde ik hoe de Heilige Geest de ruimte vulde. Er werd ademloos geluisterd. Vijfhonderd mannen, stil. Geen ritselend papier, geen schuifelende voeten. Alleen aandacht.

    Ik zei: “Ik heb de oplossing voor jullie. Niet om de gevangenisdeuren te openen, maar om jullie hart te openen. Want ware vrijheid komt als Christus in jouw leven komt.”

    Het was alsof de hemel zelf even stilstond.

    Er werd gehuild. Er werd gebeden. Er werd opnieuw begonnen, daar in die kapel. Niet iedereen liep die dag vrij naar buiten, maar velen liepen wel vrij vanbinnen naar buiten. Bevrijd van schuld. Bevrijd van veroordeling. Bevrijd van het juk van zonde.

    Wat ik daar mocht meemaken, draag ik nog steeds met me mee. Daarna heb ik zes jaar lang elke week gevangenen bezocht. Niet omdat het makkelijk was. Niet omdat het werd begrepen door iedereen. Maar omdat ik in elk hart iets van God zag. Omdat ik geloofde dat het kruis groot genoeg was — zelfs voor hen die de wereld had afgeschreven.

    Mensen vroegen me weleens: “Waarom doe je dat, Ico? Waarom ga je daarheen?”
    Mijn antwoord was simpel: “Omdat Jezus mij heeft vrijgemaakt. En wie de Zoon heeft vrijgemaakt, die is waarlijk vrij. Zelfs in een cel.”

    Ik heb harten zien veranderen. Tranen zien vloeien. Gebeden horen stijgen. Ik heb Jezus gezien, achter tralies. Want Hij gaat waar wij durven te gaan. En Hij breekt waar wij denken dat niets meer breekt.

    Vandaag wil ik jou bemoedigen. Schaam je het evangelie niet. Verkondig het, leef het, adem het. Niet alleen op het podium, maar bij de kassa, op straat, in de stille gesprekken. Jij hebt een druppel in je hart. Laat die vallen. Want als we allemaal druppels zijn, zal er een hemelse regenbui komen die levens raakt.

    Laat God je gebruiken. Wees niet stil. De wereld wacht.

    ‘‘De Geest van de Here rust op mij, omdat Hij mij heeft gezalfd tot brenger van goed nieuws aan arme mensen. Hij heeft mij gestuurd om uit te roepen dat gevangenen zullen worden vrijgelaten, dat blinden zullen zien, dat onderdrukten zullen worden bevrijd en dat de tijd van Gods genade is aangebroken.’
    ‭‭Lucas‬ ‭4‬:‭18‬ -19 HTB‬‬

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • Muren om mijn hart

    Ik zie mezelf als kind. Klein, kwetsbaar, maar al begonnen met het bouwen van muren om mijn hart. Muren om pijn buiten te houden, om geen verdriet toe te laten. En die muren groeiden. Als puber waren ze al zo hoog geworden dat ik nauwelijks nog over het leven heen kon kijken. Het was donker vanbinnen. Een zwart gat waar geen mens mij uit kon trekken. Ik zat gevangen, keek tegen een muur van leegte aan — zonder uitzicht, zonder hoop.

    Als jongvolwassene ging dat door. Ik leefde, maar zonder echt te leven. Alles voelde geprogrammeerd. Liefde gaf ik zoals ik het uit films geleerd had. Een arm om iemand heen, omdat dat zo hoorde. Huilen omdat ik had gezien dat het zo moest. Maar er zat geen hart in. Geen gevoel. Alleen maskers. Een robot in een mensenwereld.

    Maar toen… kwam God.

    Ik liet Hem toe. Niet in één keer. Het ging langzaam. Heel langzaam. Steentje voor steentje brokkelde Hij die muur af. Niet ik, maar Hij. Ik hoefde niet meer te leven achter mijn aangeleerde gedrag, achter de maskers die ik in groepen had opgezet. Ik leerde wat echte liefde was. Niet uit het hoofd, maar uit het hart. Niet geleerd, maar gegeven.

    God liet mij zien dat ik mocht zijn zoals ik ben. Dat ik zijn geliefde kind ben. Hij toonde mij leven. Echte vreugde. Vrede. Relaties zoals Hij ze bedoeld heeft — vol liefde, vol waarheid. En soms keek ik over dat muurtje heen en zag ik het licht. Zag ik kinderen spelen. Volwassenen liefhebben. En dan zakte ik weer weg. Viel ik terug. Maar God liet mij nooit los.

    Hij gaf mij mensen op mijn pad. Openbaringen die mij raakten. Hij gaf mij het inzicht: Je hoeft het niet alleen te doen. Ik mocht leren, vallen en weer opstaan. En telkens weer was daar Gods hand. Zijn schouder. Zijn glimlach. Zijn kracht.

    Ik herinner me een moment, op Goede Vrijdag. Een meisje durfde niet via de brandtrap naar beneden. “Ik ben bang,” riep ze. Alles in mij wilde het oplossen. Maar toen voelde ik het: God zelf nam het over. Ik gaf haar mijn hand. Mijn schouder. En samen, treetje voor treetje, daalden we af. Ze overwon haar angst. En ik mocht dat wonder van nabij meemaken.

    Dat is ook mijn verhaal. Stap voor stap met God. Niet uit eigen kracht, maar gedragen. Gekend. Geliefd.

    En ik ben Hem dankbaar. Voor mijn leven. Voor mijn kinderen. Voor mijn geweldige, liefdevolle vrouw Andrea, die altijd klaarstaat, altijd bidt, altijd draagt. Voor de openbaringen. Voor de liefde. Voor wie Hij is.

    Ik schaam mij niet voor het Evangelie. Niet voor wat God mij influistert. Ik wil geen rekening meer houden met wat mensen denken. Eén ding telt: Wat denkt God van mij?

    En ik hoor Hem zeggen:
    “Kom zoals je bent. Je bent goed genoeg.”

    Daarom: alle remmen los. Ik voel dat, ook nu ik ziek ben, de vijand probeert mij naar beneden te trekken. Maar God zegt: Doe je riem om, Ik stuur. Jij mag vertrouwen. We gaan ervoor.

    Soms lijkt het alsof we die bocht niet halen, maar we weten: God zit aan het stuur. We zullen aankomen. In veiligheid. In vrede.

    Ik ben blij. Omdat ik leef. Omdat Jezus in mij leeft.

    “Ik geef jullie een nieuw hart en een nieuwe geest. Ik neem het versteende hart uit jullie lichaam en geef jullie er een levend hart voor terug.”
    Ezechiël 36:26

    In liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • Een brief uit het hart.

    Lieve broeders en zusters,

    Soms komt er plotseling een gedachte in je hart, alsof de hemel even fluistert. Zo’n moment had ik op een dinsdagmorgen, tijdens de bidstond. Wat een voorrecht is het om daar samen te komen. In een atmosfeer vol vrede en aanbidding, met gitaarmuziek, gezang, open harten en gevouwen handen. Een plek waar we niet alleen onze noden delen, maar ook onze hoop, ons vertrouwen, onze dankbaarheid.

    We bidden voor doorbraken — in levens, in situaties, in geloof. En op die ochtend… gebeurde er iets bijzonders.

    Terwijl we aan het bidden waren, sloot ik mijn ogen. Plotseling hoorde ik bij de deur een zacht geritsel, gekiebel bijna, als een vrolijk kippenhok, maar dan prachtig in harmonie. Ik opende mijn ogen niet, maar keek als het ware door mijn gesloten oogleden heen. En daar zag ik ze: een groep engelen bij de deur. Ze fluisterden tegen elkaar: “Kijk, ze zijn er weer. Ze zoeken naar ons.” En ze luisterden naar onze gebeden, onze verlangens. Ze waren blij dat wij er waren. En ik voelde: de hemel is dichtbij.

    Toen kwam het vers in mijn hart: “Loop over water.” Zoals Petrus liep op het woord van Jezus. En ik zag het voor me. Wij — samen — wandelend over het water. Omringd door mensen die verwonderd toekeken. Dat is geloof. Dat is de kracht van vertrouwen. Niet vanuit onszelf, maar op het Woord van God.

    Hij zegt immers:
    “Alle dingen zijn mogelijk voor wie gelooft.” (Markus 9:23)

    En dat geloof wil ik blijven zien groeien onder ons. Geloof dat bergen verzet. Geloof dat geneest. Geloof dat vrede brengt. Geloof dat elke dag opnieuw zegt: Ik vertrouw op U, Heer.

    Ik ben zo dankbaar voor de bidstonden. Dankbaar voor de samenhorigheid. Voor de openheid. Voor de aanbidding. Voor de muziek. Voor de beelden en woorden van bemoediging. Voor de gebeden en de liefde. Elke dinsdag is voor mij een feestdag. En ook elke zondag. De kerk is voor mij geen verplichting, het is thuiskomen. Thuiskomen bij God, in Zijn huisgezin.

    En wat verlang ik ernaar dat elke dag zo mag zijn. Een feest van aanbidding, gebed, liefde en delen. Dat niemand tekort komt. Dat we eten geven aan wie honger heeft. Water aan wie dorst heeft. Hoop aan wie moe is. Want wat God ons geeft, mogen wij weer uitdelen.

    Ja, ik ben blij. Blij met God. Blij met jullie. En blij met de wegen die Hij voor ons opent.

    Met heel mijn hart groet ik jullie in de liefde van Jezus Christus. En ik wil afsluiten met deze belofte:

    “Want de ogen van de HEER gaan over de hele aarde, om krachtig bij te staan hen wier hart volkomen naar Hem uitgaat.”
    — 2 Kronieken 16:9

    Laten wij zo leven. Met ons hart volkomen naar Hem toe.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • Dit gebeurde gisteren ❤️

    Paasochtend. Jezus leeft.

    Het is zondagochtend. Pasen. Het feest van de overwinning. Jezus leeft!
    En toch… begon de opstanding hier thuis al een beetje onrustig. Andrea riep: “Ico, het is vijf voor negen! We moeten eruit!”
    We moesten nog van alles doen voordat we in de kerk konden zijn. Gelukkig werden de plekken voor ons vrijgehouden, dus de haast was net te doen.

    Andrea liet snel de hond uit, ik zette een kop thee, nam mijn medicatie en schonk een koffie voor mezelf in. En toen: op weg naar huis. Want dat is de kerk voor mij. Thuis.
    Zodra we binnenkwamen, werd ik geraakt. De aanbidding raakte mijn hart. Tranen kwamen. De woorden, de melodieën, de Heilige Geest. Alles was vol van leven.

    De preek was alsof God zelf sprak. “Hij is waarlijk opgestaan.”
    En Hij zorgt voor ons. Altijd.

    Er werd gesproken over de twee mannen op weg naar Emmaüs. Hoe Jezus met hen meeliep, terwijl ze Hem niet herkenden.
    “Waar hebben jullie het over?” vroeg Hij.
    Ze antwoordden: “Bent U de enige vreemdeling die niet weet wat er gebeurd is?”
    En toch… nodigden ze Hem uit om bij hen te blijven.
    En aan tafel, bij het breken van het brood, gingen hun ogen open. Het was Jezus. Levend. Nabij.

    Zo ervaarde ik het ook.

    Ineens kreeg ik een beeld — van onze deurbel met camera. Jezus stond daar. En voordat we opendeden, gingen we nog snel opruimen. De één zijn telefoon, de ander zijn boekje dat niet over Hem ging. Misschien een kast vol spullen die we liever verborgen houden.
    Maar stel je voor… dat Jezus in die kast kijkt. En Hij vindt iets dat ons weghoudt van Zijn hart. Een Pokémonkaart of iets anders kleins dat ons vasthoudt aan de wereld.

    Maar weet dit: je hoeft je niet te verstoppen. Je hoeft het huis van je hart niet eerst op te ruimen.
    Want Jezus wil samen met jou opruimen.
    Hij wil het werk doen. Hij wil jouw hart verlossen. De verlossing begon op Goede Vrijdag. Maar werd bekrachtigd op Paasochtend.
    Hij leeft! En Hij geeft ons de Heilige Geest, om te zien. Om te wandelen. Om vrij te zijn.

    Waarlijk vrij.
    Zoals we vanochtend zongen in de kerk.

    Jezus is je vriend. Je inspirator. Je alles.
    En als je met Hem wandelt, hand in hand, zal je leven schitteren in Zijn licht.
    Hij zal je liefhebben. Je leiden. Zich openbaren.
    Hij zal je bevrijden van alles wat je tegenhoudt.
    Want Hij leeft.
    Voor jou.
    In jou.

    Laat Hem binnen. Niet morgen, maar vandaag.
    Prijs Hem in alles wat je doet. En betrek Hem in alles wat je bent.
    Want je bent kostbaar.
    En Hij is waarlijk opgestaan.

    “Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Als iemand Mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik bij hem binnenkomen en maaltijd met hem houden, en hij met Mij.”
    – Openbaring 3:20

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • God spreekt alle talen – een getuigenis van Zijn liefde

    Ik ben een christen en ik hou van Jezus met heel mijn hart. Zijn liefde heeft mij door de jaren heen gedragen, geleid en soms zelfs verbaasd. Eén van die momenten gebeurde lang geleden, in 1998 – een gebeurtenis die ik nooit zal vergeten.

    Ik werd opgeroepen om naar het ziekenhuis te komen. Een meisje was daar binnengebracht na een overdosis drugs. De situatie was heftig en verdrietig. Ik sprak kort met het medisch personeel om te begrijpen wat er aan de hand was. Maar het was niet het meisje zelf die mij het meest raakte die dag – het was het andere meisje dat bij haar was. Buitenlands, jong, intens verdrietig. Haar pijn was voelbaar, haar hart gebroken.

    Er ging iets in mij open. Ik vroeg haar voorzichtig: “Mag ik voor je bidden?” Ze knikte. En ik bad. Niet met grote woorden, maar met een bewogen hart. En toen ik klaar was, keek ze me met grote ogen aan – verbaasd, ontroerd. “Je bad in mijn moedertaal,” zei ze zacht.

    Ik wist niet eens wat haar moedertaal was.

    Op dat moment wist ik: God had gebeden. Niet ik. Hij sprak haar taal, haar hart, haar verdriet. Hij gebruikte mij als Zijn instrument, en ik mocht getuige zijn van Zijn wonderlijke genade.

    “Ook de Geest komt onze zwakheid te hulp. Wij weten immers niet wat wij in ons gebed tegen God moeten zeggen. De Geest zelf pleit voor ons met woordloze zuchten.”
    – Romeinen 8:26

    Prijs God voor Zijn liefde. Hij is groter dan taal, groter dan pijn, groter dan ons begrip. Wat een wonderbare Heer dienen wij. Amen.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen.

  • Stille zaterdag — een roep om gebed en stilte

    De dag na Goede Vrijdag is stil. Een stilte die doordrenkt is van verdriet, verwarring, hoop. Gisteren las ik opnieuw over de kruisiging van Jezus. En elke keer grijpt het me opnieuw aan. De beschrijving van Zijn lijden, het onrecht dat Hem werd aangedaan, raakt me diep. Met tranen in mijn ogen las ik het. Niet alleen om wat Hij doorstond, maar ook omdat ik in mijn hart voelde hoe velen vandaag nog steeds lijden onder valse beschuldigingen, vervolging, onrecht.

    Natuurlijk—wat Jezus deed aan het kruis, is uniek. Zijn offer is heilig. Dat is niet te vergelijken. Hij droeg onze zonden, gaf zijn leven voor onze verlossing. Maar toch… toch voel ik de pijn van zoveel mensen die vandaag nog gebukt gaan. Christenen die vanwege hun geloof gevangen worden gezet. Mensen die zich niet vrij voelen om de naam van Jezus uit te spreken. Die niet met een trui op straat kunnen lopen waar ‘Jezus houdt van jou’ op staat. Die niet mogen zingen, niet mogen getuigen.

    Ik ben dankbaar dat ik in Nederland woon. Dat ik mijn geloof mag uiten. Maar dat betekent ook: ik wil mijn stem gebruiken. Om te roepen. Om mensen aan te sporen: bid! Bid voor de vervolgde kerk. Voor de mensen die nu lijden om Jezus’ naam. Laten we hen niet vergeten.

    Vandaag is het Stille Zaterdag. En ik dacht: wat als we vandaag bewust even stil zijn? Misschien twee minuten. Misschien vijf. Geen woorden. Geen gedachten. Alleen stilte. En luisteren… Luisteren naar Gods stem. Stil worden in ons hart. En opnieuw beseffen wat Jezus voor ons deed. Hoe groot de liefde van de Vader is—dat Hij zijn eigen Zoon gaf.

    En als de stilte voorbij is, laten we dan bidden. Voor ons eigen hart. Voor deze wereld. Voor elkaar.

    “Gedenkt de gevangenen alsof u zelf ook gevangen bent, en degenen die slecht behandeld worden alsof u zelf ook lichamelijk geleden hebt.”
    — Hebreeën 13:3

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • Goede vrijdag

    Het laatste gebed onder water

    Er was eens een pastor, ergens begin 1900. Hij reisde van dorp naar dorp met paard en wagen, op weg naar kerken waar hij het Woord mocht brengen. Op een dag moest hij onderweg een rivier oversteken. Terwijl hij op de pont stond, sloeg plots het paard op hol. In de chaos viel een man het water in.

    De pastor zag het gebeuren. De man tierde, schreeuwde, vloekte – en verdronk.

    Verslagen en verbaasd reisde de pastor verder. In zijn hart vormde zich een preek: dit was het oordeel van God, dacht hij. Een waarschuwing voor hen die hun hart niet keren.

    Maar toen hij eenmaal in de kerk stond om te preken, stokte zijn stem. De woorden kwamen niet. Wat hij wilde zeggen, kreeg hij niet over zijn lippen. En daar, midden in de stilte, gaf God hem een beeld: hij zag die man onder water – maar hij zag ook zijn laatste woorden. Niet vol vloek, maar vol wanhoop: “Heer, help mij.”

    Op dat moment wist de pastor: God had hem gehoord. Zoals de misdadiger naast Jezus aan het kruis, die in zijn laatste adem fluisterde: “Heer, denk aan mij wanneer U in Uw Koninkrijk komt.” En Jezus antwoordde: “Vandaag nog zul je met Mij in het paradijs zijn.”

    Dat is de genade van God. Niet gebaseerd op hoe lang we Hem kennen, of hoeveel we gedaan hebben. Zijn hart is open voor wie Hem herkent, zelfs in het laatste moment van hun leven. Eén fluistering, één gebed, één oprecht “Heer, help mij” – en Hij is daar.

    Laten we daarom niet oordelen, maar liefhebben. Niet veroordelen, maar getuigen van die onbegrijpelijke, alles omvattende liefde van Jezus.

    Bijbeltekst (Lukas 23:42-43):
    “En hij zei tegen Jezus: ‘Heer, denk aan mij, als U in Uw Koninkrijk gekomen bent.’ En Jezus zei tegen hem: ‘Voorwaar, Ik zeg u: Heden zult u met Mij in het paradijs zijn.’”

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • Wielen van Geloof

    In de winter van 1999 kreeg ik de bijzondere kans om namens Joni & Friends, voor het project Wheels for the World, af te reizen naar Bosnië. Mijn taak was normaal gesproken de coördinatie van het opknappen en transporteren van rolstoelen, maar dit keer ging ik zelf mee op een missie — een reis die mijn geloof diep zou versterken.

    Bosnië was nog herstellende van de oorlog, en wij werkten onder de moslimbevolking. We mochten onze identiteit als christenen niet openlijk tonen. Bidden deden we dus in stilte, maar des te krachtiger voelde het — juist in die stilte ontmoetten we de Heer.

    In de stad Tuzla kwamen we aan bij een distributiepunt waar rolstoelen uitgedeeld werden aan oorlogsslachtoffers — veelal kinderen die op landmijnen waren gelopen. Te midden van de drukte kwam er een vrouw naar me toe. Ze vroeg zacht of ik haar oude rolstoel kon opknappen. Uit enthousiasme en bewogenheid zei ik: “Als u mij anderhalf uur geeft, dan fix ik hem.”

    Ik nam haar rolstoel mee naar de werkplaats, maar tot mijn schrik zag ik dat de voorwielen volledig versleten waren. En precies díe had ik niet bij me. Een gevoel van machteloosheid overviel me. Wat moest ik haar zeggen? Haar hoop weer wegnemen?

    Toen besloot ik te doen wat ik altijd doe als ik geen uitweg zie: ik bad.
    “Heer,” zei ik, “ik wil deze vrouw niet teleurstellen. U weet wat nodig is.”
    Ik opende mijn ogen… en daar lag een wiel. Ik glimlachte, maar besefte meteen — ik heb er twee nodig. Dus bad ik opnieuw, met hetzelfde vertrouwen.
    Toen ik mijn ogen weer opendeed, lag er nóg een wiel.

    Verbaasd en dankbaar knapte ik de rolstoel op. Toen ik haar terugbracht, straalde de vrouw van blijdschap. Niet alleen omdat de rolstoel weer werkte, maar ook — dat voelde ik — omdat ze zich gezien wist. Niet door mij, maar door de Hemelse Vader.

    Die dag hielpen we met Gods kracht bijna honderd mensen aan een passende rolstoel. Zoveel verhalen, zoveel ontmoetingen. Maar dat ene moment… dat gebed om een wiel… heeft mijn hart voor altijd veranderd.

    Want wat is onze God groot. Hij kijkt niet naar religie of afkomst, maar naar het hart. Hij geeft als wij vragen — in geloof, en in liefde.

    “En wat u ook vraagt in het gebed, in geloof, zult u ontvangen.”
    – Mattheüs 21:22

    Amen.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • Een broodje uit het hart

    Het was een winteravond in 2004. Ik was vrijwilliger bij Jeugd met een Opdracht, in Amsterdam, en één van de gebouwen waar we gebruik van maakten was de Kletf. Een van onze taken was om ’s avonds de straat op te gaan, richting de Wallen, om mensen uit te nodigen voor een korte overdenking. Zwervers en anderen konden dan even binnen zitten om op te warmen. Ze kregen koffie, wat koekjes, en soms een tasje met eten mee.

    Tijdens zo’n avond sprak ik een man aan. Hij luisterde, maar zei eerlijk: “Ik heb gewoon honger.” Ik zei: “Weet je wat, laten we eerst wat te eten halen.” We liepen samen naar een shoarmatent, en ik zei dat hij mocht bestellen wat hij wilde. Hij koos het grootste broodje shoarma dat er was en een cola.

    Teruglopend door de schemerige steegjes, met het broodje in zijn hand, hoorden we opeens iemand roepen: “Jan!” Onder een van die typische Amsterdamse trappen – met een paar treden omhoog naar de voordeur – zat een jongen verscholen in de V-vorm van de trap.

    “Wat heb je in je hand?” vroeg hij.
    “Een broodje,” antwoordde Jan.

    Zonder aarzelen brak hij het broodje doormidden en gaf de helft aan hem.

    Dat moment raakte me diep. Jan gaf van wat hij zélf nauwelijks had. Het herinnerde me aan dat ene moment in de tempel, toen Jezus toekeek hoe mensen gaven. Veel rijke mensen gaven uit hun overvloed. Maar toen kwam er een arme weduwe, die twee kleine muntjes gaf. Jezus zei:

    “Ik verzeker jullie: deze arme weduwe heeft meer gegeven dan alle anderen. Want die anderen gaven iets van hun overvloed, maar zij gaf uit haar armoede alles wat ze bezat, alles wat ze nodig had om van te leven.”
    — Markus 12:43-44 (NBV)

    Zo leerde ik die avond: bij God gaat het niet om hoeveel je geeft, maar om het hart waarmee je geeft.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen

  • Vanmorgen dacht ik terug aan een beeld dat me diep geraakt heeft. Het kwam zomaar ineens weer naar boven, als een fluistering van de hemel.

    Ik zag God. Hij stond daar in al Zijn majesteit, gehuld in een koninklijke mantel. Maar het was niet zomaar een mantel. Toen ik beter keek, zag ik dat de binnenkant vol zat met gleuven – allemaal kleine ruimtes. Ik vroeg: “Heer, wat zijn dit?”
    En Hij antwoordde zacht maar vol liefde: “Dit zijn woningen, voor wie dicht bij Mij willen zijn. Voor wie Mijn hart zoeken.”

    Wat er toen gebeurde, vergeet ik nooit meer. Ik voelde het – de kloppingen van Zijn hart. Zacht en krachtig tegelijk. Zo dichtbij dat je ze kon horen, bijna kon tellen. Iedere hartslag gevuld met liefde. Iedere klop een uitnodiging om nog dichterbij te komen. Het was alsof ik daar mocht wonen, daar – bij Zijn hart. Zo veilig. Zo geliefd.

    Alleen al bij de gedachte daaraan krijg ik een glimlach op mijn gezicht.
    Zo geweldig dicht bij Gods hart.
    Zo kostbaar om te weten dat er een plek voor mij is, daar – bij Hem.

    God, ik heb U lief, boven alles.
    En met de echo van Uw hart in mijn hart, weet ik:
    Deze dag wordt een geweldige dag.

    Met liefde ❤️ Ico

    Goedemorgen